Bescheiden successen op Buchmesse

Vooral het Nederlandse Literair Productie-en Vertalingenfonds heeft goede zaken gedaan op de 56ste Buchmesse, die morgenavond wordt afgesloten. De langverwachte van Abdelkader Benali en Hokwerda's kind van Oek de Jong zijn respectievelijk aan Portugal en Griekenland verkocht....

Het fonds van directeur Henk Pröpper wist buitenlandse uitgevers verder te interesseren voor Spitzen van Thomas Rosenboom (Frankrijk, Turkije), Vallende ouders van A.F.Th. van der Heijden (Frankrijk), Een liefde in Parijs van Remco Campert (Duitsland).

De prestigieuze Franse uitgever Gallimard gaat Nescio vertalen, én De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans. De Engels-Amerikaanse Overlook Press probeert het met De Avonden van Volksschrijver Reve, die tot op heden nog nooit iets in enig buitenland heeft gedaan. Dat Israël Arnon Grunbergs zojuist verschenen en hoogst onorthodoxe roman De joodse messias heeft gekocht mag met recht een van de Hollandse stunts op deze Buchmesse worden genoemd.

De meeste andere Nederlandse uitgevers voerden hun zakengesprekken ver van de openbare discussies, in rust. Een rust die werd ingegeven door een krappe beurs, of door verdriet, zoals bij Meulenhoff, waar direct na dit weekeinde de helft van het personeel het ontslag krijgt aangezegd.

De interessante forums, talkshows en presentaties vonden plaats in andere hallen dan 6.0, waar de Nederlanders zich ophielden. Grote vragen werden welopgeworpen. Voor een volle zaal werd een beroemdheid als de Hongaar Péter Esterházy (1950), die morgen in de Paulskirche de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels krijgt, zaal bijna bestraffend gevraagd welke verantwoordelijkheid een schrijver heeft. Om in verbazing het opgewekte antwoord te incasseren: goede zinnen maken. Andere vraag dan maar: wat voor visioenen krijgt Esterházy, nu zijn vaderland sinds kort tot de Europese Unie behoort? 'Visioenen, daar zijn we een beetje bang voor geworden, en op grond van de ervaringen van de 20ste eeuw hebben we daar ook alle reden toe.'

Ook verderop, in het Internationales Zentrum, lopen de zware vragen bijna stuk op de lichtvoetige replieken. Hoe is het mogelijk, wordt Juli Zeh (Bonn,1974) voorgelegd, dat zij reizen maakte naar Bosnië en Krakau. Er zijn toch vrolijker oorden denkbaar? Zeh vond echter dat er iets ontbrak in het Westen. Ze hoorde wel verhalen over de Koude Oorlog en de Oostbloklanden, maar kende de wereld aan gene zijde van de grens niet. In De stilte is een geluid (2002) deed ze nieuwsgierig verslag van haar reis door Bosnië.

Zo werden tijdens deze Buchmesse de contouren zichtbaar van een nieuw type Europese schrijver. Een type dat kenmerkend lijkt voor de net begonnen eeuw: zich bewust van de geschiedenis maar daar niet door gestempeld, zonder geloof in heilsvisioenen maar met humor, reislustig en met serieuzer belangstelling voor andere culturen dan vorige generaties bezaten.

Die voorzaten, dat zijn oudgedienden als de theoloog Hans Küng, die in weer een andere hal de aangekondigde dialoog met de Arabische wereld (de eregast van de Messe) eerder uit-dan aanzwengelde, door als grootste probleem te poneren dat de bloeitijd van de islam al weer een poosje achter ons ligt. Namelijk in de Middeleeuwen.

De stemming kwam er niet echt in. De belangstelling voor de Arabische cultuur werd bleef veelal abstract en plichtmatig, alleen met de mond beleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden