Opmerkelijk Tijdschrift voor Belangwekkende Bijzaken

Al te menselijke robots maken ons ongemakkelijk

Jaarlijks publiceren Nederlandse wetenschappers 172 duizend onderzoeken. In deze rubriek een greep uit die onderzoeken die bijna onopgemerkt waren gebleven. Vandaag: hoe robots ons schrik aanjagen als ze te veel op mensen lijken. 

De mensachtige robot Sophia. Foto AFP

Ze verzorgt de kinderen of maakt het huis schoon, kijkt u aan en geeft antwoord op vragen. Niet te onderscheiden van een menselijke hulp in huis. Zo’n robot is de heilige graal voor veel bouwers van sociale robots.

Buiten het feit dat zulke robots technisch nog niet haalbaar zijn, is het de vraag: willen we eigenlijk wel dat robots op ons lijken? Volgens experimenteel psycholoog Marnix Naber van de Universiteit van Utrecht is dat voorlopig geen goed idee: ‘Robots die zeer menselijk lijken, maar daar net niet volledig in slagen, zijn griezelig en geven ons een ongemakkelijk gevoel.’

Wie? Marnix Naber, Anne Reuten en Maureen van Dam
Wat is hun specialiteit? experimentele psychologie
Originele titel publicatie? Pupillary Responses to Robotic and Human Emotions: The Uncanny Valley and Media Equation Confirmed
Vrij vertaald? Bewijs voor de griezelvallei

De Griezelvallei

Aan de ene kant van het spectrum van menselijke gelijkenis staat een cartooneske robot als Wall-E van Disney met zijn rupsbandjes en grijpertjes. Aan de andere kant vinden we robots zoals Sophia, van Hanson Robotics. Haar siliconen gezicht bevat kleine motortjes waarmee ze meer dan vijftig gezichtsuitdrukkingen kan laten zien en door camera’s in haar ogen kan ze gezichten volgen en oogcontact houden. Waarschijnlijk zou u de aandoenlijke Wall-E zo naar huis willen meenemen, maar krijgt u een ongemakkelijk gevoel bij het zien van Sophia. Hoe meer robots op ons lijken, hoe leuker we ze vinden. Totdat ze te veel op ons gaan lijken, zoals Sophia. Dan ontstaat er ineens een dip in vertrouwen. Dit fenomeen wordt ‘uncanny valley’, de griezelvallei, genoemd.

De griezelvallei houdt robotontwikkelaars en psychologen bezig sinds het bestaan ervan in 1970 werd geopperd door de Japanse robotbouwer Masahiro Mori. Wetenschappers van de Universiteit van Californië onderzochten het door een vertrouwensspel met robots te fingeren. Hierbij kregen proefpersonen 100 dollar en mochten dat toevertrouwen aan verschillende plaatjes van robots, waarop de robot besliste hoeveel de deelnemer terug zou krijgen. Het bleek dat mensachtige robots veel minder geld toevertrouwd kregen dan hun simpelere collega’s.

De griezelvallei. Als robots meer op mensen gaan lijken, gaan we ze enger vinden. Tot het punt dat ze niet meer van mensen te onderscheiden zijn. Foto Naber

Marnix Naber gebruikte voor het eerst een techniek genaamd pupillometrie om het bestaan van de griezelvallei te bevestigen. Hij registreerde de verwijding van pupillen bij proefpersonen die verschillende plaatjes van gezichten te zien kregen. De gezichten varieerden van cartoonachtig, naar bijna menselijk, tot echt menselijk. Bij het zien van de meeste plaatjes verwijdden de pupillen van de proefpersonen zich. Maar bij de robotgezichten die net niet menselijk waren gebeurde iets geks; hier werd een veel minder grote verwijding geregistreerd. Uit vragenlijsten bleek dat proefpersonen zich juist bij deze gezichten ongemakkelijk voelden.

Hoewel de resultaten gebaseerd zijn op plaatjes en niet op daadwerkelijke ontmoetingen met robots voorspelt Naber dat de resultaten ook hier toepasbaar zijn. ‘Als plaatjes van mensachtige robots griezelig worden ervaren, zal dat bij een werkelijke ontmoeting waarschijnlijk nog erger zijn. Buiten het feit dat menselijke robots net niet goed genoeg op ons lijken, praten en bewegen ze ook net niet zoals een mens dat doet.’

Meer over