Vier vragenbeoordeling wetenschappers

Academici soebatten over de vraag hoe je meet dat een wetenschapper goed ‘scoort’: publicaties of iets anders?

Moet een wetenschapper afgerekend worden op zijn academische publicaties of moeten andere kwaliteiten zoals leidinggeven en maatschappelijke impact een rol spelen bij een beoordeling? Deze kwestie verdeelt wetenschappers in twee kampen.

De hoogleraren van de Radboud Universiteit in Nijmegen bij de opening van het academisch jaar in 2018. Om hoogleraar te worden, tellen publicaties nog zwaar mee.  De vraag is nu, of dat anders moet. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
De hoogleraren van de Radboud Universiteit in Nijmegen bij de opening van het academisch jaar in 2018. Om hoogleraar te worden, tellen publicaties nog zwaar mee. De vraag is nu, of dat anders moet.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een groep van 175 wetenschappers, onder wie Nobelprijswinnaar Ben Feringa, maakt zich grote zorgen over een nieuwe beoordelingswijze die onder meer de Universiteit Utrecht gaat invoeren. De universiteit wil onderzoekers niet langer afrekenen op de zogeheten impactfactor, een score die aangeeft hoeveel een onderzoeker heeft gepubliceerd, en in welke wetenschappelijke tijdschriften die publicaties zijn terechtgekomen. Door die impactfactor zou er te veel nadruk liggen op de onderzoekspublicaties van een wetenschapper en te weinig worden gekeken naar andere kwaliteiten, zoals leidinggeven. De groep van 175 vindt het besluit van de universiteit verkeerd, want die impactfactor is juist cruciaal voor hun internationale carrière. Vier vragen over de beoordeling van wetenschappers.

Wie voeren de beoordelingen van wetenschappers uit en hoe?

Wetenschappers beoordelen elkaar bij het aannemen van nieuwe collega’s of in het geval van een eventuele promotie. Voor deze beoordeling maken ze onder andere gebruik van de impactfactor. Hoe vaker collega’s je werk aanhalen, hoe hoger de impactfactor van dit werk. Publicaties in vaak geciteerde tijdschriften zoals Nature en Science scoren hoger dan publicaties in minder geciteerde tijdschriften.

Verscheidene organisaties, zoals onderzoeksfinancier NWO en de Universiteit Utrecht, willen de beoordeling van wetenschappers op een andere manier gaan uitvoeren. Wat gaan ze doen en waarom?

De Universiteit Utrecht zal vanaf begin 2022 de impactfactor niet meer meenemen bij de werving en evaluatie van wetenschappers. In plaats daarvan gaat de universiteit medewerkers beoordelen aan de hand van een nieuw systeem, genaamd Erkennen en Waarderen. Dit komt voort uit een landelijk initiatief waarin alle universiteiten, UMC’s en organisaties zoals onderzoeksfinanciers NWO en ZonMw deelnemen. Hierbij staan maatschappelijke impact, samenwerking en open toegang tot wetenschap centraal.

Paul Boselie, voorzitter van de commissie Erkennen en Waarderen van de Universiteit Utrecht, zegt in een interview in Nature dat de impactfactor bijdraagt aan ‘productification’ van de wetenschap: de nadruk ligt op productie en niet op de kwaliteit van de individuele wetenschapper.

Ook onderzoeksfinanciers NWO en ZonMw passen hun criteria aan voor het beoordelen van nieuwe voorstellen. Jeroen Geurts, hersenonderzoeker aan het Amsterdam UMC en bestuurder van NWO en ZonMw, geeft als belangrijke reden voor het nieuwe beoordelingssysteem dat een wetenschapper altijd een ‘schaap met vijf poten’ moeten zijn. ‘Onderzoekers moeten excelleren in onderzoek, maar ook in onderwijs, patiëntenzorg en management bijvoorbeeld. Veel wetenschappers ervaren een te eenzijdige nadruk op onderzoeksprestaties, waardoor andere taken onvoldoende gewaardeerd worden’. Het nieuwe systeem geeft wetenschappers daarom de kans zichzelf te presenteren en de onderdelen uit te kiezen waarin ze uitblinken en waarop ze beoordeeld willen worden.

Wat is de kritiek op de nieuwe beoordeling van wetenschappers?

Deze week publiceerde een groep van 175 wetenschappers een opiniestuk in ScienceGuide, een platform voor nieuws uit het hoger onderwijs en de wetenschap, waarin ze hun kritiek uiten op de nieuwe beoordelingsmethode van wetenschappers.

De opstellers stellen dat het beleid de kwaliteit van de wetenschap schaadt, omdat de nieuwe criteria slecht meetbaar zijn. In internationaal verband is de impactfactor een belangrijke graadmeter en door die niet mee te nemen in de waardering zouden vooral jonge onderzoekers de dupe zijn, omdat die de internationale competitie niet meer kunnen bijbenen.

Overigens zijn niet alle jonge onderzoekers het hiermee eens, zo vertelt Hanneke Hulst, hersenwetenschapper aan het Amsterdam UMC. Ze stelt dat jonge onderzoekers wel degelijk met smart wachten op het nieuwe Erkennen en Waarderen. ‘Hoogwaardige wetenschap kun je ook met een ander systeem beoordelen. We moeten op een andere manier naar onderzoekstalent kijken en niet een getal gebruiken dat tot stand is gekomen door prestaties te tellen die weinig zeggen over het talent van het individu’. Hulst werkte mee aan een stuk ondertekend door 383 jonge wetenschappers, als reactie op het opiniestuk van de 175 wetenschappers.

Raymond Poot, biochemicus aan het Erasmus MC Rotterdam en een van de schrijvers van het opiniestuk, zegt dat de impactfactor heel waardevol kan zijn voor sommige vakgebieden. ‘De impactfactor is niet perfect, maar ook niet waardeloos. Bovendien is het één onderdeel binnen een breder palet van indicatoren waarop je wetenschappers beoordeelt. Door dit eruit te gooien, vervang je een meetbaar systeem door een niet te meten systeem. Hoe ga je leiderschap meten?’

Hoe nu verder?

Hoewel het debat nu gepolariseerd lijkt, is het nog maar de vraag of de meningen zo ver uit elkaar liggen, vindt zowel Poot als Geurts. Poot: ‘Wij hebben nooit gezegd dat de impactfactor allesoverheersend moet zijn, maar hem helemaal in de ban doen, vinden we erg radicaal. Een optie zou zijn om een onderscheid te maken tussen de beoordeling bij de verschillende wetenschappen, bijvoorbeeld door de impactfactor te laten meewegen bij exacte wetenschappen maar niet of minder bij sociale wetenschappen’.

Geurts van NWO en ZonMw vindt het goed dat er een discussie op gang is gekomen. ‘Het is logisch dat een cultuurverandering met horten en stoten gaat. We zitten midden in het gesprek waarmee we invulling geven aan Erkennen en Waarderen. Hoe de nieuwe beoordelingsstructuur eruit komt te zien, gaan we samen bepalen.’

Hoe kwam het nieuwe beoordelingssysteem tot stand?

Het nieuwe beoordelingssysteem ‘Erkennen en Waarderen’ is deel van een internationale beweging naar een andere manier van wetenschappers beoordelen. De beslissing in Utrecht is tot stand gekomen door ondertekening van de Declaration on Research Assessment (DORA). De verklaring is in 2012 in het leven geroepen en de universiteit ondertekende deze verklaring twee jaar geleden. Inmiddels hebben twintigduizend personen en organisaties DORA ondertekend, met als doel de evaluatie van wetenschappers en hun publicaties te verbeteren door impactfactoren in de ban te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden