Bevruchtte deze dokter vrouwen met zijn eigen sperma?

Rechter doet vandaag uitspraak in zaak van 22 donorkinderen

Gebruikte fertiliteitsarts Jan Karbaat in zijn kliniek zijn eigen sperma om vrouwen mee te bevruchten? De vermoedens zijn zo sterk dat 22 donorkinderen eisen dat zijn dna mag worden gebruikt voor verwantschapsonderzoek. Vandaag doet de rechter uitspraak.

Beeld getty

Fertiliteitsarts Jan Karbaat gebruikte vermoedelijk jarenlang stiekem zijn eigen sperma om vrouwen met een kinderwens te insemineren. De rechtbank bepaalt vandaag of 22 donorkinderen die vermoeden dat zij afstammen van de onlangs overleden Karbaat, het dna uit zijn tandenborstel en steunkousen mogen gebruiken om te toetsen of hij inderdaad hun vader is.

Wat bezielde de arts om in plaats van anonieme donoren heimelijk zijn eigen genetisch materiaal te gebruiken om vrouwen in zijn kliniek te bevruchten? Het antwoord is met Jan Karbaat in het graf verdwenen, want op 11 april overleed de arts. Hij werd 89 jaar. Een halfjaar eerder had hij in een laatste interview met het AD nog stellig ontkend zijn eigen sperma in te zetten voor vruchtbaarheidsbehandelingen. 'Mijn prostaat is lang geleden verwijderd. Dus ik kan niet eens sperma doneren.'

Toch zijn er zware vermoedens: sommige kinderen lijken wel heel erg op de fertiliteitsarts. Ook vonden enkele moeders het destijds vreemd dat Karbaat soms vlak voor de inseminatie naar een zijkamertje verdween om vervolgens terug te komen met een bekertje 'vers zaad'.

De verdenkingen van moeders en kinderen deden hem niets, beweerde Karbaat echter. 'Ik heb het verwerkt, sta erboven en lach om elke klacht.'

Jan Karbaat

Karbaat begon zijn carrière in de jaren vijftig als tropenarts in het Militair Hospitaal in Suriname. Daar deed hij naar eigen zeggen ook zijn eerste inseminaties. Hij vroeg een verpleegkundige uit het ziekenhuis sperma te leveren. In de jaren zeventig was hij medisch directeur in het Zuiderziekenhuis in Rotterdam, waar hij zich ook bezighield met kunstmatige inseminatie. Hij vertrok daar in 1979 vanwege een conflict met medisch specialisten en maakte vervolgens snel furore met zijn onderwijl opgerichte particuliere spermabank in Barendrecht. Voor hem was het eenvoudig: 'Vrouwen willen baby's en het blijkt dat ze daar alles voor over hebben, zelfs ingrijpende operaties', zei hij in een interview.

Karbaat hielp ook alleenstaande vrouwen met een kinderwens, in tegenstelling tot sommige collega's. 'Typisch gezwets van oudere gynaecologen', noemde hij hun ethische bezwaren daartegen. 'Om zwanger te worden moesten zij in het verleden hun heil zoeken bij loslopende mannen die ze in een kroeg oppikten. Of ze lieten een kennis wat zaad produceren in de keuken, dat vervolgens met de slagroomspuit naar binnen werd gebracht. Dat soort toestanden vonden we onverantwoord.'

Jagen

In 1995 meldde hij trots dat via zijn spermabank 40 duizend kinderen op de wereld waren gezet. 'En nog steeds gaan er elke week tweehonderd porties sperma de deur uit voor 35 klinieken in het land.' Of die getallen kloppen is niet te achterhalen, maar de journalist die destijds met hem sprak, repte van een 'regelrechte winkel in spermacellen' te Barendrecht. Over Karbaat: 'Hij noemt zijn werk een sport, het is vooral 'jagen' om zo snel mogelijk aan de kinderwens van vrouwen te voldoen.'

Wellicht dat die kennelijke haast eraan bijdroeg dat Karbaat ook zijn eigen genen gebruikte. Hij was in elk geval wars van regeltjes, blijkt uit interviews. 'Als je in dit land een kip wilt slachten, moet er al een keurmeester aan te pas komen', sprak hij verbolgen. In 2004, toen het inmiddels verboden was anonieme spermadonoren te gebruiken, gaf hij toe: 'Ik krijg hier van die stoere binken die zeggen: 'Ik wil wel donor worden maar dat kost 500 euro per portie'. Dat is illegaal, maar ik moet eerlijk zeggen: ik heb er weleens over gedacht.'

Vanaf 2007 moesten vruchtbaarheidsklinieken verplicht een zogenoemde WVKL-erkenning aanvragen bij het ministerie. Jan Karbaat kreeg eind 2008 de Inspectie voor de Gezondheidszorg op bezoek, die kwam kijken of MC Bijdorp wel voldeed aan de eisen voor een dergelijke erkenning. De inspecteur was bepaald niet te spreken over de toestand in Barendrecht. Karbaat kreeg geen goedkeuring. Per 1 januari 2009 werden de deuren van de kliniek daarom voorgoed gesloten.

De jaren daarna druppelden de meldingen van misstanden bij MC Bijdorp binnen, met name nadat de overheidsorganisatie Fiom in 2010 een dna-bank had geopend waarmee kinderen van anonieme donoren op zoek konden naar verwanten. Kinderen van dezelfde moeder die was verteld twee keer te zijn geïnsemineerd met zaad van dezelfde donor, bleken nu ineens geen volle broers en zussen van elkaar te zijn. Ook bevatten donorpaspoorten valse informatie over uiterlijk en beroep van de donorvader.

Twee onderzoekers die in opdracht van de minister probeerden wijs te worden uit de in beslag genomen archieven van MC Bijdorp, rapporteerden in 2015 dat er 'een soort administratie is gedaan (niet bijgehouden) door een amateur die niet begrijpt hoe belangrijk deze documenten kunnen zijn voor nakomelingen, patiënten en donoren'.

Dossiers zijn onvolledig, 'veelal zien we wat sporadische gegevens op losse papiertjes genoteerd'. Genetisch materiaal komt bovendien deels uit Duitsland, noteerden de onderzoekers. 'Geen contracten, wel rekeningen.'

Sperma van meerdere mannen blijkt soms gemengd waardoor helemaal niet meer is te achterhalen van wie een vrouw zwanger is geworden. Dit erkende Karbaat in zijn laatste interview ook. Volgens hem was de kans op bevruchting zo groter, omdat zaadcellen harder zouden zwemmen als ze concurrentie hebben. 'Elke kliniek deed het, alleen niemand gaf het openlijk toe.'

De Inspectie legde een aantal meldingen voor aan justitie: vervalste donorgegevens en de beschuldiging dat ook na de wetswijziging van 2004 in MC Bijdorp nog anonieme donoren werden gebruikt. De zaken bleken ofwel verjaard, ofwel niet te bewijzen, dus werd Karbaat nooit vervolgd.

Donorkind

Donorkind Moniek Wassenaar vertelde in 2010 in de Volkskrant over de zoektocht naar haar anonieme donorvader. Ze ontving daarop een mysterieus, anoniem bericht van iemand: 'We zouden weleens dezelfde vader kunnen hebben.' Een technisch goed onderlegde vriend wist het berichtje terug te leiden naar de afzender. Het bleek een wettige dochter van Karbaat.

Wassenaar heeft de fertiliteitsarts daarop met haar bestaan geconfronteerd. Hij ontving haar bij hem thuis in 2011. 'Het was een flamboyante, excentrieke, vrolijke man van 82', herinnert ze zich. 'Hij was ervan overtuigd dat hij de wereld een dienst had bewezen door zo vaak spermadonor te zijn. Wat het mogelijk voor die kinderen betekende, daar was hij niet mee bezig. Ik zou er een psychische stoornis op kunnen plakken', aldus Wassenaar, zelf psychiater. 'Maar laat ik dat nou niet doen. Laten we zeggen dat hij wel wat weg had van een zekere president in Amerika.'

Karbaat vertelt haar tijdens het bezoek dat hij zestig donorkinderen heeft verwekt door de jaren heen. Zelf denkt ze dat het er nog wel meer kunnen zijn, het was immers zo'n chaos in zijn kliniek. Haar getuigenis tijdens de rechtszitting op 12 mei was belangrijk, omdat zij het enige donorkind is dat Karbaat daadwerkelijk heeft ontmoet. Aan dna-onderzoek weigerde hij mee te werken.

Moniek Wassenaar Beeld Aurélie Geurts/de Volkskrant

Hoe een 'jonge Noorse god' de directeur van de spermabank bleek te zijn

De oud-directeur van een spermakliniek heeft zelf mogelijk tientallen kinderen verwekt. Nu er eindelijk een rechtszaak komt over DNA-onderzoek, blijkt de arts te zijn overleden. (+)

Rechtszaak

Met de rechtszaak hopen de donorkinderen alsnog een genetische vergelijking af te dwingen. Nu Karbaat in april is overleden, zal dat moeten via dna dat op zijn spullen is achtergebleven. De politie doorzocht op 2 mei zijn woning in Barendrecht, het pand waar voorheen de spermabank was gevestigd. Advocaat Tim Bueters van de donorkinderen had hier bij de voorzieningenrechter eerder toestemming voor geregeld. Zodoende konden onder meer Karbaats tandenborstel, steunkousen en scheergerei worden veiliggesteld voor nader onderzoek. De weduwe van Karbaat vindt dit een inbreuk op de privacy van haar overleden echtgenoot en eist de spullen terug.

Intussen werd de rechtszaak doorkruist door het nieuws dat een zoon uit een huwelijk van Karbaat zich al een tijd geleden heeft gemeld bij de dna-databank van Fiom. 'Hij vindt dat de kinderen het recht hebben te weten van wie zij afstammen', zegt Fiom-directeur Ellen Giepmans.

Het genetisch materiaal van de zoon mocht pas na het overlijden van zijn vader worden gebruikt, omdat Karbaat zelf niet instemde met het onderzoek. Vorige week werd bekendgemaakt dat er een verwantschap bestaat tussen het wettig kind en negentien donorkinderen die al in de Fiom-databank stonden geregistreerd. Zij zijn dus hoogstwaarschijnlijk door Karbaat verwekt.

De meeste donorkinderen die de rechtszaak voeren, waren nog niet aangemeld bij Fiom en hebben dus nog geen uitsluitsel. Bovendien vinden zij dat er alsnog een belang is bij het dna-materiaal van Karbaat zelf: een vergelijking van het dna van vader en kind biedt meer zekerheid over verwantschap dan een vergelijking met een halfbroer.

'Het zou wel rust brengen als die extra bevestiging er komt', zegt directeur Ellen Giepmans van Fiom. 'Bovendien zou een positieve uitspraak ook een sterk signaal zijn van de rechter aan kinderen van anonieme donoren, dat het recht om te weten van wie je afstamt zwaar weegt.'

De mogelijke kinderen van Karbaat worstelen met dubbele gevoelens. Enerzijds willen ze duidelijkheid over hun afkomst, anderzijds is er de vrees af te stammen van een oplichter. Donorkind Joey Hoofdman in EenVandaag: 'Hij heeft toch een soort van God-complex gehad. Heb ik dat dan ook?'

Is het dna van Karbaat nog wel nodig?

In de zaak-Karbaat hebben de dna-specialisten van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen voor het eerst een 'virtueel dna-profiel' van een zaaddonor opgesteld zonder daadwerkelijk te beschikken over dna-materiaal van de donor.

Volgens klinisch chemicus Jos van der Stappen van het CWZ biedt de uitkomst 99,999 procent zekerheid en is het daarmee eigenlijk niet meer nodig om materiaal van Karbaat zelf te gebruiken voor onderzoek, zoals een groep van 22 donorkinderen bij de rechter heeft geëist. 'Al snap ik dat zij graag die extra zekerheid willen.'

Doordat een wettig kind van Karbaat zich registreerde in de Fiom dna-databank, werden 19 donorkinderen onlangs 'gematcht' met het virtuele dna-profiel van Karbaat.

Andere donorkinderen die denken dat zij afstammen van de fertiliteitsarts kunnen hun dna-profiel ook laten registreren bij Fiom en laten toetsen aan het virtuele dna-profiel. Door alle publiciteit rondom anoniem donorschap schreven afgelopen weken 38 nieuwe donorkinderen zich in bij de dna-databank, evenals 13 tot nog toe anonieme spermadonoren.

De 19 reeds gematchte donorkinderen in de zaak-Karbaat hebben elkaar deze week ontmoet bij Fiom. Van der Stappen gaf hen daar een technische uitleg over hoe hij tot zijn bevindingen is gekomen.

Het vaststellen van verwantschap tussen (half-)broers en -zussen gaat normaal gesproken met een veel grotere onzekerheidsmarge gepaard dan een verwantschap tussen ouder en kind. 'Beide ouders hebben twee autosomale kenmerken waarvan ze er één doorgeven aan hun kind', zegt Van der Stappen. 'Dus als vader AB heeft en moeder CD, kan het zijn dat één kind de combinatie AC bezit en het andere kind BD. Dan is er geen overlap tussen broers en zussen.'

In de zaak-Karbaat is er wel zekerheid verkregen doordat er een grotere 'kritische massa' van kinderen aanwezig was en bovendien een aantal moeders van donorkinderen ook materiaal heeft afgestaan. Zo kan bij deze kinderen per dna-marker worden bekeken welke kenmerken van de moeder zijn en anderzijds welke kenmerken dus van de donorvader komen. Door ook de potentiële donorkinderen per dna-marker te vergelijken en deze gegevens te combineren wordt het dna-profiel van de zaaddonor bij elkaar 'gepuzzeld'. De profielen van andere donorkinderen kunnen vervolgens met dit profiel worden vergeleken. Van der Stappen zegt dat hij met gegevens van minimaal 8 tot 10kinderen (mannen en vrouwen) en 3 tot 5moeders tot een betrouwbaar virtueel dna-profiel van de vader kan komen.

Nadat de onderzoekers dit in de zaak-Karbaat hebben gedaan, hebben zij dezelfde methode toegepast op andere donorkinderen in de Fiom-databank. Zo zijn er nog drie grote groepen van 12, 15 en 20 halfbroers en zussen aan elkaar gekoppeld die afkomstig zijn van dezelfde anonieme zaaddonoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.