Bet, bad, bat klinken allemaal eender en de Nederlander vindt 't wel best

Nederlanders spreken hun talen, denken ze. Dat klopt, alleen kan niemand ze verstaan. Neem nou ons Engels. Door Mieke Zijlmans..

U heeft gelijk, natuurlijk: uw Engels is stukken beter dan het Nederlands van Britten of Amerikanen. U beantwoordt hun kritiek op uw uitspraak van het Engels dus met hoongelach.

Deze bijdehante opstelling kan u in het internationale verkeer echter lelijk de das omdoen. De Britse foneticus Beverley Collins vermoedt dat bijvoorbeeld oud-premier Ruud Lubbers internationaal gezien veel meer had kunnen bereiken wanneer zijn uitspraak van het Engels beter zou zijn geweest. ‘Lubbers is echt heel moeilijk te verstaan’, zegt hij.

De Europese Unie deed in 2006 onderzoek naar de uitspraak van het Engels van niet-moedertaalsprekers, en constateerde een denkfout bij de Nederlanders. Gevraagd naar hun vermogen in het Engels een geslaagd gesprek te voeren, zegt van de overige Europeanen 20 tot 30 procent dat te kunnen; van de Nederlanders zegt 80 tot 90 procent dat hun Engels succes garandeert.

Uit het EU-onderzoek bleek vervolgens dat een kwart van de Nederlandse bedrijven zichzelf benadeelt tijdens onderhandelingen in het Engels. Conclusie: Nederlanders lijden aan zelfoverschatting.

Volgens fonetici wortelt het probleem niet in het gebrek aan woordenkennis. Hinderlijke fouten in de uitspraak van het Engels maken ons gewoon slecht te verstaan.

Wat is het belang van een goede uitspraak, en hoe kunnen we die zodanig verbeteren dat we beter verstaanbaar worden? Dat zijn de centrale vragen tijdens het symposium ‘Uitgesproken Engels’, dat op 24 en 25 juni in Utrecht wordt georganiseerd door de Universiteit Utrecht en de Amsterdamse Vrije Universiteit.

Beverley Collins, verbonden aan het Centre for Linguistics van de Leidse Universiteit, is een van de sprekers. Hij schrijft boeken over de uitspraak van het Engels, waaronder het leken-leerboek Sounding Better.

‘Elke taal heeft zijn eigen problemen met de uitspraak van het Engels’, zegt Collins. Nederlanders spreken live muziek (spreek uit laajjvv: levend) uit als life (laif: leven) muziek, aldus Collins. Rice (rijst) en rise (opstaan) klinken hetzelfde, terwijl in rise de klinker langer moet worden vastgehouden en de s klinkt als een z.

Dat laatste kunstje, die z, maakt deel uit van een bijzondere handicap van het Engels. In het Nederlands wordt de laatste medeklinker van een woord altijd stemloos: leg duim en wijsvinger tegen het strottenhoofd en zeg ‘Bob’.

U zegt in werkelijkheid ‘Bop’: uw keel trilt niet bij de laatste letter, uw tweede b is stemloos. Spreek die b nu hetzelfde uit als de eerste, en uw keel trilt wel: u zegt nu ‘Bobbb’ op zijn Engels, met een stemhebbende eindklank.

Zo worden in de mond van Nederlanders de eind-z een s, de v een f, en de g een k. Dat maakt het Engels van Nederlanders voor buitenlanders slecht verstaanbaar. Collins: ‘Probleem is niet dat Nederlanders soms een misser maken, het punt is dat ze reeksen fouten aan elkaar breien, waardoor ze niet worden verstaan.’

Voor Rias van den Doel hoort het fout uitspreken van stemhebbende woordeinden tot de drie belangrijkste struikelblokken in het Engels. ‘Daardoor klinken crap (stront) en crab (krab) hetzelfde’, zegt Van den Doel.

Ten tweede hebben Nederlanders moeite met met de uitspraak van sommige klinkers: zo worden full (vol) en fool (idioot) beide ‘foel’ door een verkeerde uitspraak van de klinker in het tweede woord. Sociolinguïst Van den Doel doceert Engelse uitspaak in Utrecht. Hij is medeorganisator van het symposium.

De combinatie van weglaten van stemhebbendheid en gekluns met klinkers leidt tot een ratjetoe aan misverstanden. Nederlanders spreken eggs (eieren), ex (ex) en axe (bijl) hetzelfde uit. En ook bed (bed), bet (wedden, weddenschap), bad (slecht), en bat (vleermuis/knuppel) klinken eender.

Van den Doel: ‘De Engelse a klinkt vaak zoals de open Utrechtse a in ‘dak’. Nederlanders vinden die ongewenst plat klinken, ze vervangen hem door een e. Dan zeg je bijvoorbeeld celery (bleekselderij) wanneer je salary (salaris) bedoelt.’’

En ten derde leggen Nederlanders vaak de klemtonen in woorden verkeerd, ze zeggen op z’n Hollands polítics in plaats van pólitics.

Uitspraakfouten wortelen volgens Van den Doel in het middelbaar onderwijs: er is te weinig aandacht voor uitspraak. Het symposium in Utrecht beraadt zich op de vraag hoe het internationale Engels van de Nederlanders idealiter zou moeten klinken, ‘omdat Engels wereldwijd nou eenmaal steeds belangrijker wordt’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden