Bang voor enge ziektes  door die prik

In Nederland is afgelopen week de eerste dode gevallen als gevolg van de Mexicaanse griep. Is er reden voor angst?...

Het jaar 1976 is berucht onder virologen. In de winter van dat jaar brak in een legerbasis aan de Amerikaanse oostkust een vreemdsoortige griep uit die bij de gezondheidsdienst CDC tot onrust leidde. Het virus, dat werd geïdentificeerd als A/New Jersey/76, vertoonde grote overeenkomsten met de stam die in 1918 de verwoestende Spaanse griep had veroorzaakt.

De vrees voor een pandemie leidde tot een snel uitgevoerde nationale inentingscampagne. Farmaceutische bedrijven produceerden in minder dan een half jaar tijd een vaccin, 40 miljoen Amerikanen werden gevaccineerd. Totdat er meldingen binnenkwamen van patiënten die na vaccinatie het syndroom van Guillain-Barré hadden opgelopen, een zeldzame auto-immuunziekte.

Of de honderden gevallen allemaal aan het vaccin moesten worden toegeschreven, was onduidelijk. Maar toen de pandemie uitbleef en de onrust toenam, besloot de overheid in december het inentingsprogramma af te blazen.

Staat ons een herhaling van 1976 te wachten? Verschil met toen: de pandemie is een feit; dit najaar wordt op het noordelijk halfrond een grote griepgolf verwacht – deze week viel in Nederland de eerste dode. Maar net als toen zijn de medicijnfabrikanten in een race tegen de klok verwikkeld om vóór die tijd een vaccin tegen de griep klaar te hebben.

Het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift The Lancet verwees vorige week in een hoofdredactioneel commentaar naar het Amerikaanse fiasco van 33 jaar geleden en uitte enige bezorgdheid over de veiligheid van de vaccins die binnenkort op de markt komen. Sommige nationale registratieautoriteiten zouden onder tijdsdruk de goedkeuringsprocedures versnellen waardoor de kans bestaat dat licenties worden afgegeven zonder afdoende gegevens over veiligheid.

Ook Louis Kroes, hoogleraar klinische virologie aan het LUMC, ziet parallellen tussen 1976 en 2009. ‘De belangrijkste les is dat we niet onder druk van de omstandigheden moeten handelen. Het vaccin moest toen te snel worden geproduceerd. We beweren nu dat we het beter doen, maar dat moet nog wel worden bewezen. Voor het testen van de veiligheid is tijd nodig.’

Verbazing
Bij Novartis en GlaxoSmithKline (GSK), de twee vaccinproducenten die Nederland van 34 miljoen doses gaan voorzien, overheerst verbazing over het artikel in The Lancet. Al in mei, nog voordat de Wereldgezondheidsorganisatie WHO de pandemie afkondigde, keurde de Europese geneesmiddelenautoriteit EMEA van beide producenten een modelvaccin goed. Dat vaccin wordt nu aangepast, een procedure die al jaren gebruikelijk is bij de seizoensgriepprik, en dat kan snel en zonder concessies te doen aan de veiligheid, zegt Rolf Remorie, directeur vaccins bij GSK.

Tien jaar lang werkte zijn bedrijf aan de productie van Pandemrix, dat bij tienduizend proefpersonen werd getest. De werkzaamheid van het adjuvant AS03, dat straks aan het vaccin wordt toegevoegd om het krachtiger te maken (zodat er minder werkzame stof nodig is) is onder 39 duizend proefpersonen aangetoond.

Het vaccin is ontwikkeld met een vooruitziende blik, zegt Remorie, want bij een dreigende pandemie zou de tijd voor een lang productieproces ontbreken. Pandemrix bevat, net als Focetria van Novartis, een H5N1-stam omdat werd verondersteld dat een vogelgriepvirus de basis zou vormen voor een nieuwe pandemie. Dat bleek onjuist: het virus dat de Mexicaanse griep veroorzaakt, is van een H1N1-stam, maar de genetische verwantschap tussen de twee is groot, zegt Remorie. Het is een kwestie van de stammen verwisselen om een vaccin op maat te maken.

Dat zal de al bewezen veiligheid en beschermingsgraad niet wezenlijk aantasten, aldus de EMEA. Decennialange ervaring met seizoensgriepvaccins heeft dat volgens het Europese bureau uitgewezen. De inhoud van de reguliere griepprik is ook steeds anders: elk jaar bepaalt de WHO welke drie stammen het gevaarlijkst zijn en wordt het vaccin aangepast.

Het aangepaste vaccin tegen de Mexicaanse griep moet nog wel op proefpersonen worden getest, maar dat hoeft minder langdurig en minder uitgebreid dan bij het modelvaccin is gebeurd, zegt Remorie. GSK begint binnenkort met het zeventiende en laatste klinische onderzoek. Novartis-voorlichter Eric Althoff meldt vanuit het hoofdkantoor in Zwitserland dat het bedrijf wereldwijd aan het testen is bij zesduizend proefpersonen. De eerste resultaten worden volgende maand verwacht.

Ondanks de strenge eisen die aan de ontwikkeling van vaccins worden gesteld (‘Je geeft ze aan mensen die niet ziek zijn en dat ook zeker niet willen worden’), is absolute veiligheid voor de complete bevolking een utopie, zegt hoogleraar Kroes. Elk vaccin, elk geneesmiddel, kent zeldzame bijwerkingen, die pas bij toepassing op grote schaal duidelijk worden. ‘Met een klinisch onderzoek onder tienduizend proefpersonen tref je net wel of net niet zo’n bijwerking. Geef je het vaccin aan tien miljoen mensen, dan heb je er misschien honderd. Dat valt op.’

De kans op een ernstige bijwerking wordt geschat op 1 tot 10 per miljoen. Hoogleraar virologie Ab Osterhaus, verbonden aan het Rotterdamse Erasmus MC, benadrukt dat het risico om complicaties van de griep op te lopen of eraan te overlijden veel groter is. Vijftien jaar lang werkte hij bij het RIVM aan de kwaliteitscontrole van vaccins. Hij zegt: ‘We moeten geen veren laten als het om kwaliteit gaat, maar als we de kans op bijwerkingen tot nul willen reduceren, kunnen we nooit meer een nieuw vaccin maken. Dan zou ook geen van de bestaande vaccins geregistreerd kunnen zijn.’

Voor de zekerheid staat de EMEA toelating van het nieuwe griepvaccin alleen toe als producenten tijdens de pandemie uitgebreid aanvullend onderzoek doen naar de effecten ervan. In het veiligheidsprotocol, dat de registratieautoriteit eind juni publiceerde, staat dat het ‘zeer aannemelijk’ is dat ‘mogelijk veiligheidsrisico’s’ zullen optreden als de vaccins onder grote bevolkingsgroepen worden gebruikt. Elk land moet met de producenten van de vaccins plannen maken om de veiligheid te controleren, zodat er snel kan worden ingegrepen als zich een probleem voordoet, aldus de EMEA.

Het is de tweede les van 1976, zegt hoogleraar Kroes, toen te gemakkelijk aan de bijwerkingen voorbij werd gegaan en pas werd ingegrepen toen de pers erover schreef. Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIB), onderdeel van het RIVM, zal het onderzoek naar de bijwerkingen moeten coördineren, meent Osterhaus.

Een hels karwei, zegt hij. Zijn grote angst is niet dat zich veel ernstige bijwerkingen zullen voordoen, maar dat tal van lichamelijke klachten en zelfs overlijdensgevallen ten onrechte aan het vaccin worden toegeschreven. Kroes spreekt van ‘een enorme ruis’: ‘Iedereen die niet lekker is na vaccinatie, is geneigd die prik de schuld te geven.’ Directeur vaccins Remorie van GSK: ‘Als je miljoenen mensen gaat vaccineren, gebeurt er in de weken erna bij een aantal van hen altijd wel iets. Van alle klachten zal de oorzaak moeten worden achterhaald.’

Wildwestverhalen
Wat er kan gebeuren als de publieke onrust toeslaat, is na 1976 nog tal van keren duidelijk geworden. Het meest recente voorbeeld is de inentingscampagne tegen baarmoederhalskanker, die een zeer laag opkomstpercentage kende, mede door onbewezen verhalen over gebrekkige veiligheid en bijwerkingen. De Zwitserse hoogleraar vaccinologie Claire-Anne Siegrist sprak vorig jaar in een overzichtsartikel in de Journal of Public Health van ‘vaccinatiepaniek’, een angst die alleen maar erger wordt nu er via het internet allerlei oncontroleerbare wildwestverhalen kunnen worden rondgestuurd.

In Groot-Brittannië waarde een paar jaar geleden het hardnekkige verhaal rond dat vaccinaties tegen mazelen, bof en rodehond tot autisme zouden leiden. In Frankrijk liep de inentingscampagne tegen hepatitis B averij op na verhalen over een toename van multiple sclerose.

Osterhaus zegt dat nooit onomstotelijk is vast komen te staan dat de gevallen van Guillain-Barré die in 1976 werden gemeld, waren veroorzaakt door de vaccinatie. Het zeldzame syndroom doet zich bovendien vaak voor na bacteriële en virusinfecties, zoals influenza. ‘Patiënten hadden het anders mogelijk ook gekregen, maar dan door de griep of door andere infecties.’

Die boodschap zal duidelijk moeten worden uitgelegd, schrijft journalist en schrijver Arthur Allen deze week in The New York Times. Autoriteiten moeten voorbereid zijn op ‘een vaccinatiecontroverse’, schrijft hij: ‘Statistisch is het onoverkomelijk dat een aantal van de miljoenen gevaccineerden ziek zal worden of sterven. Er bestaat een heel groot risico dat het vaccin voor gezondheidsklachten aansprakelijk zal worden gesteld.’ Als daardoor het geloof in vaccinatie nog meer wordt ondermijnd, doet het meer kwaad dan goed, constateert hij.

‘Verwacht het onverwachte, het gebeurt altijd’, schreven David Sencer, voormalig directeur van de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC, en Donald Millar, oud-directeur van het nationale vaccinatieprogramma, drie jaar geleden in een terugblik op de mislukte inentingscampagne van 1976. Zij voegden er een lijst met overdenkingen aan toe. Een ervan, misschien wel de belangrijkste: ‘De media en de publieke opinie kunnen een groot obstakel vormen bij de invoering van een vaccinatiecampagne waarvan de risico’s onmogelijk te kwantificeren zijn.’

Hoe die onrust straks te neutraliseren? Osterhaus zegt dat daarover hard wordt nagedacht en dat wordt gewerkt aan een protocol. Hij wijst op de verantwoordelijkheid van de media. ‘Wij moeten als deskundigen nooit zeggen dat er niets aan de hand is, en alle gezondheidsklachten uitzoeken. Maar journalisten moeten ook begrijpen dat er zoiets als vaccinatie-angst bestaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden