profielpeter wohlleben

Bestsellerauteur Peter Wohlleben stelt bomen voor als mensen: snijdt dat hout?

De Duitse boswachter Peter Wohlleben boekt wereldwijd succes met zijn werken over ‘het verborgen leven van bomen’ of ‘het innerlijke leven van dieren’. Ook in zijn nieuwste boek schuwt hij de vergelijking met mensen niet. Snijden zijn beweringen hout?

Beeld Eline van Strien

Kunnen planten horen? De vaste schare lezers van de Duitse boswachter Peter Wohlleben kan het antwoord wel raden, ook zonder zijn nieuwste boek te raadplegen. En jawel, het staat op pagina 65 van De geheime band tussen mens en natuur dat deze week verschijnt: de vraag ‘kan ik met een duidelijk ‘ja!’ beantwoorden’, schrijft de bestsellerauteur.

Dat was immers in 2017 gebleken uit onderzoek bij de zandraket, waarnaar Wohlleben verwijst. De wortels van het eenjarige plantje groeiden in de richting van uitgezonden geluidsgolven, ‘klikjes’ met een frequentie van 200 hertz. Ook kunnen de plantjes zulke geluiden zelf produceren. Dat zegt vooral dat geluid een invloed heeft op de plant, maar betekent het dat die plant kan horen?

Wohlleben noteert het met bravoure en dat is typerend voor zijn aanpak. De boswachter, sinds zijn bestseller Het verborgen leven van bomen uit 2015 wereldwijd bekend, kent aan bomen, dieren en planten permanent menselijke eigenschappen toe.

Bomen zijn intelligente wezens, want hun wortelpunten bevatten ‘hersenachtige structuren’, verkondigde hij in dat boek. Ze communiceren met elkaar via een soort ondergronds internet, een web van schimmelstructuren. Ze waarschuwen voor gevaar, zoals acacia’s een giftige geurstof naar soortgenoten verspreiden wanneer giraffes hen aanvreten. De sterken ondersteunen de zwakkere broeders.

In zijn nieuwste boek voegt hij daar meer aan toe. Bomen hebben gevoelens, ze hebben een hartslag en ze houden ervan geaaid te worden. Door dat laatste produceren ze meer jasmonzuur, wat de groei bevordert en de plant stimuleert zijn hoofdloot dikker en stabieler te maken.

Trend

Daarmee haakt hij aan bij een bredere trend in de populaire wetenschap. Of misschien moeten we wel zeggen: de wildgroei in de boekenwereld, die het populaire vakgebied heeft hervonden. Het leidt tot titels als De wijsheid van… (vul naar believen in: wolven, vogels, honden, stenen, of kruiden) of Het geheime leven van… (vissen, water, de koe, de uil).

Het verborgen leven van bomen is een klassieker in dit verband: onder exact dezelfde titel schreef de Britse bioloog Colin Tudge in 2006 al een boek met soortgelijke inhoud. En in 1993 al verscheen het boek Het geheime leven van de bomen, waarin de Amerikaan Jeffrey Goelitz geheel in de geest van zijn Nederlandse ‘spirituele’ uitgeverij Ankh Hermes ‘de dialoog met de bomen aangaat’. Twee jaar later volgde prinses Irene hetzelfde pad en zou ze bij dezelfde uitgever opzien baren met haar intieme gesprekken en warme handelingen met bomen.

Inmiddels zijn haar dialogen wat verstomd, de boeken waarin bomen, planten en andere organismen van bijzondere, vaak menselijke eigenschappen worden voorzien liggen bij bosjes in de schappen van de boekwinkel.

De spiritualiteit van toen heeft zich verplaatst naar de populaire wetenschap, die het ontdeed van de zwaarste vleugjes zweverigheid en put uit allerhande wereldwijd onderzoek dat te pas komt.

Boude beweringen

Wohlleben heeft er een aanzienlijk aandeel in. Moeiteloos varieert hij (en anders wel zijn uitgever) met zijn titels op hetzelfde thema: na Het verborgen leven van bomen volgden onder meer Het geheime netwerk van de natuur en Het innerlijke leven van dieren. Zijn jongste, zevende boek: De geheime band tussen mens en natuur. Ondertitel: ‘Over de hartslag van bomen, onze zeven zintuigen en de vraag of planten bewustzijn hebben’ (spoiler alert: reken maar).

Ook in zijn jongste boek bewandelt Wohlleben het pad van de boude beweringen, ditmaal ondersteund door 86 wetenschappelijke bronnen, in een boek van 207 pagina’s. Snijden zijn stelligheden hout?

‘Lees dit boek en prijs u gelukkig dat u ze wel allemaal op een rijtje hebt’, recenseerde wetenschapsjournalist Simon Rozendaal in weekblad Elsevier het debuut van de ‘zweverige Duitse boswachter’. Hij vergeleek Wohlleben met Trofim Lysenko, ‘de communistische tegenhanger van Darwin’.

Lysenko was een omstreden ‘landbouwkundige’ van boerenafkomst – wat goed viel bij het bewind van Stalin – die beweerde dat een gewas als wintertarwe sneller zou rijpen en dus meer zou opbrengen wanneer het gekweekt werd in ijskoud water. Volgens zijn erfelijkheidsleer zouden die eigenschappen in volgende generaties behouden blijven. Dat bleek nonsens.

Doorgeslagen

Rozendaal is nog niet van standpunt veranderd, laat hij weten: ‘Dat bomen tot chemische communicatie in staat zijn, was al heel lang bekend. Volgens mij heeft Darwin dat zelfs al beweerd. Ze produceren een enorm arsenaal aan chemische stoffen, ter afschrikking, zoals nicotine, of om te communiceren dat ze aangevreten worden. Maar Wohlleben sloeg volledig door en maakte van bomen superwezens, als de Enten van Tolkien.’

Wohlleben baseert zich steeds op wetenschappelijke bronnen uit de hele wereld, al zijn dat er lang niet altijd veel. Elk onderzoek, uit welke uithoek van de wetenschappelijke wereld ook, dat zijn betoog ondersteunt, komt te pas.

Tegelijk kun je vaststellen dat Wohlleben soepel, zo niet behendig speelt met die inzichten. Hij geeft ze correct weer, hooguit in zijn eigen toevoegingen zoekt hij de grenzen op. Dat een boom water met tussenpozen van drie, vier uur van zijn stam naar zijn kroon transporteert, valt te meten, zoals ook is gebeurd. Maar is dat de haast menselijke ‘hartslag’ die Wohlleben ervan maakt?

De kritiek op zijn aanpak komt steevast neer op het vermenselijkte beeld dat hij schetst van bomen (en planten en dieren). Ook dat is een vertelwijze die erin gaat als koek bij geïnteresseerde leken. Een bekende loot aan die stam is het eveneens populaire boek dat in Nederland verscheen onder de titel Briljant groen – De intelligentie van planten, van de Italiaanse auteurs Stefano Mancuso en Alessandra Viola. Kernzin: ‘Behalve de vijf zintuigen van de mens beschikken planten nog over minimaal vijftien andere.’

Marco Roos, bioloog en onderzoeker Stedelijke Biodiversiteit bij Naturalis, erkent enige waarde in de populaire aanpak van Wohlleben. Het verborgen leven van bomen vond hij na lezing ‘wel aardig’. Vooral vanwege de aansprekende wijze van vertellen over complexe zaken. Roos: ‘Ik wist natuurlijk al over de communicatie van bomen via wortelschimmels. Wohlleben presenteerde dat als een soort wereldwijd wortelweb, dat vond ik wel aardig gevonden’.

‘Te weinig inhoudelijk’

Roos werd erdoor op een spoor gezet, zegt hij: ‘Zo ben ik me daar meer in gaan verdiepen en heb ik nieuwe wetenschappelijke literatuur leren ontdekken. Ik leerde zo toch weer over de synchronisatie in de mastjaren van boomsoorten in Azië en Afrika. Die hebben tegelijk goede mastjaren, en dat lijkt gecorreleerd met sterke onderlinge schimmelverbindingen.’

Tegelijk vindt Roos de drie werken van Wohlleben die hij las te mager. ‘Uiteindelijk is de informatiedichtheid toch te laag. Te luchtig en te weinig inhoudelijk.’ De Duitse boswachter is publicitair gezien ‘zijn halfwaardetijd wel een beetje gepasseerd’, denkt Roos. Daarin lag ook de reden dat de bioloog na drie boeken afhaakte: ‘Het bos is Wohllebens professie, in zijn boeken daarover vond ik hem sterker dan bijvoorbeeld in zijn boek over de tuin of over dieren. Het krijgt iets van uitmelken.’

Vandaar ook dat de naam Wohlleben nimmer valt in de colleges van Roos voor zijn Leidse studenten. ‘Hij appelleert wel aan wetenschap, maar zet niet aan het denken. Je gaat er niet anders door naar een bos kijken, je ziet hooguit hoe je dat bos met taal op een andere, ongebruikelijke manier kunt schetsen.’

Die taal is nou net de crux in de waardering voor Wohlleben. Je houdt ervan, of je verfoeit zijn antropomorfische beschrijvingen. Ze hebben Wohlleben al vaak kritiek opgeleverd van wetenschappers, die vinden dat hij doorschiet, dat hij een romanticus is.

Taal 

Zijn taal is ook waar romancier en natuurschrijver Gerbrand Bakker over viel in zijn bundel Rotgrond bestaat niet (2018). Wohlleben hanteert volgens Bakker ‘een taal die gemaakt is om het leven van mensen, deels dieren, te beschrijven. Horen, voelen, zien, ruiken. (…) Als je op de manier van Wohlleben bomen wilt beschrijven, zou je een compleet nieuwe taal moeten uitvinden. Of je zult er zó omzichtig over moeten schrijven dat je ‘menselijke’ woorden erbuiten moet laten. Je kunt niet spreken van een brein bij bomen. Dat is onmogelijk. Al is het alleen maar omdat het woord brein er is om het brein van een mens te omschrijven. Het deel van het centrale zenuwstelsel dat zich in het hoofd bevindt. Planten hebben geen zenuwen.’

Bioloog Marco Roos vindt dat een definitiekwestie. ‘Als je het begrip ‘brein’ als alleen iets menselijks definieert, dan heeft Bakker gelijk. Maar dat maakt de materie niet inzichtelijker. Want waar ligt dan de grens: heeft een bonobo geen brein? Een kraai? Als je spreekt over een structuur, een verzameling zenuwknopen in een schedel, dan hebben vissen dat ook. Als je met ‘brein’ doelt op een capaciteit, het vermogen tot gerichte reacties op prikkels, dan hebben planten dat ook.’

In interviews en in zijn boeken heeft Wohlleben zich verweerd tegen die kritiek. Zijn woordgebruik is het gevolg van een bewuste keuze, verzekerde hij onder meer De Correspondent. ‘Ik schrijf over wetenschappelijke kennis die er allang is’, erkende hij. Bijvoorbeeld over beuken die onderling water en voedingsstoffen uitwisselen – ‘maar die geen aandacht krijgt, omdat wetenschappers een emotieloze taal gebruiken. Terwijl mensen juist reageren op emoties.’

Scheidslijnen

Zijn overkoepelende theorie is dat ‘de scheidslijnen tussen planten en dieren langzaam aan het oplossen zijn’. Als die ‘oplossen’, zou dat betekenen dat er iets in flora verandert. Hij bedoelt natuurlijk dat er iets wijzigt in de wijze waarop de mens naar zijn omgeving kijkt. De gebruikelijke scheidslijnen zijn, schreef hij in zijn debuut, ‘willekeurig gekozen en opgehangen aan de manier waarop ze aan hun voedingsstoffen komen: de ene bedrijft fotosynthese, de andere eet levende wezens. Grote verschillen zijn er tenslotte alleen nog in het tijdsbestek waarin informatie wordt verwerkt en in handelingen wordt omgezet. Maar zijn langzame wezens automatisch inferieur aan snelle?’

Je zou eraan kunnen toevoegen: met zijn antropomorfische beschrijvingen lijkt de boswachter met zijn bijl niet alleen in te hakken op de scheidslijnen tussen planten en dieren, maar ook op die tussen die organismen én mensen. Grote groepen van die laatste species lijken op te leven op die voedingsbodem. Wetenschappelijk verantwoord of niet: de auteur legt het geen windeieren.

Uiteraard hadden we daarover graag de boswachter zelf aan het woord gelaten. Helaas: als hij bij elke vertaling tijd moest maken voor de pers in de betreffende landen, kwam hij nooit het bos meer in, laat zijn uitgever weten. Dat zou de bomen vast verdriet doen.

Peter Wohlleben: De geheime band tussen mens en natuur. Bruna; 240 pagina’s; € 20,99Beeld Bruna
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden