Amerikaans onderzoek: 'Ongelijkheid was in Europa groter dan in Noord-Amerika'

Het lijkt een omkering van de huidige verhoudingen: ooit was welvaart in Europa ongelijker verdeeld dan in Noord-Amerika. Die conclusie trekt een team van overwegend Amerikaanse onderzoekers na het bestuderen van tientallen archeologische vindplaatsen. Nederlandse vakgenoten hebben hun twijfels.

Afbeelding uit 1850 van de Romeinse keizer Nero. Paarden maakten het ontstaan mogelijk van een elite van strijders. Beeld Print Collector/Getty Images

Economische ongelijkheid hangt volgens de wetenschappers samen met de ontwikkeling van de landbouw en de complexiteit van de samenleving. Hoe hoger het ontwikkelingsniveau, hoe meer ongelijkheid. Toen jagers en verzamelaars nog rondtrokken was er minder ongelijkheid dan toen de mens zich op een vaste plek had gevestigd, gewassen ging telen en dieren ging fokken.

Grootte van de huizen

De archeologen bekeken 62 vindplaatsen in Noord-Amerika, Europa, en Azië. In Europa en Azië gaat het om locaties van 11.000 tot 2.000 jaar oud. In Noord-Amerika zijn het opgravingen van 3.000 tot 300 jaar oud. Als maatstaf voor ongelijkheid hanteren ze de grootte van huizen. Hoe groter het verschil tussen grote en kleine woningen, hoe groter de ongelijkheid.

In de loop van de tijd nam ongelijkheid toe, maar dat gebeurde in sterkere mate in Europa en Azië dan in Noord-Amerika. In Noord-Amerika bleven huizen betrekkelijk gelijk in omvang. Reden voor het verschil tussen Eurazië en Noord-Amerika is volgens de onderzoekers het ontbreken van grote gedomesticeerde dieren in Noord-Amerika.

In Europa en Azië beschikten de bewoners over paarden, koeien en varkens. Die droegen bij aan vooruitgang van de agrarische samenleving: ze konden worden gebruikt om grond te ploegen en om goederen te vervoeren. Bovendien maakten paarden het ontstaan van een elite van strijders mogelijk. Die konden zorgen voor uitbreiding van gebied en van welvaart. Aldus de onderzoekers in Nature.

'Niet overtuigend'

Dat de inheemse bevolking van Noord-Amerika een min of meer collectivistisch verleden zou hebben is een intrigerend idee, reageert archeoloog David Fontijn, hoogleraar aan de Universiteit Leiden. 'Maar het verschil met Europa en Azië en de verklaring daarvoor vind ik niet overtuigend'.

Fontijn: 'Volgens de auteurs maakt het uit of samenlevingen in een omgeving zaten waar al langere tijd landbouw werd gepraktiseerd. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat in de zogeheten bandkeramische samenlevingen in grote delen van Europa andere factoren een rol speelden bij het in stand houden van ongelijkheid - dat mensen luxe goederen uit verre gebieden tot inzet van machtsspelletjes wisten te maken.'

Ook in Europa zijn bewijzen van collectivistische tradities te vinden, stelt Fontijn. In Oekraïne zijn enorme nederzettingen uit het 4de millennium voor Christus gevonden, waarvan de huizen even groot zijn. 'Als je rekening houdt met dit soort dingen denk ik dat er weinig verschil overblijft tussen Noord-Amerika en Europa.'

Leendert Louwe Kooijmans, emeritus hoogleraar prehistorische archeologie, noemt de publicatie 'wel heel erg hoog vliegen'. 'Een te groot gebied, een te lange periode en heel grote marges in de data. Ik begrijp niet wat de auteurs willen aantonen: sociale differentiatie verliep niet over de hele wereld synchroon. Wisten we dat niet al?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.