Berichten van de meetbare mens

Arnon Grunberg wilde weleens weten wat er zich in zijn hoofd en zijn lichaam afspeelt als hij aan het schrijven is. En zo kwam het dat hij zich liet behangen met elektroden. Met welk resultaat?

Beeld Robin De Puy

Gedurende twee weken, verleden jaar november, ging om een uur of tien in de ochtend steevast de bel in mijn New Yorkse appartement. Via de intercom hoorde ik vervolgens: 'Dit is Christian, ik ben hier voor de metingen.'

Een minuutje later kwam Christian binnengestapt, een ietwat bleke maar vriendelijke jongeman die aan de TU in Delft had gestudeerd en nu voor het bedrijf Eaglescience werkte. Hij was de wetenschapper, ik de schrijver.

De rolverdeling lag vast en was niet zo heel anders als die tussen verpleger en patiënt. Christian bevestigde mij via een veredelde badmuts aan elektroden. Soms moest er wat shampoo - bij gebrek aan gel - op mijn haar worden gesmeerd. Als ik geheel was aangesloten ging Christian op de bank zitten en ik ging schrijven.

Er waren momenten dat ik dacht: waarom doe ik dit ook alweer? Ik had immers jarenlang geschreven zonder een wetenschapper in mijn huis en dat was eigenlijk altijd redelijk goed gegaan.

Wat je kúnt weten, moet je weten

Maar er waren ook steeds momenten dat ik dacht: waarom heb ik nog geen zelfmoord gepleegd? Vermoedelijk is het experiment voor het proefkonijn ook een poging existentiële vragen te beantwoorden.

Wat de wetenschap betreft, en wellicht niet alleen de wetenschap trouwens: wat je kunt weten, móet je weten. Bewust kiezen iets niet te willen weten, lijkt mij uiteindelijk altijd escapisme en haaks staan op het ideaal van de zelfkennis. Of die kennis iets oplevert, is een andere discussie; een al te utilitaristische opvatting van kennis is niet bevorderlijk voor de nieuwsgierigheid en ook niet voor de kennisverwerving.

Veel weten (over de mens en zijn gedragingen) kan misschien ook een ideaal worden genoemd. Het ideaal van overheden, veiligheidsdiensten, bedrijven, cybercriminelen, bedrogen geliefdes, bezorgde ouders, amateurspionnen, schrijvers, roddelaars en nieuwsgierige buren.

Ik heb weleens een vrouw horen zeggen: 'Ik hoef niet alles te weten over mijn man.' Maar zo ben ik niet. Ik wil alles weten, ook over mezelf.

De boekenbubble

Zo schreef ik dus verleden jaar november, terwijl Christian op de bank zat en informatie aftapte. Ik voelde mij een melkkoe en dat was geen onprettig gevoel. Maar hoe was ik die koe precies geworden? Christian stond niet toevallig op een druilerige ochtend voor mijn deur.

Een jaar of wat ervoor had ik gelezen dat Amazon bijhield waar gebruikers van de Kindle ophielden met lezen. Het e-book, of beter gezegd de drager ervan, bood de mogelijkheid meer over de lezer te weten te komen dan voorheen.

Zo konden we bijvoorbeeld weten dat pakweg 75 procent van de lezers van boek x het op pagina 24 al voor gezien hield. Ook kopen en ontvangen mensen veel meer boeken dan ze daadwerkelijk lezen, nu zouden we daarvan de bevestiging kunnen krijgen. Ik vrees dat 50 procent van de boeken die in Nederlandse huizen staan nooit zijn gelezen en dat lijkt me een voorzichtige schatting. Wat dat betreft hebben we niet alleen een huizenbubble gehad en een internetbubble maar ook een boekenbubble.

Beeld Robin De Puy

Puur voor het genot van het weten

Je kon, zo dacht ik, ook nagaan of de lezer bepaalde passages langzamer dan wel sneller leest dan andere, welke passages worden overgeslagen en welke passages worden herlezen. Zonder al te veel moeite waren deze gegevens te koppelen aan leeftijd, geslacht, postcode (lees: sociale klasse) van de gebruiker.

Niet dat de schrijver zich ook maar iets zou moeten aantrekken van deze kennis - de schrijver is en blijft een dictator in het diepst zijn van gedachten -, maar ook hier geldt: wat je kunt weten moet je weten, al is het alleen maar puur voor het genot van het weten.

Aangezien de dragers van e-books, zo fantaseerde ik verder op een avond ruim twee jaar geleden in een gesprek met Paulien Loerts - tegenwoordig directeur van onder andere de uitgeverijen Nijgh & Van Ditmar, De Arbeiderspers en Querido - verbonden zijn aan het internet, kon je eveneens zien wie in jouw omgeving hetzelfde boek leest.

Zo zou het lezen van een e-book een natuurlijkere vorm van Tinder en Grindr kunnen worden; een manier om terloops in contact te komen met gelijkgestemden, waarbij een seksueel avontuur niet op voorhand hoeft te worden uitgesloten.

'Zou het niet aardig zijn om niet alleen na te gaan hoe de lezer leest', zo zei ik die avond tegen Paulien, 'maar ook om na te gaan welke reacties het lezen teweegbrengt? Je kunt je een apparaatje voorstellen waarop je een e-book leest, en dat tegelijkertijd hartfilmpjes van de lezer maakt.'

Een kwart eeuw

Het debuut Blauwe maandagen van Arnon Grunberg werd op 13 mei 1994 in de Volkskrant lovend besproken door Arjan Peters: 'absurd, onbeschaamd en onderhoudend (...) Grunberg vertelt alsof hem iets op de hielen zit; de doodse kilte van 'de waarheid' dat het leven niets dan schijn in de aanbieding heeft, een besef waar geen paracetamolletje tegen helpt.'

Een overzicht van 25 jaar Arnon Grunberg (want hij schreef ook al vóórdat hij debuteerde) is vanaf 30 oktober tot en met 1 februari te zien op een tentoonstelling bij Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Bij de expositie verschijnt het boek: Arnon Grunberg- Ich will doch nur, dass ihr mich liebt (Nijgh & van Ditmar; euro 29,95).

Waar hebben we het over als we het over schrijven hebben?

Nog interessanter bleek het om de hersenactiviteit tijdens het lezen te bestuderen. Opdat mensen na afloop van het lezen of halverwege niet meer de moeite hoefden te nemen een mening te formuleren; de resultaten van de metingen zouden voor zich spreken.

Ook kwam ik op de overmoedige gedachte dat het goed zou zijn niet alleen de lezer te meten, de ontvanger van de tekst, maar ook de maker ervan, de schrijver. Want waar hebben we het eigenlijk over als we het over schrijven hebben? Het zou allicht interessant zijn om na te gaan of er een relatie bestond tussen het maken van de tekst en het lezen ervan. Beleven schrijver en lezer bij identieke passages soortgelijke emoties?

Het meten van de schrijver leek mij alleen al boeiend omdat het schrijfproces steeds meer moet worden toegelicht en verklaard; het is een vast onderdeel van de literaire avond en het interview geworden. 'Hoe schrijft u? Wist u alles al toen u aan het boek begon of was het einde ook voor u een verrassing? Wat wilde u zeggen met dit boek?' wordt er steevast gevraagd.

Er is een tekst, maar wat de schrijver wilde zeggen, staat kennelijk niet in die tekst. Heel erg vreemd, maar waar. Soms moet zelfs die toelichting nog eens van een toelichting worden voorzien. Zo verhoudt het interview zich tot de tekst als de gebruiksaanwijzing tot de stofzuiger, waaraan ik moet toevoegen dat de meeste mensen ook zonder gebruiksaanwijzing weten hoe ze een stofzuiger moeten bedienen.

Tijdens interviews en literaire avonden ziet de voorkomende schrijver zich op dergelijke momenten gedwongen gebruik te maken van de beleefdheidsleugen en te doen alsof het schrijfproces, dat voor een groot gedeelte intuïtief is, het gevolg zou zijn van ernstige beraadslagingen en overwegingen.

Tijdens interviews en literaire avonden ziet de voorkomende schrijver zich op dergelijke momenten gedwongen gebruik te maken van de beleefdheidsleugen en te doen alsof het schrijfproces, dat voor een groot gedeelte intuïtief is, het gevolg zou zijn van ernstige beraadslagingen en overwegingen.

Machine wint Nobelprijs voor Literatuur

Dat intuïtieve, ja ten dele onbewuste karakter van het schrijven is ook de reden dat wij nog altijd geen goede vertaalmachines hebben, laat staan machines die romans schrijven. Met schaken zijn wij mensen verslagen door de machine.

Met taal gaat dat moeilijker, omdat taal zich kennelijk onttrekt aan een al te strikte logica en omdat de mogelijkheden bij schaken beperkter zijn dan bij het creëren van een tekst. Al sluit ik niet uit dat over vijftig jaar IBM de Nobelprijs voor Literatuur wint met de machine Deep Magic Realism II.

Daarover hoeven we niet bij voorbaat ontzet te zijn; mensen hebben zoveel Nobelprijzen gekregen, de machine mag ook weleens aan de beurt komen. Bovendien moet worden erkend dat de mens met zijn kunstheupen, gelaserde ogen, pacemakers en dergelijke zelf steeds meer opschuift richting machine.

Waarom mag de machine dan niet een beetje opschuiven richting mens? Ongetwijfeld zal er kunstmatige intelligentie opduiken die fundamentalistisch, extremistisch en bijzonder gewelddadig is, maar ook daarop zal de mens weer passende antwoorden weten te formuleren.

En als niet, als de kunstmatige intelligentie het overneemt van de niet- of minder kunstmatige intelligentie, zal dat evolutionair gezien ongetwijfeld te verklaren zijn. Er was kennelijk een verbeterde, althans sterkere versie, van de mens geproduceerd die de oorspronkelijke mens effectief verdrong.

Posthumane wereld

In die zin geloof ik dat wij ons aan het voorbereiden zijn op de posthumane wereld, oftewel een wereld waarin ons traditionele mensbeeld niet meer voldoet.

Ook daarom zei ik dus die avond tegen Paulien: 'Ik wil wel gemeten worden als ik aan het schrijven ben. Ik wil weleens weten wat dat lichaam en dat hoofd van mij uitspoken als ik aan het werk ben.'

De relatie die ik tot mijn eigen lichaam onderhoud is ietwat gedistantieerd. Het verband tussen wat ik denk en mijn lichaam is mij veelal onduidelijk. Anders gezegd, ik heb mij vaak afgevraagd waarom ik een lichaam nodig heb om te denken en of dat lichaam dat denken niet belemmert.

Ik begrijp dat lichamelijke sensaties het denken kunnen verrijken en observaties zijn voor het denken vermoedelijk onmisbaar, maar heb je om te kunnen observeren echt een heel lichaam nodig?

Ik heb weleens de fantasie gehad dat mijn denken feitelijk plaatsvond op een andere planeet en vandaar naar mijn hoofd werd gestuurd. Sterker nog, er waren diverse momenten in mijn leven dat ik vermoedde dat ik een buitenaards wezen was, maar het definitieve bewijs daarvoor is nooit geleverd.

Beeld anp

Intensief gemeten

Misschien wilde ik, bewust of onbewust, met behulp van de metingen aantonen dat ik een mens was, of juist niet, maar in het laatste geval werd het tijd om terug te keren naar mijn eigen planeet.

Gelukkig vond Paulien het eveneens een uitstekend idee dat ik eens grondig gemeten zou worden. En tot mijn verrassing stonden enkele wetenschappers te trappelen om mij te gaan meten: Ysbrand van der Werf, van het Netherlands Institute for Neuroscience, department Emotion and Cognition, en Jan van Erp van TNO.

Al ging het de wetenschappers voornamelijk om het meten van mijn lezers, want één proefpersoon (n=1) is wetenschappelijk geen proefpersoon. Zo kwam Christian in mijn leven toen ik verleden jaar november aan mijn nieuwe novelle begon te werken. De eerste twee weken van dat schrijfproces zou ik intensief gemeten worden.

De metingen waren, hoe zal ik het zeggen, intens, intenser dan ik had kunnen vermoeden. Niet alleen werd mijn hersenactiviteit gemeten, ook werd mijn hartslag gecontroleerd, er werden camera's in mijn appartement geïnstalleerd, die niet alleen emoties op het gezicht konden herkennen maar ook in de gaten hielden wat ik aan het typen was.

En er zaten plakkertjes op mijn huid die moesten nagaan hoeveel zweet ik tijdens het schrijven produceerde. Feitelijk het principe waarop de aloude leugendetector is gebaseerd.

Kleine prijs

Als Christian in de middag verdween, zette hij de camera's uit, maar daar was ik natuurlijk niet helemaal van overtuigd. Ik had het vermoeden dat ik feitelijk dag en nacht in de gaten werd gehouden. Zoals sommige mensen op de hartbewaking lagen, zo lag ik op de hersenbewaking.

Ik twijfelde er niet aan dat dit voor mijn eigen bestwil was. De wetenschappers keken dag en nacht naar mij. Net als bij psychologische experimenten was het werkelijke experiment wezenlijk anders dan de deelnemer van tevoren was verteld.

Mijn fantasie, die soms niet te onderscheiden is van achtervolgingswaan, werd gretig bediend.

Naast het wat ik maar even zal noemen psychologisch ongemak, hoewel het ongemak dikwijls ook een vorm van genot is, was er nog wat praktisch ongemak, dat zich ook weleens voordeed als genot. Zo moest er dagelijks een pleister worden geplakt op mijn borstbeen. Op die manier werd mijn hart in de gaten gehouden.

Al snel ontwikkelde zich een blauwe plek op mijn borstbeen. Kennelijk drukte Christian de pleister dagelijks - en soms ook twee keer per dag - met iets te veel enthousiasme vast, maar dat leek me een kleine prijs die ik moest betalen.

Geen camera's meer

Andere mensen geven hun organen na hun dood aan de wetenschap, ik leende ze al uit nog voor de dood had toegeslagen. Ja, zo zag ik het: ik leende mijzelf uit aan de mensenboerderij die de wetenschap soms is. Elke dag weer was mijn uier vol en met graagte liet ik mij melken.

Na twee weken verdween Christian. Hij nam de camera's mee. Ik doorzocht mijn woning om te kijken of er misschien stiekem camera's waren achtergebleven, maar ik kon niets vinden, waarmee natuurlijk niet was gezegd dat het experiment echt was afgelopen en dat er daadwerkelijk geen camera's meer in mijn appartement waren.

Ik schreef verder, zonder Christian, zonder badmuts, zonder pleister op het borstbeen, zonder dagelijks voor het schrijven naar allerlei foto's te kijken die bepaalde emoties bij me moesten oproepen, maar het moest gezegd, leven en schrijven zonder een wetenschapper in huis wende.

Van de zomer was de novelle klaar en begin september werden de eerste lezers gemeten in een laboratorium in Soesterberg. De proefpersonen lazen mijn novelle terwijl ze werden gemeten. Na afloop mochten de lezers overigens hun haren wassen, waarmee weer is aangetoond dat de lezer beter behandeld wordt dan de schrijver.

Ook ik nam hors concours deel aan deze metingen. Ik was geen zogenaamd naïeve proefpersoon, ik had het boek immers geschreven. Het lezen van eigen werk in laboratoriumsetting vond ik desalniettemin verhelderend.

Leven op de mensenboerderij

Na afloop vertelden de wetenschappers mij dat ze vermoedden dat het schrijven voor mij een cognitief proces is.

Dat verbaasde mij nauwelijks. De tweedeling tussen emotie en denken lijkt mij onhoudbaar; de emotie komt voort uit het denken. Zelfs seks is voor mij een cognitief proces. Ik denk bepaalde scenario's en produceer bepaalde beelden en soms gaat die productie van woorden en beelden gepaard met fysieke handelingen, maar lang niet altijd.

Veel emoties zijn wat mij betreft het gevolg van slordig denken en te vergelijken met een schaakzet die tot een nederlaag leidt.

De metingen hebben mijn leven grondig veranderd. Zo heb ik het vermoeden dat ik momenteel in de gaten word gehouden door een groep van Japanse wetenschappers en om die reden ben ik begonnen Japans te leren.

Zo nu en dan ga ik in de hoek van mijn appartement staan waar zich, volgens mij, nog altijd een camera bevindt en spreek een paar woorden Japans tegen mijn wetenschappers. Ach, iedereen maakt deel uit van een experiment. Sommige mensen sterven zonder ooit te hebben beseft dat ze een proefkonijn waren. Dat lijkt mij onaangenaam.

Het gaat erom dat dat experiment op zachtzinnige wijze wordt uitgevoerd. Wat dat betreft hoef ik me niet te beklagen. Ysbrand, Jan en Christian hebben zachtaardigheid hoog in het vaandel staan. En ook de Japanners gedragen zich tot nu toe uitstekend.

Nee, het leven op de mensenboerderij bevalt me wel. Als het aan mij ligt, kan het experiment nog jaren, ja misschien decennia voortduren, en het lijkt me dat de wetenschappers er ook baat bij hebben. Mijn uiers staan alweer op knappen.

Onderzoek van lezers

In november 2013 werd Arnon Grunbergs hersenactiviteit gemeten bij het schrijven van de novelle Het bestand. In november, december en januari gaat TNO de hersenactiviteit van 350 lezers meten, terwijl zij het boek lezen. De leesmetingen duren ongeveer twee uur en vinden plaats in de Universiteitsbibliotheek van de UvA in Amsterdam in een speciaal lab dat deel uitmaakt van de tentoonstelling Ich will doch nur, dass ihr mich liebt, naar aanleiding van het 25-jaar schrijverschap van Arnon Grunberg.

U kunt aan dit onderzoek deelnemen door u op te geven via www.het bestand.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden