Autistisch kind vindt rust op wiegende paarderug

Het autistische jongetje in De Paardenjongen dat kan uitbarsten in driftbuien, komt helemaal tot rust op de rug van een paard....

‘Hee Rowan’, vraagt Rupert Isaacson aan zijn zoon, ‘wil je op Kasper rijden?’ Het jongetje lijkt op geen enkele manier geïmponeerd door de grote witte schimmel in de wei die bij hem staat. Hij kijkt bijna afwezig en knikt. Ja hoor. Hij wil wel op Kasper. Samen lopen ze de wei uit en even later wandelen ze over een dijkje in het landelijke buitengebied van Amsterdam. Rowan bovenop Kasper, zijn vader ernaast. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Maar in het bijna achtjarige leven van Rowan Isaacson uit Texas is niets normaal – in ieder geval niet op de manier die normale mensen normaal vinden. Toen hij 2 was, werd duidelijk dat hij een kind is met een autisme spectrum stoornis (ASS). Hij was hyperactief. Hij kreeg meerdere malen per dag van het ene op het andere moment een ontembare driftbui waarin hij met trommelvliesverwoestende decibellen ‘patat of ‘giraf’ gilde. Hij was niet zindelijk en het meeste contact had hij met zijn speelgoedbeesten uit de Lion King.

Tussen Kasper en Rowan verloopt het contact vanaf de eerste seconde moeiteloos. Rowan is net de dag ervoor in Nederland aangekomen voor de promotietour van het boek De Paardenjongen dat Rupert Isaacson heeft geschreven over de natuurlijke aantrekkingskracht tussen zijn autistische zoon en paarden, en over de tocht die hij in 2007 met zijn vrouw Kristin en Rowan ondernam naar sjamanistische genezers in Mongolië.

Misschien dat een ongeoefende kijker het niet gezien zou hebben, dat moment van wederzijds onvoorwaardelijk vertrouwen tussen het paard en de jongen. Maar Rupert Isaacson is behalve journalist en schrijver een ervaren paardentrainer. Bovendien was hij er getuige van hoe Betsy, de doorgaans nogal snibbige en dominante leidmerrie van de kudde van zijn buurman, zich met absolute zorg en toewijding over het toen bijna 3-jarige peutertje ontfermde dat in een onbewaakt ogenblik onder het prikkeldraad was gekropen en kraaiend van pret voor haar hoeven rolde. Sindsdien is Betsy Rowans steun en toeverlaat. Twee tot drie keer per dag rijdt Rowan op haar.

‘Het is altijd een extra zorg als we op reis zijn’, vertelt Isaacson, want juist autistische kinderen hebben een vaste structuur nodig. Een van de grootste problemen is dat ze niet in staat zijn de veelheid van details die op ze afkomen in een groter geheel te plaatsen. ‘Wanneer Rowan niet van tijd tot tijd kan rijden, kan hij obsessiever worden en verder wegzinken in zijn autistisch gedrag. ‘Maar zodra hij op het paard zit, is het alsof hij in een andere geestesgesteldheid raakt. Hij stelt zich weer open en heeft interesse in zijn omgeving.’

Volgens Isaacson heeft het vooral te maken met de wiegende beweging van het paard. Er zouden, had hij onlangs gehoord, onderzoeken gaande zijn naar de samenhang tussen die wiegende beweging en de productie van oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd, dat het gevoel van vertrouwen vergroot en contact met anderen daardoor bevordert. Autisten, bleek tien jaar terug uit Zwitsers onderzoek, hebben een lager oxytocine-gehalte.

In dat geval zit Rowan op Kasper helemaal gebeiteld. Door zijn lange passen heeft het paard in stap een extreem wiegende gang. Oxytocine of niet, Rowan geniet volmaakt ontspannen en op z’n gemak van het ritje op Kasper. Kasper is het type paard dat optimaal geschikt is voor dit werk, vindt Isaacson. ‘De andere paarden in de wei kwamen veel te dicht op Rowan, liepen hem bijna omver. Maar Kasper kwam op hem af, snuffelde even aan hem, en stond toen doodstil. Alsof hij voelde dat zo’n kind als Rowan extra kwetsbaar is. Kasper is echt een prof.’

Dat is hij inderdaad, beaamt de Amsterdamse haptotherapeute en Marjan Moed die de eigenaresse is van Kasper en hem ook inzet bij de behandeling van autistische kinderen. Kasper is een echt alfapaard, bevestigt ze Isaacsons bevindingen. Een dominant leiderstype, dat volwassenen graag uitdaagt. Alleen bij de ‘special needs kids’ is hij op slag voorbeeldig. ‘Het is alsof die leiderspaarden zich ook meer beschermend gedragen als dat nodig is’, zegt Isaacson

‘Ren nu niet met je autistische kind naar het eerste beste paard’, waarschuwt psychologe Nynke Endenburg, wetenschappelijk medewerkster aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, twee dagen later in de Máxima Manege in Den Dolder. Op deze speciale manege voor gehandicapten geeft ze ter gelegenheid van de presentatie van de Nederlandse vertaling van De paardenjongen een lezing over autisme, dieren en kinderen. In wetenschappelijk opzicht een lastig onderwerp, zegt ze erbij, want er worden wel onderzoeken gedaan naar de invloed van dieren op autistische kinderen, ‘maar het is altijd de vraag of het het dier is dat voor verandering zorgt, of de ouders, of de therapeuten’.

Hetzelfde geldt ook in het geval van Rowan. Na zijn reis door Mongolië was hij zijn driftbuien kwijt, hij was zindelijk en in staat contact te leggen. Niemand die met zekerheid kan zeggen of het kwam door de sjamanen, de paarden, de reis zelf, of de intensieve zorg en aandacht van zijn ouders.

Er zijn wel, zegt Endenburg, sterke aanwijzingen dat dieren een positieve werking hebben op kinderen met autisme. Dieren spreken non-verbaal, ze zijn consequent in hun gedrag en hebben geen verborgen agenda. Ze nemen je zoals je bent. En ze geven een hoop emotionele support. ‘Je kunt ze tien keer hetzelfde vertellen zonder dat ze zich vervelen. Ze zijn lief voor je zonder iets terug te willen.’

Isaacson benadrukt nog eens dat het niet altijd paarden hoeven te zijn. Autistische meisjes, heeft hij gemerkt, zijn vaak dol op slangen. Ze vinden het heerlijk om een python vast te houden. En je hoeft natuurlijk ook niet per se met je kind naar zulke exotische afgelegen plekken als hij. ‘De sleutel is dat je het kind in zijn interesses volgt. De paardenjongen is ons verhaal. Andere kinderen en families hebben hun verhaal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden