Afrikaanse vorsten bij Victoria

BOTSWANA IS een woestijnachtige, dunbevolkte republiek, gelegen ten noorden van Zuid-Afrika, tussen Namibië en Zimbabwe. De republiek werd onafhankelijk in 1966 en de eerste president was de koningstelg Seretse Khama, die een Engelse vrouw had....

Seretse Khama's grootvader 'King Khama' en twee andere 'Great Chiefs' reisden in 1895 naar Londen om de Grote Witte Moeder Victoria (die klein, dik en oud bleek te zijn) te smeken hun gebieden te beschermen tegen Rhodes' opdringerig imperialisme. Het werd een zegetocht, mede omdat zendelingen van de Low Church de brave burgerij opzweepten ten gunste van drie gekerstende 'koningen', die bovendien geheelonthouder waren en dus bestrijders van koloniaal zedenbederf. Overigens zou een van die koningen, Sebele, na terugkeer in zijn geredde land flink aan de drank raken.

Khama, Sebele en Bathoen worden wegens die reis de stichters van Botswana genoemd, een betwistbaar etiket. Zonder hun actie zou het Protectoraat Beetsjoeanaland wellicht zijn geannexeerd door Zuid-Afrika of door het kort voor hun reis bloedig gekoloniseerde Rhodesië. Dat was al gebeurd met stukken van Beetsjoeanaland die niet onder de drie Chiefs vielen. Rhodes werd toen nog stevig gesteund door de grote partijen in Londen en door het ministerie van Koloniën. Hij ontstak in racistische woede, toen de Chiefs een onverwacht compromis afdwongen, en sprak over 'die kwezelachtige inboorlingen'. Zijn lugubere rechterhand, Leander Starr Jameson, schold koning Khama zelfs regelrecht de huid vol ('vervloekte kaffer'), wat de tolk overigens niet kon bijhouden.

Neil Parsons, van Britse afkomst en historicus aan de Universiteit van Botswana, heeft de reis van de Chiefs in detail beschreven (en tot op de penny nauwkeurig financieel verantwoord). Parsons schreef eerder een biografie van president Seretse Khama en andere geschiedwerken over zuidelijk Afrika. Af en toe lijkt zijn nieuwe boek wel een verslag van een nogal uitgelopen schoolreis (tweeënhalve maand). Het zit echter vol verstoken ironie en tragiek.

In het boek komen onder meer de arrogante commentaren ter sprake van het blad South Africa, wiens reporter de blanke kolonisten eens hartelijk wil laten lachen om die onbeholpen zwarte koninkjes en de opgetogen Engelse dames die zelfs de zwarte bedienden om de hals lijken te willen vallen. Hoe succesvoller de Chiefs zijn en hoe voller de zalen, des te vetter wordt de spot van de koloniale journalist.

De drie koningen zijn aandoenlijke bezoekers van die onvoorstelbare nieuwe wereld. Op de lange hoge brug van Bristol stellen ze voor om ook zo'n brug aan te leggen tussen Kaapstad en Londen; dan hoeven ze niet meer zeeziek te worden. Ze verbazen zich over de enorme mensenmassa's in Engeland en een van hen ziet daar voordeel in: als er een sprinkhanenplaag komt, moet de Grote Moeder (Victoria) iedere Engelsman bevelen één sprinkhaan te vangen, dan is het meteen afgelopen.

De vossenjacht wordt als te kinderachtig van de hand gewezen en de koningen gruwen van het slachten van jonge kalfjes voor het vlees. Ook alle 'halflamme' paarden in de straat wekken hun mededogen op. Maar verder bewonderen zij het vele groen en alle technische hoogstandjes van Engeland en daarbij tonen zij steeds koninklijk-minzame waardigheid. De zalen puilen uit en de petities tegen Rhodes' landhonger worden rijker aan handtekeningen. Steeds meer kranten bejubelen hun triomftocht en komen politiek aan hun zijde.

Dit alles wordt vriendelijk-kabbelend beschreven, mede aan de hand van contemporaine krantenknipsels. Maar de kracht van het boek zit vooral in de historische achtergrond: het imperialisme van 1895 wordt hier onder de loep genomen. Daarbij blijkt hoe verward de Britten van die dagen over hun koloniale aspiraties dachten. Het moest netjes gebeuren, het mocht de belastingbetaler niet te veel kosten en de (gloednieuwe) yellow press moest er zijn lezers nationalistisch mee kunnen opjutten. Wat allerminst verhinderde dat de drie anti-imperialistische koningen evenzeer werden toegejuicht in die bladen, voorzover die niet door Rhodes gekocht waren.

De progressief-liberale Victoriaanse burgers zochten mét de Londense zendelingen vooral het heil van de inlanders van gekoloniseerde gebieden, waarbij de drankbestrijding een hoofdrol speelde. Zij kregen steun van koningin Victoria zelf die tegenover de Chiefs haar veugde uit over het feit dat in hun landen 'de vloek van de drankzucht' wordt afgewend. Reverend Charles Willougby, die de Chiefs steeds begeleidde en stuurde, wilde 'gekerstende Afrikanen' maar geen 'vereuropeaniseerde Afrikanen'. Overigens zou Khama later lelijke ruzie krijgen met 'Olloby', zoals hij de slimme en strenge zendeling voor het gemak noemt.

Er was ook heel ander imperialisme. Cecil Rhodes wilde, evenals premier Salisbury, een hele strook Afrika tussen Kaapstad en Caïro (Beetsjoeanaland inbegrepen) Brits-rood kleuren, liefst nog met een aftakking naar zee bij Nigeria. Rhodes droomde zelfs van een soort Britse wereldregering, inclusief Zuid-Amerika en een heroverde VS.

De nieuwe minister van Koloniën was de geduchte Joseph Chamberlain, de Emperor Joe van de boektitel en vader van een na 1938 veelgesmade premier (Neville). Chamberlain was in 1895 een overtuigd imperialist en zwoer vrijwel zeker samen met Cecil Rhodes. Maar zijn radicale achterban zag in hem nog een waarborg tegen het ruwe geldkolonialisme. En juist die achterban vulde de zalen waarin de drie Chiefs hun waardige klacht uitdroegen.

Rhodes zag vanuit Zuid-Afrika (waar hij ook premier was) die radicale bui steeds meer hangen en stelde een compromis voor, dat partiële annexatie inhield. Pas later zouden ook de (alcoholisch droog te leggen) reservaten van de drie Chiefs eraan gaan. Chamberlain dicteerde echter een ander compromis, waarbij de drie reservaten een stuk groter werden en betere garanties kregen. Een woedende Rhodes moest zijn partiële uitschakeling accepteren.

Enkele dagen na terugkeer van de Chiefs bleken Rhodes' geheime plannen. Juist vanuit hun gebied begon Jameson met vijfhonderd man een onbekookte overval op Krugers Transvaalrepubliek. Dit in de vergeefse hoop dat ook de 'uitlanders' (vooral Britse kolonisten) tegen de Boerenrepubliek in opstand zouden komen. Jameson leed een smadelijke nederlaag en werd gearresteerd. 'Jameson's Raid' werd een gierend schandaal in Londen, temeer daar Chamberlain van voorkennis en samenzwering werd verdacht. En 'voor straf' werd aan Rhodes alle toegezegde gebied in het protectoraat Beetsjoeanaland ontnomen. Zo bleken de Chiefs succesvoller dan ze in Londen hadden kunnen dromen.

Het Britse imperialisme hikte toen even en de Chiefs hadden de politici geleerd dat de zendelingen en gekerstende 'inboorlingen' een geduchte tegenmacht konden vormen. Veel geholpen heeft dat op den duur echter niet. De kolonisatie moest groot en glorieus, maar goedkoop wezen en dus vooral ten koste gaan van de gekoloniseerde volkeren.

Ook in het latere Botswana. De Chiefs werkten in 1908 nog even samen om Zuid-Afrikaanse aanspraken te torpederen. Maar in de jaren dertig kon de overeenkomst met Joe Chamberlain van 1895 niet meer helpen om grotere Britse win- en bemoeizucht te beteugelen. De wonderlijke reis van de drie koningen heeft dus niet veel blijvends opgeleverd. Maar wel een curieus, bitterzoet boek.

Jan Joost Lindner

Neil Parsons: King Khama, Emperor Joe, and the Great White Queen - Victorian Britain through African Eyes.

The University of Chicago Press; 322 pagina's; omstreeks * 54,-.

ISBN 0 226 64745 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden