Als farmaceut wil ik het debat over medicatieprijs aangaan

Als farmaceut mag ik alleen een arts zeggen waarom een middel beter is dan een ander middel.

Medicijnen in een apotheek.Beeld Peter Lipton

Donderdag kopte de Volkskrant in een voorpagina-artikel over voorschrijfgedrag van artsen, dat zou worden beïnvloed door wat wordt bestempeld als 'sponsoring' door de farmaceutische industrie. Een van onze innovaties wordt daarbij tussen de regels door genoemd. Wij lazen het in de krant.

Het is geen geheim dat onze industrie niet de beste reputatie heeft. Minder bekend is dat wij zelf bijdragen aan het in stand houden van de vicieuze cirkel van reputatieschade, door vrijwel nooit inhoudelijk te reageren. Het gebrek aan reactie vanuit de farmaceutische industrie is een gevolg van de strenge normen waaraan moet worden voldaan. Een product noemen mag niet, alles wat ook maar enigszins lijkt op aanprijzing van de eigen productportfolio is absoluut uit den boze. Ook over de prijzen van specifieke geneesmiddelen, een zeer heftig debat, kunnen wij niet proactief spreken. Onze handen zijn daarmee gebonden, waarbij we de touwen vaak zelf extra strak aantrekken.

Op zich is het dan ook begrijpelijk dat ik niet benaderd ben door de Volkskrant voor een inhoudelijke reactie. Die komt immers toch niet, zo kan men denken. Maar dat moet echt anders. De consument verdient een transparante berichtgeving over de geneesmiddelen die hij heeft. Dit debat kan en mag niet alleen gevoerd worden door hen die onweersproken vrijheid van meningsuiting hebben.

De berichtgeving van donderdag is vreselijk ongelukkig. Er wordt impliciet gesteld, in deze krant en op het NOS Journaal, dat ons middel Tresiba, een langwerkende insuline, twee keer zo duur zou zijn en geen voordeel zou hebben ten opzichte van bestaande, lees goedkopere middelen. Laat ik daar inhoudelijk op reageren: dat is pertinent onjuist. Wij hebben dit middel onder dezelfde vergoedingslimiet als het bestaande middel op de markt gebracht. Maar veel belangrijker, bij dit middel zijn de individuele patiënten die door hun arts geschikt worden bevonden om het te krijgen, gebaat. Die toegevoegde waarde waarover wordt gesproken, bestaat dus zeker, en voor een prijs die door de overheid oké is bevonden.

Sanne Groenemeijer is algemeen directeur Novo Nordisk Nederland.

Het is vreselijk wollig taalgebruik, maar ik kan niets anders. Ik mag hier eenvoudig niets zeggen over waarom het middel goed is, laat staan waarom het beter zou zijn. En zo hoort dat ook. Ik mag dat zeggen tegen een arts, die vervolgens zelf een zeer zorgvuldig geïnformeerde overweging maakt. Zij zijn het immers die hun ziektegebied van binnen en buiten kennen, die vaak twee decennia lang opleiding hebben genoten die hen tot de absolute specialisten maakt in hun vakgebied. Niet wij, niet de overheid en ook niet de zorgverzekeraar.

Als ik een goed voornemen voor het nieuwe jaar mag noemen is het dit: ik wil het échte debat aangaan in dit soort berichten. Hierbij dus een open oproep aan iedereen die een reactie wenst, bel gerust, wij zijn beschikbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden