'Armen niet gebaat bij gemengde buurt'

Beleidsmakers maken een denkfout, zegt promovenda Gwen van Eijk. ‘Een gemengde buurt leidt niet automatisch tot meer relaties tussen arm en rijk.’..

De beleidsmakers zijn er vol van: in veel Nederlandse steden gaan flats met veel sociale woningbouw tegen de vlakte om plaats te maken voor koopwoningen die de middenklasse moeten lokken. In het actieplan voor de Vogelaarwijken wordt gesteld dat inwoners van dergelijke gesegregeerde ‘arme’ wijken er de relevante contacten en relaties missen. Als kansrijkeren en kansarmen bij elkaar in de buurt wonen, komen de kansarmen makkelijker een stapje hoger op de maatschappelijke ladder, is het idee. Die beleidsmakers maken een denkfout, zegt criminologe Gwen van Eijk. Zij promoveert vrijdag aan de Technische Universiteit Delft. Of een kansarme nu in een gesegregeerde, ‘arme’ wijk woont of in een gemengde wijk met ook rijkere bewoners; het maakt nauwelijks uit voor de opbouw van zijn netwerk, dat hem vooruit zou kunnen helpen. Zij concludeert: een gemengde buurt leidt niet automatisch tot meer relaties tussen arm en rijk.‘De buurt speelt een steeds kleinere rol in het dagelijks leven. Dit komt bijvoorbeeld omdat vrouwen zijn gaan werken, mensen elkaar kunnen bellen of de bus kunnen nemen naar een ander deel van de stad. Dat weten we al heel lang. Toch wordt in veel beleidsrapporten de buurt nog aangeduid als de locatie waar het allemaal moet gaan gebeuren. Maar mensen hebben hun meeste contacten niet in de buurt, maar bijvoorbeeld op het werk, in hun vrije tijd, met mensen met dezelfde interesses.’ Hoogopgeleide werknemers blijken over een aanzienlijk groter netwerk te beschikken dat ze vooral in hun verschillende banen hebben opgedaan, dan werknemers met minder geschoold werk. Ook hebben ze vaak nuttige contacten gelegd tijdens hun studie. De contacten in de buurt spelen voor hen nauwelijks een rol.Daarbij, stelt Van Eijk, zou een kansarme ook niet veel hebben aan contacten met welgestelden om verder te komen. ‘De eigen economische positie is bepalender. Want stel dat je wel een invloedrijke kennis hebt die weet heeft van interessante vacatures, dan heb je daar weinig aan als je niet de juiste opleiding hebt gevolgd of geen interessante werkervaring hebt. Door te studeren en actief te zijn in verenigingen, kom je vooruit. Je kunt het niet omkeren. Als je geen opleiding hebt, of je bent werkloos, komt het niet zomaar goed met je dankzij een goed netwerk.’Van Eijk voerde haar onderzoek uit in Rotterdam, waar de gemeente veel werk maakt van gemengde buurten en het aantrekken van meer inwoners met een midden- of hoog inkomen. Zij vergeleek de netwerken van de bewoners in de gemengde centrumwijk Cool rond de Witte de Withstraat met veel winkels en kunstenaars, met de witte, welgestelde rustige wijk Blijdorp ‘waar hondepoep het grootste probleem is’, en Hillesluis, een Vogelaarwijk ten zuiden van de Erasmusbrug met veel sociale woningbouw. De samenstelling van de buurt bleek in geen van de drie wijken veel invloed te hebben op het netwerk van de bewoners. Van Eijk: ‘Mensen willen voor hun buren klaarstaan, maar houden wel afstand. En mensen die een blok verder wonen, ontmoet je nauwelijks. Je zou beter kunnen investeren in bijvoorbeeld het mengen van scholen of andere ontmoetingsplekken in buurten voor mensen met verschillende achtergronden. Gewoon een buurt mengen heeft niet zo veel zin voor het ontstaan van waardevolle relaties.’Meerdere wetenschappers zijn kritisch over de veronderstelde zegeningen van het mengen van wijken. Van Eijk zegt dat ze niet verbaasd is over de uitkomst van haar onderzoek. ‘Ik was me bewust van de afnemende rol van buurten in het dagelijks leven. Maar ik had wel verwacht dat kansarme bewoners grotere netwerken zouden hebben in hun buurt, bijvoorbeeld omdat ze niet altijd over een auto beschikken. Kansarmen compenseren hun kleinere netwerk niet door meer relaties aan te gaan met buurtbewoners. Wel gaan kansarmen vaker in een buurt wonen omdat er al familie van hen woont.’Toch wil Van Eijk met haar onderzoek niet zeggen: stop met het mengen van buurten. ‘Achterstandsbuurten hebben snel een slechte reputatie en dat kan afstralen op de mensen die er wonen. Ook kan een gemengde buurt de tolerantie vergroten voor andere manieren van leven, meer dan als kansarmeren en kansrijkeren elkaar niet tegenkomen op straat. ‘Ik woon zelf in een buurt met veel sociale huurwoningen en vaak zijn de muren van woningen er ontzettend dun: het is prettig voor de bewoners als daar wat aan wordt gedaan. Er zijn dus genoeg redenen om door te gaan met de wijkenaanpak. Maar de verwachtingen over de sociale stijging van kansarmen in een minder gesegregeerde buurt moeten worden bijgesteld. Je kunt beter investeren in onderwijs, werk en participatie. En duidelijk is: er moet nog veel meer onderzoek worden gedaan naar de rol van buurten en de factoren voor sociale stijging.’