Bewijs maar eens dat het de pillen waren

Uit het niets doodden ze hun vrouw, hun ex, hun kind. En allen slikten ze antidepressiva, die plots agressie kunnen oproepen. Waren die de oorzaak? Rechters zoeken houvast bij getuige-deskundigen, maar die zijn erover met elkaar in conflict, tot tuchtzaken aan toe.

Beeld Monique Bröring

Op een oktoberochtend in 2013 schilt moeder Aurélie nog een appel voor haar dochter, zet ze koffie voor de thuiszorg, geeft ze haar gehandicapte zoontje te eten en dan, een paar uur later, snijdt ze de keel van haar kinderen door met een keukenmes. Als agenten in haar woning komen, vinden ze het 6-jarige meisje levenloos onder een dekentje in de woonkamer, haar hals dichtgeplakt met pleisters.

Advocaat Alrik de Haas: 'Ik heb bij alle verhoren gezeten en het is mijn diepste overtuiging dat deze daad volledig out of character is. Welke moeder krijgt het voor elkaar om haar eigen kinderen te doden? En dan op deze manier? Ze herhaalde steeds: 'Wat bezielde mij?''

Ook de 41-jarige vader uit het Brabantse Reek die op een zondagavond in 2013 zijn vrouw doodsteekt en zijn zoon ernstig verwondt, vraagt zich nog iedere dag af waar het is misgegaan. Advocaat Mark Nillesen: 'Zijn vrouw was zijn grote steun en hij heeft haar op een vreselijke manier om het leven gebracht. Hij had geen enkel motief.'

Plotselinge, heftige uitbarstingen van agressie bij mensen die daarvoor nooit gewelddadig waren: de afgelopen drie jaar hebben rechters zeker tien keer over zo'n zaak moeten oordelen. Een vrouw die haar man en dochter ombrengt met een bijl, een vreedzame man die zijn ex-vrouw doodt bij de verdeling van de inboedel. Als Johan S. in 2014 uit het niets zijn vrouw doodsteekt en zijn zoon verwondt, is dat voor de familie van het slachtoffer onverklaarbaar.

Experts ruziën over antidepressiva en geweld

Rechtszaken over agressie en antidepressiva worden bemoeilijkt doordat deskundigen het in toenemende mate onderling oneens zijn. Lees hier het volledige nieuwsbericht.

De overeenkomst: allemaal slikten ze antidepressiva, zogeheten ssri's, medicijnen die soms onverwachts agressie opwekken. Dat zou vooral gebeuren bij schommelingen in doseringen: als patiënten onregelmatig slikken, net zijn begonnen of stoppen. In bijna alle rechtszaken is daarvan sprake.

Maakt dat daders minder toerekeningsvatbaar? Hebben ze recht op een lagere straf? Het is een vraag die voor rechters lastig te beantwoorden lijkt. Het Openbaar Ministerie en advocaten halen een keur van deskundigen naar de rechtszaal, maar die verschillen van mening over het effect van de medicatie. Advocaten laten het bloed van verdachten onderzoeken op afwijkend dna en vragen wetenschappers zelfs om in de gevangenis met verdachten te experimenteren. Maar hoe de resultaten te duiden? Daarover bestaat verdeeldheid.

Partijdigheid en gebrek aan kennis

In de twee laatste zaken, van moeder Aurélie en de vader uit Reek, zijn de meningsverschillen zo hoog opgelopen dat de gerechtelijk deskundigen elkaar nu binnen en buiten de rechtszaal beschuldigen van partijdigheid en gebrek aan kennis. Ze hebben aangifte gedaan en tuchtklachten ingediend.

In het hoger beroep van de zaak-Reek komen binnenkort liefst zes deskundigen aan bod, vertelt advocaat Nillesen: 'Dat wordt een spel op het scherp van de snede.' Onlangs werd zelfs de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche ingevlogen om commentaar te geven. Advocaat De Haas: 'Het is zulke ingewikkelde materie dat ik ook buiten de landsgrenzen zoek.' Ook forensisch arts Selma Eikelenboom komt geregeld over vanuit de VS.

Die verschillen van inzicht lijken niet in het voordeel van de verdachte. Waar Amerikaanse rechtbanken in zogeheten 'Prozac killings' daders soms ontoerekeningsvatbaar verklaren en vrijspreken, oordelen rechters hier strenger. Van de strafzaken rond antidepressiva die de afgelopen drie jaar zijn gepubliceerd, stelde de rechter slechts in één geval helder dat de medicatie aanleiding was voor een lagere straf.

De toelichtingen die rechters bij hun vonnissen publiceren, maken duidelijk dat het ze aan houvast ontbreekt. Als de deskundigen er onderling al niet uitkomen, dan zij al helemaal niet. Ze slagen er niet in, schrijven ze menigmaal, om conclusies te verbinden aan het gebruik van de antidepressiva.

Als rechters al tot een mildere straf besluiten, dan gebeurt dat omdat bij daders een stoornis is geconstateerd, een psychose bijvoorbeeld. Zo'n stoornis biedt juridisch gezien wél houvast. 'Voor rechters zijn deze zaken vaak een sprong in het duister', zegt de Groningse hoogleraar Anton Loonen, de meest gevraagde deskundige op het gebied van antidepressiva.

Volgens forensisch arts Selma Eikelenboom is dat het effect van de getuigenissen die sommige deskundigen afleggen. 'Ze zaaien twijfel. Net als de wetenschappers in de jaren zestig, toen het over roken en longkanker ging. Door die twijfel worden ook nu talloze mensen het slachtoffer.'

Zeldzame bijwerking

Over een ding zijn alle deskundigen het eens: er bestaat een verband tussen antidepressiva en ernstige agressie. Tot nu toe is dat vooral bij jongeren aangetoond. Bij volwassenen ontbreekt hard bewijs. Toch vermelden de meeste bijsluiters agressie wel als bijwerking - óók voor volwassenen.

'We weten niet precies waaróm mensen agressief kunnen reageren', zegt Robbert-Jan Verkes, klinisch farmacoloog en hoogleraar forensische psychiatrie. 'Maar ik weet zeker dat het kán.' Het is een zeldzame bijwerking, zegt hij. Maar met ruim een miljoen Nederlanders die antidepressiva slikken kan ook een zeldzame bijwerking forse problemen geven.

Hoe antidepressiva tot agressie kunnen leiden, daarover bestaan uiteenlopende ideeën. Antidepressiva nemen in de eerste weken de remmingen weg, terwijl de wanhoop pas later verdwijnt. Die combinatie kan fatale gevolgen hebben. Andere wetenschappers vermoeden dat antidepressiva het stress-systeem prikkelen. De medicijnen kunnen ook acathisie veroorzaken, een drang om te bewegen die zich uit in extreme, explosieve onrust.

Houden die theorieën stand in de praktijk? Getuige-deskundige Loonen zegt dat bij alle zaken hetzelfde dilemma speelt: lever maar eens overtuigend bewijs dat de vrije wil er op het moment van de daad door de antidepressiva niet aan te pas is gekomen. Wie kan in het hoofd van een verdachte kijken?

Loonen: 'Ik ben ervan overtuigd dat antidepressiva tot agressie kunnen leiden, maar er zijn meer factoren die een rol spelen. Ik kan alleen tot een inschatting komen.' Hoogleraar Verkes: 'Het antidepressivum kán soms de doorslaggevende factor zijn.'

Advocaten neigen er soms naar om alle schuld op de antidepressiva te schuiven, zeggen ze. 'Maar dat', zegt Loonen, 'doet onvoldoende recht aan de complexe werkelijkheid.'

Geagiteerd

In de zomer van 2013 barst de strijd tussen de deskundigen los. In de Pompekliniek vindt dan een bijzonder onderzoek plaats: hoogleraar Verkes heeft opdracht om daar de veroordeelde Ids I. te onderzoeken. De Fries heeft zijn ex-vrouw, haar vriend en vriendin neergeschoten. Tijdens een gruwelijk bloedbad komt de vriendin om in de dakgoot. De vriend loopt een hersenbeschadiging op.

In gevangenschap krijgt Ids bij wijze van experiment elke dag het antidepressivum paroxetine óf een placebo. Verkes doet een interessante ontdekking: Ids reageert duidelijk geagiteerd op de dagen dat hij antidepressiva krijgt. Een prachtig onderzoek, zegt Loonen, met een overduidelijk resultaat.

Maar in de rechtszaak loopt het volledig mis. Volgens de twee hoogleraren komt dat door de manier waarop een derde deskundige de zaak presenteert.

Forensisch arts Selma Eikelenboom schrijft in een rapport dat Ids acathisie had, een ontregelende onrust. De verdediging zet alles in op die theorie, maar het bewijs ontbreekt dat Ids daar op de dag van de moord last van had. Gevolg: de rechtbank veegt alle theorieën van tafel, oordeelt dat paroxetine dús geen rol kan hebben gespeeld en veroordeelt hem tot 24 jaar cel.

Loonen: 'Ik ben echt van mening dat Ids onrecht is aangedaan. Eikelenboom heeft de rechters op een dwaalspoor gezet. Dat mag niet nog eens gebeuren.' Eikelenboom kaatst de bal terug: 'Dat lag meer aan zijn eigen, niet erg overtuigende getuigenis', zegt ze.

Dna-afwijking

Het tweede gevecht laat niet lang op zich wachten.

Eikelenboom heeft een paar jaar eerder in de rechtszaal een nieuwe theorie gelanceerd. Bij een aantal verdachten heeft ze aangetoond dat ze een dna-afwijking hebben waardoor enzymen die in de lever medicijnen moeten afbreken, niet goed werken. Dat kan hogere spiegels van antidepressiva in het bloed geven, met mogelijk levensgevaarlijke gevolgen.

Ze zegt: 'Als mensen met zo'n dna-afwijking geen antidepressivum hadden geslikt, hadden ze geen delict gepleegd. Hoeveel Germanwings-vliegtuigen moeten er nog neerstorten voordat mensen dit willen horen?'

Voor advocaten is ze een prettige deskundige. Om rechters te overtuigen hebben ze feiten nodig en die lijkt Eikelenboom te kunnen leveren. Met een bloedtest kan ze enzymen met een afwijkende werking aantonen. 'In combinatie met bepaalde medicijnen kan dat fout gaan', zegt ze.

Collega-deskundigen vinden deze theorie te kort door de bocht. In het hoger beroep tegen Grietje S., die haar zoontje wurgde en met haar dochtertje de sloot inreed, zegt een psychiater dat Eikelenboom 'haar hand overspeelt'. Grietje, die het antidepressivum venlaxafine slikte, heeft zo'n enzymafwijking, maar dat wil volgens hem nog niet zeggen dat ze dús agressief wordt. Het hof verwerpt haar rapport en stelt dat ze de zaken te simpel voorstelt.

De strijd in de rechtbank zet de Rotterdamse hoogleraar farmacogenetica Ron van Schaik aan het denken. Hij doet zelf onderzoek onder gebruikers van antidepressiva. Hij schrijft de onderzoeksrechter dat er onvoldoende bewijs is dat juist mensen met niet goed werkende enzymen gewelddadig worden.

'Charlatan'

En dan ontploft de zaak. In februari dit jaar wordt Eikelenboom in de zaak-Reek als deskundige benoemd, tegen de zin van hoogleraar Loonen, die ook is gevraagd. Tegen een journalist van het Brabants Dagblad omschrijft hij haar als 'charlatan'. Hij zegt in de krant: 'Dit is nu al de derde keer dat deze vrouw met een soort overvaltactiek verwarring veroorzaakt bij een rechtszaak.'

De dag erna moet Loonen verschijnen bij de zaak van moeder Aurélie. Daar overhandigt hij de rechtbank rapportages waarin hij de deskundigen van de verdediging bekritiseert.

De eerste aanval richt zich op de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche, die een veelbesproken boek schreef over de farmaceutische industrie, door hem 'dodelijke, georganiseerde misdaad' genoemd. Loonen noteert dat hij vermoedelijk aan een ziekte lijdt waardoor hij 'ernstig ontremd' is geraakt. 'Ik heb hem nooit onderzocht, maar als professional zeg ik: dat zou wel moeten gebeuren.'

Over Eikelenboom schrijft hij dat ze 'wellicht niet over voldoende brede wetenschappelijke kennis beschikt'. Hij wijst er fijntjes op dat Eikelenboom een eigen bedrijf heeft, dat de bloedtesten uitvoert. Door de enzymen als 'allesbepalende factor' naar voren te schuiven, trekt ze een 'rookgordijn' op voor de rechtbank.

De twee deskundigen zijn woedend. Gøtzsche dient een klacht in bij de universiteit van Groningen, waar Loonen is aangesteld. Eikelenboom stapt naar het medisch tuchtcollege en doet aangifte van smaad en laster. 'Zo ga je niet om met collega's', zegt ze. 'Hij heeft zich aan de wet te houden.'

Eikelenboom beschuldigt Loonen op haar beurt van belangenverstrengeling. 'Hij wordt betaald door de farmaceutische industrie. Dan kan hij nooit onafhankelijk zijn.'

Loonen kreeg in drie jaar tijd inderdaad 7.400 euro voor het geven van cursussen voor het CINP, een internationale wetenschappelijke vereniging. De cursussen werden gefinancierd door de Franse farmaceut Servier.

'Ik trek vanaf het begin juist ten strijde tegen antidepressiva', reageert Loonen. 'Een getuige-deskundige staat onder ede. Als mensen door medicijnen in moeilijkheden komen, dan kunnen ze rekenen op mijn deskundigheid.'

Na de klachten nodigt Loonen Eikelenboom en Gøtzsche in een brief uit voor overleg. Het is van belang, schrijft hij, dat de rechter adequaat wordt geïnformeerd. Ze hebben er niet op gereageerd.

Goede vader

De strijd tussen de getuige-deskundigen maakt een ding pijnlijk duidelijk: er moet meer helderheid komen over de rol van antidepressiva bij agressie. De eerste stap: onmiddellijk na een delict vragen naar medicatiegebruik en als sprake is van antidepressiva, bloed afnemen. Dat gebeurt nog nauwelijks, zegt advocaat De Haas, en daardoor is vaak onduidelijk hoeveel antidepressiva een verdachte heeft geslikt.

Hoog tijd om grondig uit te zoeken waarom sommige mensen zo heftig reageren op antidepressiva, vinden advocaten, psychiaters en deskundigen. Patiënten zouden langdurig moeten worden gevolgd, vanaf het moment dat ze hun pillen ophalen in de apotheek, meent Loonen.

Ook zou bij verdachten moeten worden onderzocht hoe ze reageren op antidepressiva, vindt Verkes, net als in de gevangenis bij de Friese Ids. 'Het is van wezenlijk belang dat we begrijpen waar dit vandaan komt.'

Johan S., de man die zijn vrouw ombracht en zijn zoontje neerstak, lijdt echt onder wat hij heeft gedaan, zegt zijn advocaat Bart Visser. 'Deze man stond bij iedereen bekend als een leuke, goede vader.' Aanklagers en rechters zijn nu nog terughoudend, zegt Visser, maar over tien, vijftien jaar, zal dat anders zijn. 'Dan kijken we terug en denken we: de zaken van toen zijn niet goed beoordeeld. Dan liggen er bewijzen.'

Aanvullingen en verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel stond ten onrechte dat de familie van de slachtoffers van Johan S. het in de rechtszaal voor hem opneemt. De familie laat weten dat zij in de rechtszaal alleen heeft laten blijken dat ze compleet verrast was door zijn daad en hem zo niet kende.

Tien uitspraken in drie jaar

De afgelopen drie jaar hebben rechters zeker tien keer over een zaak moeten oordelen waarbij iemand tot een plotselinge geweldsuitbarsting kwam - en antidepressiva slikte.

In februari 2008 schiet Ids I. zijn ex-vrouw, haar nieuwe partner en diens ex-vrouw neer. De vriendin komt om in de dakgoot. De vriend loopt een hersenbeschadiging op. Ids I. wordt veroordeeld tot 24 jaar cel.

In september 2008 doodt Elzelien K. uit Badhoevedorp haar man en dochter met een bijl. Ze deed ook een poging zichzelf van het leven te beroven. Ze wordt verminderd toerekeningsvatbaar verklaard en veroordeeld tot zeven jaar cel.

In juni 2009 schiet een man in Rijswijk een kogel door het hoofd van de nieuwe vriend van zijn ex-vriendin. Uitspraak: 15 jaar cel.

In april 2011 vermoordt Alasam S. zijn vriendin met een brandblusser en schiet hij een politieman dood. Hij wordt veroordeeld tot zes jaar en tbs.

In december 2012 wurgt Grietje S. haar 2-jarige zoontje en rijdt ze met haar 7-jarige dochtertje het water in. Ze wordt ook na het hoger beroep verplicht opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

In april 2013 steekt een vader in Reek zijn echtgenoot dood en verwondt zijn 12-jarige zoon. Hij wordt veroordeeld tot vier jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Zijn advocaat heeft hoger beroep aangetekend.

In oktober 2013 doodt Aurélie V. haar 6-jarige dochter en 8-jarige zoon met een keukenmes. Ze wordt veroordeeld tot negen jaar cel en tbs met dwangverpleging. Haar advocaat heeft hoger beroep aangetekend.

In januari 2014 steekt William R. zijn ex dood met een mes. Ze hadden ruzie over de verdeling van de inboedel. Hij wordt veroordeeld tot veertien jaar cel.

In maart 2014 doodt Johan S. zijn vrouw, en doet hij een poging tot moord op zijn 10-jarige zoontje. Hij is veroordeeld tot tbs met dwangverpleging.

In mei 2014 doodt M.S. zijn broer door hem met een kandelaar op het hoofd te slaan. Uitspraak: plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden