Reportage

Bedolven onder een regen van stenen en zand

De Servische premier Vucic, die de moed had gehad om naar de Srebrenica-herdenking te komen, moest onder politie-bescherming de aftocht blazen. Maar anders dan 8.000 Moslims destijds bracht hij het er levend af.

De Servische premier Aleksandar Vucic (bril) wordt weggevoerd nadat hij door een boze menigte is belaagd. Beeld AFP

De herdenking van Srebrenica is bijna afgelopen. De toespraken waarin wordt teruggeblikt op het bloedbad in de moslimenclave van precies twintig jaar geleden, zitten erop; de meeste genodigden begeven zich naar de vip-tribune voor de afsluitende plechtigheid. Nog even en de Servische premier Aleksandar Vucic kan vertrekken.

Dan loopt het fout. Als Vucic langs het gedenkteken wandelt waarop de namen van de 8.372 slachtoffers staan, wordt er gefloten. Voor iemand er erg in heeft, is een groot deel van de rouwende massa 'Allahoe akbar' ('Allah is groot') aan het roepen. Het klinkt bedreigend.

Al snel vliegt een eerste kluit aarde richting Vucic. Zoals elk jaar worden er op de begraafplaats van Potocari stoffelijke resten van de slachtoffers begraven. Overal liggen hopen zand.

Omstuwd door lijfwachten en politie vlucht Vucic de heuvel op. Een paraplu moet hem tegen de projectielen beschermen, maar dat lukt niet helemaal. Vóór de Servische premier door een opening in de omheining kan wegvluchten, krijgt hij een steen tegen het hoofd. Vucic mag van geluk spreken dat hij er met een gebroken bril vanaf komt.

En zijn bezoek was zo goed begonnen. Een paar uur eerder was hij op de voormalige VN-basis tegenover de begraafplaats verwelkomd door de Moeders van Srebrenica. Een van de vrouwen speldde hem een gehaakte bloem op, het symbool van de herdenking.

Nabestaanden treuren om de ruim 8.000 mannen en jongens die zijn vermoord na de val van de Moslimenclave Screbrenica. Beeld Julius Schrank

Januskop

Er is wel boegeroep, maar al met al valt het protest mee, zeker voor iemand die tijdens de oorlog (1992-1995) openlijk zijn steun betuigde aan de Bosnisch-Servische troepen van Ratko Mladic. Ook binnen verloopt alles volgens plan. 'Ik betuig mijn diepste respect aan de slachtoffers en hun families', schrijft hij in het condoleanceboek.

De vraag is alleen of het gemeend is. Tegen een journalist zegt Vucic (45) van wel, maar wie gelooft hem? Voor de rouwende Moslims buiten is de Servische premier een januskop, die alleen naar Srebrenica is gekomen om een goede beurt te maken in het Westen. Om lid te worden van de Europese Unie moet je tonen dat je vrienden bent met je buren.

Om zijn conservatieve achterban te sussen had Vucic de aankondiging van zijn bezoek in een nationalistisch sausje gegoten. En dan was er natuurlijk zijn weigering om het bloedbad als een genocide te erkennen. Vorige week nog had zijn regering Rusland gevraagd - met succes - een VN-resolutie daarover te vetoën.

Maar dat neemt niet weg dat zijn bezoek moed vergt. Vucic' landgenoten hebben er nog altijd moeite mee om zichzelf als daders te zien, om van de Bosnische Serviërs maar te zwijgen. Terwijl de Moslims hun doden herdenken, hangt de omgeving van Srebrenica vol foto's van de Russische president Poetin, die de Bosnische Serviërs als hun beschermheer zien. Ook op plaatsen waar twintig jaar geleden aan de lopende band werd gemoord.

De andere hoge gasten lijken het bezoek van de Servische premier te kunnen waarderen. 'Ik vind het goed dat hij gekomen is', zegt Madeleine Al-bright nadat ze aan de zijde van haar vroegere baas Bill Clinton de voormalige basis is binnengewandeld. De Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken heeft recht van spreken. Als de andere westerse leiders in 1995 even kordaat waren opgetreden tegen de Bosnische Serviërs, had de grootste Europese oorlogsmisdaad sinds de Tweede Wereldoorlog misschien kunnen worden voorkomen.

Erkenning genocide

En dat Vucic het bloedbad niet erkent als genocide, tja, de Servische premier is niet de enige die voor zijn eigen winkel spreekt. Tijdens zijn eigen toespraak gaat minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders handig het slappe optreden van de eigen VN-soldaten uit de weg. De internationale gemeenschap is schromelijk tekort geschoten, en Nederland heeft daarvoor zijn politieke verantwoordelijkheid genomen, betoogt hij, maar dat was niet wat de nabestaanden buiten wilden horen. 'De Nederlanders deden het in hun broek voor Mladic', merkt de 72-jarige Emin Sabanovic scherp op.

Toch blijft het dan nog rustig. Op de begraafplaats tegenover de basis blikken de meeste rouwenden liever vooruit. 'Wat gebeurd is, is gebeurd. We kunnen niet in het verleden blijven leven', zegt Maryam. De jonge vrouw is naar Srebrenica gekomen om haar oom Suljic Redzep te begraven. Het afgelopen jaar zijn enkele botten van hem gevonden.

Maar dan worden de rouwenden plots met een groot spandoek herinnerd aan een beruchte toespraak van Vucic in het Servische parlement: 'Voor elke vermoorde Serviër zullen we honderd Moslims vermoorden.' Amper een week eerder had de Ratko Mladic in Srebrenica een bloedbad aangericht.

Dutchbatters willen meer nazorg

Premier Rutte en minister Hennis (Defensie) hebben binnenkort een gesprek met Dutchbatveteranen die vinden dat de overheid hen niet genoeg steunt. Thom Karremans, voormalig Dutchbat-commandant in Srebrenica, zei zaterdag in De Telegraaf dat hij excuses wil van de Nederlandse regering voor de mislukte missie in 1995. Maar in een reactie zegt het ministerie van Defensie het gesprek met de oud-Dutchbatters af te wachten. Defensie wijst er ook op dat toenmalig Defensieminister Henk Kamp in 2006 al een blijk van erkenning van de regering aan de 850 militairen gaf. Kamp reikte toen een speciaal draaginsigne uit aan de militairen. Hennis erkent wel dat de val van Srebrenica in Bosnië en in Nederland diepe sporen heeft achtergelaten. 'Voor alle betrokkenen is het vandaag een zwarte dag', zei ze zaterdag. Veteraan Olaf Nijeboer pleit namens oud-Dutchbatters voor meer nazorg. 'Er worden zoutpotjes in de wonden gestrooid, in plaats van dat de wonden kunnen helen.'

Graven

Voor de tienduizenden Moslims die naar de begraafplaats zijn gekomen om eer te bewijzen aan hun vermoorde familieleden is het alsof hun wonden opnieuw worden opengereten.

'Kijk naar al die graven', zegt een vrouw die klaarstaat om haar schoonvader te begraven. Elk graf staat voor een dode, een vader, een broer, een neef. 'Mijn schoonzus hier was pas twee toen ze haar vader voor het laatst zag. We hebben niet eens een foto van hem.' Nee, Vucic hoort hier niet te zijn.

Ja, we hadden hem kunnen vermoorden, bekent Nahid Alickovic, de initiatiefnemer van het spandoek, als de rust op de begraafplaats is weergekeerd. 'Maar dat is precies wat de Serviërs gewild zouden hebben. Dan konden ze zeggen dat wij terroristen zijn.' Een van zijn vrienden valt hem bij: 'We hebben hem niet vermoord omdat wij geen Serviërs zijn.'

Vucic heeft dan allang het hazenpad gekozen. Met zijn gevolg is hij weggestoven in de richting van de bossen waarin twintig jaar eerder tienduizend Moslims vergeefs toevlucht zochten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden