Column De Wetenschapper

‘Ben je psycholoog? Dan weet je nu vast wat ik denk!’

Wat zeg je als mensen vragen wat je doet? In deze rubriek waarin wetenschappers over hun vak vertellen, blijkt dat niet altijd een makkelijk te beantwoorden vraag. Dat ervaart ook hoogleraar ontwikkelingsstoornissen Sarah Durston.

Eerder schreef collega-wetenschapper/ ineens-Volkskrant-columnist Casper Albers op deze plek dat hij negatieve reacties krijgt als hij vertelt dat hij statisticus is. Scheikundige Marleen Kamperman bleek vorige week ook moeite te hebben om haar werk even snel uit te leggen.

Zelf worstel ik ook al jaren met wat te zeggen als mensen vragen wat ik doe. ’Psycholoog’ heb ik allang laten varen omdat het leidt tot reacties als ‘Ojee! Dan weet je nu vast wat ik denk!’ (Nee, echt niet. Psychologen kunnen net zo min gedachten lezen als andere toevallige omstanders.) ‘Hersenwetenschapper’ doet het beter en leidt tot enthousiaste reacties van het soort ‘Oh, dat vind ik zo interessant!’. Helaas vaak wel gevolgd door een uiteenzetting van de eigen hersentheorieën, zoals een vermeende relatie tussen (eigen) IQ en hersenomvang.

Eén van mijn betere voorstelmomenten had ik vorige week op een symposium. De spreker voor mij liet zich uit over psychologen die met hersenscans frenologie bedrijven. Ik kon mijn verhaal dus beginnen met dat ik één van die psychologen ben. De zaal kon het waarderen, maar de arme man schrok zich wild. Waarom? Frenologie is een wetenschap die in de 19de eeuw populair was en veel huiskamervertier bracht in welgestelde kringen. Een frenoloog kon namelijk door de schedel te bevoelen vertellen wat de talenten en zwakke plekken waren van de bevoelde (zoals de wiskundeknobbel). Tegenwoordig weten we dat de vorm van de schedel weinig van doen heeft met de hersenen daaronder en vinden we frenologie maar raar. Met MRI-scans kunnen we echter de hersenen zelf in beeld brengen en dat koppelen aan potentiële ‘talenten’ of ‘zwakke plekken’, zoals beslissingen nemen of ADHD. Dat gaat op basis van statistiek, oftewel ‘percentage kans’, en met groepen. Je kunt daarom niet met een MRI zien wat voor beslissing iemand gaat nemen, en of iemand ADHD heeft. Met sterkere magneten (de M in MRI staat voor magnetisch) wordt het zicht op vooral die beslissingen wel beter. Onderzoekers hebben laten zien dat je aan de hersenactiviteit kunt zien wanneer iemand aan bijvoorbeeld een letter denkt. Hadden mijn gesprekspartners dan toch gelijk en kunnen psychologen wel gedachten lezen? Nee, want dat kan alleen als dezelfde persoon al eerder in de MRI lag en naar dezelfde letter keek. Een psycholoog kan dus alleen uw gedachten lezen als u in een MRI ligt én iets vergelijkbaars doet met de laatste keer dat u daar lag.

Dus wat zeg ik nou de volgende keer dat iemand me vraagt wat ik doe? Collega Lisa Becking vertelde in deze columnserie eerder over de wondere wereld onder water, en hoe gaaf het is om daar vanuit een onderzeeër naar te kijken. Zij is marien bioloog. Ik denk dus dat ik dat maar zeg, de volgende keer.

Sarah Durston is hoogleraar ontwikkelingsstoornissen aan de Universiteit Utrecht. Ze is een van de wetenschappers die in de columnserie De Wetenschapper vertellen over hun vak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden