‘Aidspatiënten zie ik pas als ze doodziek zijn’

Kaushik Ramaiya..

Van onze verslaggeefster Natalie Righton

AMSTERDAM De Tanzaniaanse arts Kaushik Ramaiya (51) kreeg een aantal aanbiedingen om voor een aantrekkelijk salaris bij de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN te komen werken, maar hij weigerde keer op keer. Hij wilde zich blijven inzetten voor de aidspatiënten in zijn land, wat hij al sinds begin jaren negentig doet. Met een benefietdiner in Amsterdam, mede georganiseerd door het Aids Fonds, haalde hij zaterdag 780 duizend euro op voor hulp in Tanzania.

Ramaiya volgde zijn opleiding geneeskunde in India, Groot-Brittannië en de VS. In Tanzania behoort hij tot de welvarende elite van Tanzanianen met Indiase voorouders, die zich drie generaties terug als handelaars in het Oost-Afrikaanse land vestigden.

Ramaiya kan als arts en intellectueel gemakkelijk een comfortabel leven elders opbouwen. Dat hij dit niet deed, maakt hem tot een uitzondering. In Tanzania emigreert één op de tien artsen. In een land met 813 artsen op 35 miljoen inwoners kan geen arts gemist worden. Ter vergelijking: Nederland telt 300 artsen per 100 duizend inwoners, aldus cijfers van 2004. Dat zijn er naar verhouding 150 keer zo veel als in Tanzania.

Ook in de rest van Afrika is het verlies van medici een probleem. Zo verlaat een kwart van de artsen in Malawi en Zimbabwe hun land en vertrekt één op de vijf Zambiaanse artsen. Liberia (37 procent), en de West-Afrikaanse eilandstaten Sao Tomé (45procent) en Kaapverdië (55 procent) voeren de wereldranglijst aan, op enkele Caribische eilandjes na.

Waarom besloot u als arts in Tanzania te blijven ?

‘Simpel, in Tanzania ben ik echt nodig. In het ziekenhuis waar ik werk, ligt de stoep elke dag vol met patiënten. Zieke mensen komen van heinde en verre en wachten – soms vergeefs – de hele dag tot ze een arts kunnen zien. Ik heb mij gespecialiseerd in hiv. In Tanzania zijn 400 duizend mensen met het aidsvirus besmet, maar slechts eenzesde van hen is daarvan op de hoogte.’

Kunt u een voorbeeld geven van de ernst van de epidemie in Tanzania?

‘Mensen komen pas naar mij als ze doodziek zijn. Meestal balanceren ze dan op de rand van de dood. De patiënt die mij het meest is bijgebleven is een 22-jarige jongeman die zes jaar geleden in comateuze toestand werd binnengebracht in het ziekenhuis van Dar es Salaam, waar ik werk. Zijn afweersysteem was volledig ingestort, waardoor hij inmiddels leed aan tbc, hersenvliesontsteking en huidinfecties. Zonder goede behandeling was hij binnen enkele dagen dood geweest, maar wij konden hem gelukkig oplappen.

‘Veel Afrikanen beschouwen hiv nog steeds als een doodvonnis en laten zich daarom liever niet testen. Door die struisvogelpolitiek grijpt het virus razendsnel om zich heen. Met de jongen gaat het overigens goed: hij is consulent in ons ziekenhuis en probeert leeftijdgenoten over te halen zich te laten testen, zodat ze een goede behandeling kunnen krijgen.’

Waar gaat u doen met het in Amsterdam ingezamelde geld ?

‘Dat is voor de bouw van een extra vleugel van het Shree Hindu Mandal ziekenhuis in Dar es Salaam, waar ik werk. Het aantal bedden wordt verdubbeld tot 130, er komt een extra afdeling spoedeisende hulp en een polikliniek voor dagpatiënten. Hierdoor hoop ik meer met hiv besmette mensen te behandelen. Door de extra capaciteit kan ik ook meer artsen van het platteland praktijkervaring laten opdoen, waardoor de kennis over hiv in mijn land wordt vergroot.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden