Alleen het beeld bleef tochten

In New York is het leuker dan in Bagdad, je overgrootmoeder is dood en zal dat ook blijven, en wanneer je 's morgens in de spiegel kijkt, zie je jezelf....

Filosofie beredeneert en argumenteert, waardoor ze in de eerste plaats aan het intellect appelleert, terwijl muziek en beeldende kunst vooral op de zintuigen en het gemoed werken, wat niet betekent dat ze niet tot reflectie aanzetten.

En wat doet poëzie? Met de schilderkunst deelt ze het gebruik van beelden, net als muziek probeert ze met klank en ritme je weerstand te breken, en omdat ze gedachten formuleert, raakt ze aan filosofie. Poëzie zonder beelden en muzikale elementen is bloedeloos, poëzie waarin niet wordt nagedacht is plat. Omdat gedichten uit taal bestaan werken ze trager op je in dan sonates of schilderijen, en omdat ze zich niet van syllogismen bedient, kan ze geen aanspraak maken op wetenschappelijke waarheid. Het gedicht staat halverwege tussen oerkreet en proefschrift, tussen schoonheid en waarheid.

Stefan Hertmans is van meet af aan een dichter geweest die afstand wilde scheppen. Moeten extraverte dwepers en sexy podiumbeesten het van retorisch vuurwerk hebben, Hertmans' nieuwe bundel heet bedachtzaam Vuurwerk zei ze, alsof de dichter de mededeling zelf liever niet voor zijn rekening neemt. Bij alles wat je zegt moet je je immers afvragen of het waar is, of je geheugen je niet in de steek laat en of je het wel zelf hebt bedacht.

Dat je niet alles zelf kunt bedenken is een constante in het werk van Hertmans,die graag verwijst naar de actualiteit, naar beeldende kunst en naar andere literatuur. Deze dichter denkt na, niet alleen over het leven zelf, maar ook over wat daar al over gedacht is. Zo treffen we in deze bundel verwijzingen aan naar onder anderen D.H. Lawrence, Ovidius, Marsman en Goya.

In sommige gevallen fungeert de verwijzing als filter, als wil de dichter aangeven dat wat we waarnemen en denken mede is ingegeven door wat we geleerd hebben. Dat is het geval in een intrigerend gedicht over twee geliefden die zich in hun intimiteit van de wereld hebben afgekeerd, maar dat graag willen delen met diezelfde wereld: 'Ze hadden geen geheimen./De camera keek op hun bed,/Hun moeizaam sterven aan genot.' De Big Brother-achtige situatie wordt al gauw ranzig:

Alles raakte door zure adem Mistig en bevochtigd.

Alleen het beeld bleef tochten.

Even later blijkt dat het hier om Heinrich von Kleist en Henriette Vogel gaat, die in 1811 samen zelfmoord pleegden aan de oevers van de Wannsee. Zelfs de grote romantici waren niet vrij van effectbejag, is de suggestie, en al te benauwde intimiteit leidt tot waanzin.

Bij dit gedicht is het niet strikt noodzakelijk de allusie te herkennen, want ook zonder dat je weet om wie het gaat, blijft het gedicht interpretabel. Er zijn echter ook gevallen waarin dat niet zo is. In 'Gentianen in september' wordt expliciet naar een nagelaten gedicht van D.H. Lawrence verwezen, en wie niet de moeite neemt dat even op te zoeken, blijft met grote raadsels zitten. Lawrence ziet de gentiaan als symbool van het contact tussen levenden en doden, omdat in zijn persoonlijke mythologiede godin Persephone die bloem als toorts gebruikt bij haar jaarlijkse afdaling in de onderwereld.

Het onderwereldmotief speelt in deze bundel een voorname rol. Persephone en haar moeder Demeter, Orpheus en Eurydike, Mercurius en Anubis (die de zielen naar beneden begeleiden) komen verscheidene malen voor. Het centrale symbool is de slang, dat chtonische wezen dat zich steeds verjongt door van huid te veranderen en ook weer in verband gebracht kan worden met bijbelse helden als Adam en Mozes. De literatuur is immers een spiegelpaleis waarin de mens zichzelf voortdurend herkent in anderen, waarbij de vraag rijst wie hij is: 'Wie diep zinkt in zichzelf/Komt er talloze anderen tegen.'

Elders ervaart de spreker 'Een mens die zich meester maakt/Van hen die mij bewonen.' Identiteit is geen vastomlijnd concept, maar 'Er is geen centrum nodig voor de/Samenhang'.

Wie nu mocht denken dat Hertmans' bundel niets dan een zwaarwichtige exercitie in postmoderne intertekstualiteit is, vergist zich, want het boek bevat tal van goede strofen die op eigen benen kunnen staan. Dit is, met een knipoog naar de klassieken en het lijdensverhaal van Christus, een scène bij een bushalte: 'Niets is volbracht./In duisternis, in hijgend zwijgen/Lopen ons de Gratiën,//Drie oude wijven, Jonger dan jong/Warmbloedig en als breedsmoelkikkers/Bij de poel van koude zonde/Kwakend//Straal voorbij.' De goden zijn nog onder ons – als je maar goed kijkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden