Bibliofiel jubileum

'Ik toonde een honger naar letter, van goede kwaliteit en gaf er duizenden guldens aan uit, zonder dat ik er ooit spijt van heb gehad....

Voor jongere lezers kan dit citaat enkele begrippen bevatten die moeilijk thuis te brengen zijn. Ter verheldering: toen lettertypen nog niet door een klik met de muis instelbaar waren, werden ze vervaardigd door lettergieterijen. Drukkers kochten daar het gewenste lettertype per kilo om ze vervolgens corpsgewijs op te slaan in letterkasten. Het was zaak voldoende letters van een lettertype in huis te hebben, want voor het zetten van één pagina is bijvoorbeeld al een flinke hoeveelheid a's en e's nodig. Met 'boogjes en staartjes' wordt gedoeld op de overvloedige versieringen die Van Krimpen aan zijn letter meegaf.

Het citaat is afkomstig uit de bijdrage die drukker Gerrit Kleis (1940) onder de kop 'Leven met de pers' leverde aan het onlangs verschenen tweede deel van de bibliografie van zijn Sub Signo Libelli-pers. Kleis, neerlandicus en voormalig docent aan het hoofdstedelijk Barlaeus Gymnasium, begon een kwart eeuw geleden een private press, waarvan het voornaamste kenmerk is dat er gezet en gedrukt wordt volgens een procédé dat eeuwenlang in zwang was, maar dat in minder dan dertig jaar tot een kostbare liefhebberij van enkelen is geworden.

Algauw ontsteeg Kleis het stadium van goedbedoeld amateurisme en 'het klooien met letters', en sinds jaar en dag behoren de boeken en boekjes die onder het imprint Sub Signo Libelli verschijnen, tot de crème de la crème van de bibliofiele productie.

Het 25-jarig bestaan van de pers wordt tevens gemarkeerd met een tentoonstelling in het Museum van het Boek/Meermanno Westreenianum in Den Haag. Onder de titel 'Op zoek naar klassieke perfectie - 25 Jaar drukken van Sub Signo Libelli' (tot en met 27 juni) zijn enkele tientallen uitgaven in vitrines opgesteld. Het betreft boeken die in beperkte oplagen zijn gedrukt en uitsluitend circuleren in een kleine kring van estheten en verzamelaars; sommige edities brengen in het antiquariaat duizenden guldens op.

Het is daarom teleurstellend dat het museum - toch in het bezit van alle uitgaven van Kleis - de kans voorbij heeft laten gaan een volledig overzicht van de Sub Signo Libelli-pers te tonen: slechts zo'n vijftig van de in totaal bijna 240 drukken zijn te bezichtigen.

Desondanks valt er voor de liefhebber van bijzonder drukwerk nog voldoende te genieten. Van James Purdy's Are You in the Wintertree bijvoorbeeld, gezet in de monotype Van Dijck en gebonden door de in bibliofiele kringen legendarische binder David Simaleavich, een Amerikaan die zijn Phoenix Binderij in de Amsterdamse Jordaan al weer jaren geleden overdeed aan een collega en terugkeerde naar de Verenigde Staten.

Of van Capriccio met speciaal voor Sub Signo Libelli geschreven gedichten van Gerrit Komrij. Kleis zette en drukte ze in 1978 in de Romanée, een toen net verworven letter die een van zijn favorieten zou blijven. Vijftien van de 75 gedrukte exemplaren werden voorzien van een ets van Charles Hofman, Komrij's levensgezel, en in halfperkament gebonden door Hans van der Horst, met zijn binderij De Eenhoorn eveneens op eenzame hoogte opererend.

De publicaties van de Sub Signo Libelli-pers kenmerken zich door een klassieke stijl die zich manifesteert in de letterkeuze, de rangschikking van de typografische elementen binnen de bladspiegel en het achterwege blijven van grafische frivoliteiten. Illustraties, papierkeuze en bindwijze worden fijnzinnig op elkaar afgestemd, maar bij alles blijft de hoofdrol weggelegd voor de tekst.

Het uitzonderlijke karakter van de Sub Signo Libelli-pers wordt niet alleen bepaald door de bibliofiele exclusiviteit van de uitgaven, maar vooral ook door hun literaire kwaliteit; bovendien verscheen menige tekst bij SSL voor het eerst in druk. Auteurs als Boudewijn Büch, Gerrit Komrij en Frédéric Bastet schreven op verzoek van Kleis speciaal voor Sub Signo Libelli bestemde teksten. Homoseksualiteit is een onderwerp dat niet wordt geschuwd en ook dat is op nadrukkelijk verzoek van de drukker. Minder bekend is de in 1987 overleden Peter Heringa, alias H.G. Liebentrau, van wie Kleis veel gedichten opnam in zijn fonds. Heringa vertaalde bovendien voor SSL werk van auteurs als Sandro Penna, Fernando Pessoa, Francis Ponge en William Carlos Williams.

In Het zegel van de libel - Sub Signo Libelli - Bevattende een bibliografie van de pers najaar 1983 -februari 1999 (De Buitenkant/Museum van het Boek; fl. 38,50) worden alle uitgaven nauwkeurig beschreven door R. Breugelmans, die in 1983 het eerste deel van de SSL-bibliografie verzorgde. Aan het slot van het boek is een lijst opgenomen met de namen van alle lettertypen waarover Kleis 'in lood' kan beschikken. Het overzicht, gezet in een klein lettertype, omvat lettertypen uit vijf eeuwen en beslaat anderhalve pagina.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden