Bepaald geen boekhouder

ALS hij 's morgens in zijn spiegel kijkt, ziet de sociaal wetenschapper Ton van Raan (52) een fysicus. Een natuurkundige die ooit in Utrecht elektronen schoot op heliumatomen....

En daardoorheen bevindt zich de kleine jongen, die stelselmatig in de encyclopedie van zijn vader zat te neuzen, thuis in het Breda van na de oorlog, een arbeidersenclave temidden van welgestelden tegen de rand van het Mastbos. De latere gymnasiast, aan het Onze Lieve Vrouwe Lyceum, die zijn eigen sterrenkijker bouwde en geleidelijk ontdekte dat hij meer van de analyse hield, dan van dat avonden turen naar de hemel.

De Utrechtse student natuur- en sterrenkunde, de promovendus, ze zijn er allemaal. Maar de fysicus tegenover Van Raan stapt straks wel gewoon op zijn fiets richting Faculteit der Sociale Wetenschappen te Leiden. Wie een socioloog zoekt, zegt hij altijd maar, moet zijn vrouw hebben.

Anderzijds bestudeert hij natuurlijk wel het wetenschapsbedrijf - en dat is een menselijke activiteit - maar wel met strikt kwantitatieve methoden. Door te tellen en te meten, door vast te stellen hoeveel een groep of vakgroep publiceert in bladen van betekenis en hoe vaak anderen daar dan weer aan refereren, en wie dat zijn. Sociologie, kortom, maar dan van het harde type.

Dat gaat als volgt. Publicaties zijn welbeschouwd verzamelingen woorden. Hij filtert daarvan per artikel tien tot twintig uit, die kenmerkend zijn. Dat is de blauwdruk, de genetische code van dat artikel, die je kunt vergelijken met die van andere artikelen. Sommige artikelen zijn nauw verwant, andere veel minder. En dus rijzen uit de zee van relaties tussen de output van vakgroepen of faculteiten eilanden op. Letterlijk zet hij de wetenschap op de kaart.

Wat alweer een veredelde vorm is van waar het in eerste instantie om begonnen is, het meten van de invloed van wetenschappers. Wiens werk wordt geciteerd, heeft invloed. En dus telt hij. Het aantal publicaties. Het aantal citaties per publicatie.

Een eindeloos werk.

Maar een boekhouder? Nee, bepaald niet. Het meten van wetenschap is zelf een wetenschap geworden. Nooit mag het routine worden. Immers, wat betekenen de cijfers die uit de berekeningen volgen?

Kwaliteit? Kwaliteit is zo imponderabel, daar zijn hele boeken over volgeschreven. Pirsig, Zen en de Kunst van het Motoronderhoud. Fantastisch boek natuurlijk, gaat over van alles, maar een antwoord op de vraag wat kwaliteit is, komt er niet uit.

Van Raan meet wat Van Raan meet, zegt hij even flauw als noodgedwongen. Kwaliteit kent meer aspecten, maar de internationale zichtbaarheid is een belangrijke, die bovendien goed meetbaar blijkt. Als hij onzin produceerde, was hij allang weggehoond, toch? En, let wel, hij vindt globaal hetzelfde als wetenschappers in onderlinge beoordelingen.

Iedere fatsoenlijke wetenschapper vindt dat het geld naar de besten moet. Iedere politicus ook. Natuurlijk. Maar laat hij eerlijk zijn, het verbaast hem al jaren hoe men toch tamelijk gemakkelijk accepteert wat hij beweert over de pieken en de dalen in de Nederlandse wetenschap. Harde woorden vallen er zelden, al is het soms niet leuk wat hij aan het licht brengt. Zeker niet als het bekenden betreft. Of vrienden, zelfs.

Excuses, uitvluchten, die zijn er wel veel en hij kent ze allemaal. Dat het vakgebied zo in elkaar steekt dat het niet aan de hand van citatie-analyse kan worden beoordeeld, is er zo een. Dat men zijn tijd zover vooruit is dat de collega's nog niet reageren: nog een. Of: dat men nog geen tijd heeft gehad zich te bewijzen.

Hout snijdt het hoogst zelden. Maar er zijn nu eenmaal onbegrepen genieën, zoals Mendel. In welk geval hij de eerste is, het te onderkennen.

Een pietlut, dat is hij ja, een gruwelijke pietlut als het moet. Hij hoort ze geregeld zuchten in Philadelphia, alwaar de medewerkers van de International Science Citation Index van Eugene Garfield het feitelijke handwerk doen, waar alle referenties bij ieder artikel in elk nummer van ieder serieus tijdschrift worden vastgelegd. Dat zijn de grondstoffen waarop een citatie-analyse wordt gebouwd. Zuchten, omdat Leiden aan de lijn is. Waarom Nuclear Physics B, volume 150 jaargang 1987, bladzijde zoveel in de index ontbreekt. Those bastards from Leiden, again.

Precies. Want je zal er als vakgroep maar net twee belangrijke publicaties op hebben staan. Hij is een beetje als een jurist. Die kan gerust een bourgondiër zijn, maar als het erop aankomt, moet hij geheel exact kunnen opereren.

De huidige hang naar extreme discipline in de wetenschap, naar het aanwijzen van de top van de top, is de typisch Nederlandse slingerbeweging. Decennialang heeft er niemand omgekeken naar het wetenschappelijke werk aan de universiteiten. En nu kan het weer niet streng genoeg zijn in de beoordeling. Goed, hij zal niet ontkennen dat zijn winkel er inmiddels met een man of vijftien wel bij vaart, maar toch. Men overdrijft. Schromelijk, wat hem betreft.

Bijvoorbeeld de huidige dans om de top van de onderzoekscholen. Prima groepen zijn er aangewezen, niets op aan te merken. Kijk er zijn boeken maar op na. Maar de afgewezenen zijn dat net zo goed. Of beter soms. Hadden ze hem maar wat gevraagd.

Maar vooral: men overdrijft in reactie op eerder extremisme. Hij heeft de Nederlandse jaren zestig als student meegemaakt. De opkomst van de democratiseringen, die hard nodig waren maar uiteindelijk verstikkend werkten. Overdrijving, dát was het. De oppermacht van de radenrepublieken. Het heeft de oude universiteiten misschien boven water gehouden in de vloedgolf van studenten, maar de Nederlandse wetenschap heeft het weinig goeds gebracht.

Nog net in de Leidse tijd van In 't Veld, de latere staatssecretaris, is hij als fysicus bij de universiteit dit cijferwerk ingerold. Na zijn Duitse jaren kwam hij terug in Leiden en vond, behalve dat hij parttime in het lab stond, een baan als stafmedewerker van het College van Bestuur. Het waren de jaren van de onstuimige groei van de studentenaantallen. Vooral hier, bij de sociale wetenschappen, en ginder bij letteren uiteraard.

Maar moest daar dan evenredig meer Haags geld heen voor onderzoek? Moesten de besten dan niet het geld krijgen, of in elk geval het eerst? Hij kreeg de opdracht vast te stellen wie er goed scoorde en wie niet. Sprak met fysici die dat al jaren onderling deden, kreeg wat geld om Leidse citatiegegevens te kopen in Philadephia, haalde eruit wat erin zat, kreeg Haags geld voor een groter project en gaf Leiden als eerste Nederlandse universiteit een onderzoeksbeleid op basis van kwaliteitspeilingen. En begon, ten slotte, midden jaren tachtig op voorspraak van het College van Bestuur bij Sociale Wetenschappen zijn CWTS.

Eerst met overheidsgeld, en vervolgens vooral met externe financiering. Een vreemde eend in de bijt, een bèta tussen de geitenwollen sokken, en tegelijk bijna onafhankelijk.

Hij denkt wel eens dat het daardoor zo lang geduurd heeft, dat hoogleraarschap van hem. Vijf jaar achtereen was er steeds een ander hemd nader dan de rok. Weer de radenrepubliek, zegt hij zonder omhaal.

Zoiets gaat aan je vreten, al wil je het niet. In het buitenland beginnen ze op een goed moment ook te denken, wat is er eigelijk loos met die Ton van Raan, dat hij almaar geen professor wordt? De raad had er lak aan.

En dat was niet ongevaarlijk voor zijn winkeltje. Hoogleraren hebben in de academische hiërarchie nu eenmaal meer te zeggen dan niet-hoogleraren.

Hij heeft er, eerlijk gezegd, die laatste avond van mei 1991 thuis op zitten wachten, toen het dan eindelijk wel zover was. Tot middernacht.

De klok sloeg.

Nog eens, twee. Uren duurde het.

Drie.

Vier.

Vijf.

Zes.

Zeven.

Acht.

Negen.

Tien.

Elf.

En twaalf, eindelijk.

Jongens, heeft hij toen geroepen, jongens, nu ben ik professor. Ze zagen niets bijzonders aan hem. Helemaal waar, natuurlijk. Hijzelf ook niet. Maar toch.

Overigens, zijn allerleukste artikel, over publicatiestrategie, is al tien jaar oud en zó ver van de main stream, dat heeft nog nóóit iemand geciteerd. Maar hij is er net weer even mee bezig geweest. Voor de lol van de wetenschap. De lol telt ook.

Martijn van Calmthout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden