Arbeiders, lastpakken, Nederlanders

Wie bezorgd is om immigratie, kan veel geruststelling halen uit het verleden. Maar wees wel voorzichtig, waarschuwen twee migratiehistorici...

'Wij willen WW', zongen Henk en de Stainless Steel Band in 1974. De woorden werden, bij wijze van zelfspot, gezongen door een Surinamer, maar ze weerspiegelden het destijds gangbare beeld van onze 'rijksgenoten': lui met een hoofdletter L.

Daar in Suriname

Zijn wij altijd werkeloos

Zeg niet dat wij lui zijn

Want dan word ik heel erg boos

Wij willen beter leven

Dat kan in Nederland

Bij die Sociale Zaken

Krijg je WW à contant

Drie decennia later wordt nog maar zelden over Surinamers gesproken. Ze zijn geruisloos opgegaan in de Nederlandse samenleving. 'Kijk naar de actie Doekoe voor Suriname. De hele avond zwarte mensen op tv en niemand die het gek vindt', zegt migratiehistoricus Wim Willems.

Deze week spraken Willems en Leo Lucassen hun dubbeloratie aan de Leidse Universiteit uit. Samen gaan ze de leerstoel sociale geschiedenis vervullen, met bijzondere aandacht voor Den Haag. Aan de hand van historische ontwikkelingen in deze stad willen zij theorieën op het gebied van de migratiestudies toetsen en verder verdiepen. Willems (1951) en Lucassen (1959) werken al meer dan twintig jaar samen aan onderzoek naar migratie en integratie, onder meer bij zigeuners, woonwagenbewoners, Indische Nederlanders en migranten in West-Europa.

De geschiedenis van de migratie biedt talloze voorbeelden van groepen die aanvankelijk als een klemmend probleem werden gezien - achterlijk, werkschuw, crimineel - maar uiteindelijk hun weg vonden in de ontvangende samenleving. Historici en sociologen hanteren vaak een 'drie-generatiemodel'. De eerste generatie komt om te werken en veroorzaakt weinig problemen. De tweede generatie groeit op tussen twee culturen en wordt zich bewust van haar maatschappelijke achterstand. Jonge mannen uit deze generatie maken zich relatief vaak schuldig aan criminaliteit en vervelend gedrag. Pas bij de derde generatie kan de integratie als min of meer geslaagd worden beschouwd.

De culturele afstand tussen een hedendaagse Amsterdammer en een Marokkaanse immigrant uit het Rifgebergte is erg groot. Maar ook in het verleden geloofden burgers dat immigranten een schier onoverbrugbare achterstand hadden. In de 19de eeuw werden Poolse arbeiders in het Roergebied diep gewantrouwd, omdat zij katholiek waren en zich ook verzetten tegen de Duitse overheersing van Polen. De ijzeren kanselier Bismarck verbood ze zelfs om in openbare gelegenheden Pools te spreken, een maatregel die 'ijzeren Rita' alleen als proefballon heeft durven opperen.

'De Polen verzetten zich ook actief tegen integratie. Ze wilden vooral geen Duitser zijn en stuurden hun kinderen op vakantie naar Polen', zegt Lucassen.

Waterdragers

Ook binnenlandse migranten werden met groot wantrouwen benaderd. In zijn oratie geeft Lucassen een voorbeeld van de manier waarop Parijzenaars in de 19de naar migranten uit het Centraal Massief keken. 'De waterdragers uit de Auvergne gaan naar hun eigen dansgelegenheden, nooit naar een Frans bal, want ze weigeren pertinent de Parijse zeden, noch waar het gaat om spreektaal, noch waar het gaat om amusement over te nemen. Ze klitten aan elkaar als de Joden uit Babylon.'

Commentatoren uit die tijd hielden de classes dangereuses uit de Alpen en de Auvergne vaak verantwoordelijk voor een snelle stijging van de criminaliteit. In Engeland werd in de 19de gewaarschuwd voor de Ieren, barbaarse paupers die niet naar opwaartse mobiliteit streefden, maar hun geld verzopen. Bovendien zou de loyaliteit van de katholieke Ieren, als puntje bij paaltje kwam, eerder bij de paus liggen dan bij de Britse koning.

Nederland kent in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw betrekkelijk weinig immigratie. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 komen ongeveer 330 duizend Indische Nederlanders naar een 'moederland' dat zij slechts uit de schoolboeken kennen. De regering vreest dat deze 'Aziaten' niet in een Europese samenleving zullen passen. Ze blijken het echter prima te doen. Toch waren veel Nederlanders in de jaren vijftig ongerust over de Indo's, die ze ook wel 'blauwen' noemden. 'Maar over het verleden ligt een romantisch waas. Niemand weet nog dat in Den Haag Indische jeugdbenden elkaar met fietskettingen te lijf gingen', zegt Willems.

Zo kan de geschiedenis hedendaagse zorgen relativeren. Burgers hebben zich eerder zorgen gemaakt, en toen is het ook goed gekomen. Maar voeren migratiehistorici het verleden niet al te gemakkelijk op als bewijs dat hedendaagse migranten ook wel op hun pootjes terecht zullen komen? Is het überhaupt wel mogelijk om zulke vergelijkingen te maken, tussen verschillende periodes en tussen verschillende landen?

Continu of uniek

'Onder historici wordt daar verschillend over gedacht', zegt Lucassen. 'Er zijn historici die bij actuele problemen zeggen: ja, maar dat hebben we al eerder meegemaakt. Zij zoeken naar de continuïteit in de geschiedenis, naar een verleden dat relevant is voor het heden. Er zijn ook historici die vinden dat elke periode uniek is.'

Lucassen en Willems horen bij de eerste school. 'Maar ik vind wel dat migratiehistorici een beetje moeten uitkijken met het maken van vergelijkingen. Ze moeten niet te gemakkelijk zeggen: mensen, gaat u rustig slapen', zegt Lucassen. 'Het klopt dat integratie vaak drie generaties nodig heeft. Dat is een patroon dat je in de geschiedenis heel veel tegenkomt. Maar in de tussentijd kunnen zich natuurlijk grote problemen voordoen, waar je iets aan moet doen.'

Bovendien: migratie mag dan een verschijnsel van alle tijden zijn, de structuur van de ontvangende samenleving is wel aan voortdurende veranderingen onderhevig. In de onlangs verschenen bundel Paths of Integration (uitgeverij Amsterdam University Press), waarvan Lucassen mederedacteur is, worden voorzichtige twijfels geuit bij de vraag of het klassieke model van integratie nog wel werkt in het hedendaagse West-Europa. Migratie werd altijd gedreven door de arbeidsmarkt. Armen trokken naar rijke gebieden waar ze werk konden vinden. Maar na 1970 is de vraag naar laag geschoold werk in Europa juist gedaald. Toch ging de immigratie door, in de vorm van gezinshereniging of -vorming. Ook als er geen werk is, biedt de verzorgingsstaat doorgaans een beter bestaan dan in het land van herkomst. Maar een uitkering is niet het meest voor de hand liggende pad naar integratie.

'Dat is overigens niet helemaal nieuw', zegt Lucassen. '

Willems: 'Gezinshereniging en -vorming maakt het proces wel ingewikkelder. Laag of niet opgeleide migranten blijven instromen.'

Lucassen: 'Misschien is het drie-generatiemodel wel te simpel. Voor een deel van de Turken, Marokkanen en Caribiërs, en dat is geen marginaal deel, gaat het wellicht niet op. Die zouden onderdeel van een etnische onderklasse kunnen vormen. Ik geloof zelf dat het drie-generatiemodel voor een groot deel van de hedendaagse migranten wél zal werken. Maar we weten uiteraard niet hoe het zal aflopen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden