Allochtone peuters beter in taal door speelzaal

Allochtone kinderen die vanaf hun tweede jaar naar de peuterspeelzaal gaan, beheersen het Nederlands veel beter dan hun allochtone leeftijdsgenootjes die er niet naartoe gaan....

Peuters die na de speelzaal op een zwarte school terechtkomen, raken echter een deel van hun taalvoorsprong weer kwijt.

Veel Turkse en Marokkaanse leerlingen hebben op hun vierde een taalachterstand van ruim twee jaar. Allochtone kinderen die op de peuterspeelzaal Nederlands leren, lopen hun taalachterstand echter met één jaar in, zo blijkt uit het onderzoek.

In het debat over de taalachterstand van allochtonen, wordt de voorschoolse opvang als een van de oplossingen genoemd. Staatssecretaris Adelmund van Onderwijs wil van het kabinet 120 miljoen gulden om de opvang voor jonge kinderen uit te breiden.

Volgens onderzoeker P. Leseman van het SCO-Kohnstamm Instituut zijn twee lesprogramma's het meest effectief: Kaleidoscoop en Piramide. In deze programma's wordt spelenderwijs gewerkt aan het uitbreiden van de woordenschat van de peuters. Leseman benadrukt dat het bij beide lesmethoden niet gaat om een stoomcursus taal.

'Het is een misverstand dat dat genoeg zou zijn', aldus de onderzoeker. 'Het gaat erom dat kinderen leren na te denken, dat ze het leuk vinden om iets zelfstandig aan te pakken en leren dat het bevredigend is om een probleem op te lossen.' Het spelen met lego en het doorgronden van een begrip als tijd zijn even belangrijk als de taaloefeningen.

Beide lesprogramma's zijn in 1996 op een aantal speelzalen door het hele land ingevoerd. Zo'n driehonderd kinderen krijgen op dit moment via de onderwijsmethoden les.

Leseman is door het ministerie van Onderwijs ingehuurd om de programma's te evalueren. De politiek wil in de eerste plaats weten of voorschoolse opvang zin heeft en of er een verschil is tussen beide programma's.

Volgens Leseman scoren beide programma's even goed. Wel moet de voorschoolse opvang aan duidelijke voorwaarden voldoen, wil het effectief zijn.

Zo is het belangrijk dat peuters vaak, zo'n vier dagdelen per week, naar de opvang gaan. Gaan ze over naar groep één, dan moet hun basisschool hetzelfde programma gebruiken. Het zijn vooral de herhaling en het op dezelfde manier aanpakken van problemen, die kinderen in staat stellen iets extra's te leren, aldus de onderzoeker.

Laatste voorwaarde voor het welslagen van de programma's is, dat de leerlingen intensief door twee juffen worden begeleid. Is een van de twee leraressen afwezig, dan lopen de prestaties van de leerlingen snel terug.

Volgens Leseman schuilt hierin een groot gevaar voor het welslagen van de voorschoolse opvang. Door het grote lerarentekort gebeurt het steeds vaker dat de extra juf uit de klas wordt gehaald om elders in te vallen.

Als belangrijkste bedreiging voor succes ziet de onderzoeker echter de overstap van de peuter naar een zwarte school. Een groot deel van de taalvoorsprong gaat dan verloren, zegt hij.

'Ik wil geen zwarte pieten uitdelen', aldus Leseman, 'maar het is moeilijk om goed Nederlands te leren als in een klas twaalf talen worden gesproken. Kinderen leren niet alleen van de leraar, maar ook van elkaar.'

Hoewel het politiek onhaalbaar lijkt, pleit Leseman voor een evenwichtigere spreiding van allochtone en autochtone leerlingen. 'In alle onderzoeken zie je het: Turkse en Marokkaanse leerlingen leren meer in een klas met veel Nederlandse kinderen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.