Archeologen vinden 'slagerij uit IJstijd' bij Assen

Nederlandse onderzoekers hebben 450 stenen oerwerktuigen gevonden in een Drentse akker. Neanderthalers vilden er vermoedelijk hun jachtbuit.

Beeld F. de Vries/ToonBeeld

Op een akker in Noord-Drenthe, vlak bij Assen, is een slagerij uit de laatste ijstijd ontdekt. Waar tegenwoordig de boer met zijn trekker rondrijdt om het land te ploegen, kwamen in het Weichselien (zo'n 50 duizend jaar geleden) regelmatig neanderthalers langs om hun jachtbuit te villen en in stukken te snijden.

Dat is althans het vermoeden van een team Nederlandse archeologen en aardwetenschappers. Gedurende een achtjarige onderzoekscampagne vonden zij meer dan 450 stenen oerwerktuigen in de akker, waaronder tientallen vuistbijlen. Een publicatie over de vermoedelijke slachtplaats verschijnt binnenkort in het vakblad Quaternary International.

Het Drentse kamp lag op de noordgrens van het leefgebied van de Europese neanderthaler, die door de tijd heen verschoof: de bewoning van het gebied golfde mee met de ijzig koude en wat warmere perioden die elkaar destijds afwisselden. Welke dieren er werden geslacht is niet bekend. 'Maar je kan bijvoorbeeld denken aan mammoeten, wolharige neushoorns en rendieren', zegt archeoloog Marcel Niekus uit Groningen, die het onderzoek leidde.

Sporen

Dát onze voorgangers hier kadavers bewerkten, zagen de onderzoekers aan sporen op de werktuigen. Zo was van enkele vuist bijlen de punt afgebroken, waarschijnlijk door het wrikken in de gewrichten van de dieren om deze los te halen. Andere vuistbijlen waren duidelijk aangescherpt tijdens de werkzaamheden, kennelijk stomp geworden door het gebruik.

De akker was geen vaste verblijfplaats van de neanderthalers. Ze kwamen er slechts langs, wellicht op doorreis. Ze gebruikten de locatie niet alleen als slachtplaats maar ook als atelier, waar nieuwe werktuigen werden gefabriceerd. 'En van een aantal vuistbijlen vermoeden we dat ze zijn gebruikt voor het bewerken van hout', zegt Niekus. 'Maar dat moeten we nog beter uitzoeken.'

Van de meeste gevonden vuistbijlen zijn de afgeslagen stukken steen niet meer aanwezig en bij veel afslagen zijn juist helemaal geen passende vuistbijlen te vinden. 'Dat betekent dat de steentijdbewoners hun vuistbijlen met zich meedroegen', legt Niekus uit.

Recycling

De vuistbijlen die ze gebruikten en vervolgens achterlieten hadden ze kennelijk elders geproduceerd, de bijlen die ze ter plekke fabriceerden namen ze mee. 'En van sommige vuistbijlen is later nog iets anders gemaakt - een schaaf bijvoorbeeld, of een klopsteen', vertelt Niekus. 'Kennelijk deden ze toen dus al aan recycling.'

'Dit is een belangrijke vindplaats, niet alleen voor Nederland maar voor heel Noordwest-Europa', zegt Alexander Verpoorte, archeoloog bij de Universiteit Leiden, die niet aan het onderzoek meewerkte. Dat het hier om vuistbijlen en andere werktuigen van neanderthalers gaat is overtuigend aangetoond, zegt hij. 'Maar over de interpretatie als slachtplaats valt te twisten.'

Sommige archeologen zien vuistbijlen in de eerste plaats als slachtwerktuig, anderen beschouwen het als een veelzijdiger gereedschap, dat ook voor andere doeleinden gebruikt werd. Verpoorte: 'Zonder botmateriaal in de buurt blijft het speculeren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden