Aards voedsel en geestelijke spijs

De Franse historici Jacques Le Goff en Jean-Claude Schmitt zetten zich, gesteund door vele experts, aan de verwezenlijking van een ideaal: het schetsen van een totaalbeeld van de Middeleeuwen....

HET IS NIET ongeestig: in een encyclopedisch werk van ruim twaalfhonderd bladzijden over de westerse Middeleeuwen begint de bijdrage 'De Middeleeuwen' met de zin: 'De Middeleeuwen bestaan niet.' De verklaring van deze apodictische uitspraak staat in de volgende zin: 'Deze periode van bijna duizend jaar, die zich uitstrekt van de verovering van Gallië door Clovis tot aan het einde van de Honderdjarige Oorlog, is een maaksel, een constructie, een mythe, dat wil zeggen een verzameling voorstellingen en beelden in voortdurende beweging, ruim verspreid in de samenleving van generatie op generatie.'

De bijdrage laat de wisselende voorstellingen zien, van de vroege humanisten die de term 'Middeleeuwen' uitvonden (de tijd tussen de Oudheid en hun eigen tijd) tot aan de twintigste eeuw. Misschien is het mythisch karakter nergens sterker geweest dan in Frankrijk, waar de Middeleeuwen aan de samenleving een culturele, sociale en politieke identiteit gaven of wellicht nog geven. Alle voorstellingen samen zijn de Middeleeuwen. Zoals alle bijdragen in het boek, dat Dictionnaire raisonné de l'Occident Médiéval heet, samen het innerlijk en uiterlijk beeld van de Middeleeuwen vormen.

Het gaat om zo'n tachtig stukken, geschreven door experts, voornamelijk uit Frankrijk, die allen - losser of vaster - verbonden zijn door de gedachte dat geschiedschrijving meer is dan ordening van feiten - in de geest van Marc Bloch, die de theorie huldigde dat geschiedenis de studie van het verleden, niet van de documenten is, dat de eerste opdracht van de historicus is vragen te stellen, niet feiten te verzamelen. Hoe ruimer de vragen - dat wil zeggen: vanuit hoe meer disciplines - hoe groter de kans op inzichtrijke antwoorden.

In hoeverre Blochs ideeën meer literair dan historisch waren, is, dunkt mij, een belangrijke vraag. Zijn naam is in elk geval in veel bijdragen aanwezig. Hij is dan ook de stichter - met de ook al zo grote historicus Lucien Febvre - van de Annales d'histoire economique et sociale, die van heel grote invloed op de Franse geschiedschrijving zijn geweest, enkele giganten hebben voortgebracht en een welhaast onoverzienbare reeks publicaties op het gebied van de geschiedenis van de Middeleeuwen hebben opgeleverd.

De verwezenlijking van het ideaal van een totaalbeeld dat achter een 'dictionnaire raisonné' zit, wordt bepaald door de keuze van de onderwerpen. Jacques Le Goff, misschien wel de productiefste geschiedschrijver van Europa (in de laatste jaren auteur van een zeer omvangrijke biografie van Lodewijk de Heilige en een boeiende biografische studie van Franciscus van Assisi), en Jean-Claude Schmitt, de twee redacteuren van het werk, zullen de keuze hebben gemaakt en die was, als te verwachten, zeer veelsoortig en, in een verouderde terminologie, van hoog tot laag: van God tot het voedsel en het dagelijks leven.

De ordening is alfabetisch. Dat heeft tot gevolg dat het boek bijna symbolisch begint met 'Ages de la vie', de levenstijdperken van de mens. De eerste alinea daarvan - natuurlijk toevallig de opening van het boek - is karakteristiek voor de aard van vele bijdragen in het boek, dat niet beter had kunnen beginnen: 'In het denken van de Middeleeuwen werd de levensduur gezien vanuit een bepaald aantal schema's, die tezamen een waar onderdeel van het weten vormden. Die schema's waren voor het grootste deel een erfenis van de Grieks-Romeinse Oudheid. Pas heel laat onderwierp het christendom ze aan een nieuwe symbolische interpretatie; het stelde zelfs nieuwe voor. Die dubbele denkstroom stelde de westerse cultuur in staat een algemene bezinning op het fysiologische en biologische leven te behouden en tegelijkertijd het leven van de mens in het perspectief van heilsgeschiedenis te plaatsen.'

De klassieke erfenis komt bij heel wat onderwerpen ter sprake. Er is een grote continuïteit, zonder twijfel een enigszins bedrieglijke, doordat men de Middeleeuwen in de zesde eeuw laat beginnen.

Een tweede allesbeheersend gegeven in veel bijdragen is de inpassing van wat uit de historie is overgenomen in de heilsgeschiedenis. Dat was mogelijk door symbolisering, een vorm van geestelijke betekenisgeving. Die dubbelzinnigheid van materieel en spiritueel wordt superieur aangetoond in de bijdrage 'Lichaam en ziel' van Jean-Claude Schmitt. Een hele, voor de middeleeuwse cultuur karakteristieke, verzameling van tegenstellingen is eruit afgeleid: de tijdelijke machten en de geestelijke machten, vertegenwoordigd door de - andere tegenstelling - de geestelijken en de leken - het aardse voedsel en de geestelijke spijs.

Misschien zijn we hier wel in het hart van het boek. Het einde van de bijdrage is zonder meer schitterend: 'Het was niet mogelijk dat een van de twee onderdelen van deze relatie de ander compleet uitsloot zonder het risico het hele gebouw van de maatschappij te laten instorten. In de dertiende eeuw bijvoorbeeld werd de al bestaande praktijk om met geld te betalen (geld: het 'vleselijk' element, als dat al bestaat) voor de sacramenten (de geneesmiddelen van de ziel) algemeen, met als gevolg de vermenigvuldiging van betaalde missen voor de overledenen en meer nog de inflatie van de aflaten. De grens van het toelaatbare werd twee eeuwen later getrokken, toen de kerk niet meer leek dan een machine die, voor klinkende munt en contant, geestelijke gunsten verkocht. In naam van de Geest hadden de hervormden alle reden het exclusieve rijk van het vlees en de ontaarding van de zielzorg door de kerk af te wijzen.'

Schmitt leverde naar mijn smaak de beste bijdragen aan het werk, in elk geval de bekoorlijkste en diepzinnigste, het gevolg van zijn essayerende manier van schrijven die vanuit de gegeven feiten de moedigste lijnen weet door te trekken en in één aspect veel van het geheel weet zichtbaar te maken. Er zijn natuurlijk nogal wat medewerkers die heel goed bij de stof blijven, maar bij wie de geest niet waait waar hij wil of eigenlijk heen moet.

Het nadeel van de opzet van een boek als dit is dat het vaak opnieuw lijkt te beginnen: velen beginnen met een soortgelijke inleiding. Zo begint het stuk over de gilden aldus: 'Men kan de middeleeuwse maatschappij vanuit verschillende perspectieven beschouwen. Dat hangt grotendeels af van de wijze waarop men de huidige tijd verstaat en vooral van de ideeën die men zich heeft gevormd over het verschil tussen deze tijd en de Middeleeuwen.'

Die deur staat al eeuwen open. De schrijver van de bijdrage over de 'heerlijkheid' begint met de opmerking dat verschillende boekdelen niet zouden volstaan voor de historische analyse van zijn onderwerp.

Er zijn prachtige stukken over de tijd, over het symbool, over de randfiguren van de middeleeuwse maatschappij, over de aarde, een werkelijk indrukwekkende bijdrage over de orde (in vele, maar natuurlijk altijd samenhangende geledingen), over riten (door Schmitt), over de herinnering. De onderwerpen vormen samen een grote begrippenverzameling, waarbij het fascinerende is hoezeer die begrippen voortdurend geconcretiseerd worden in geestelijke of in wereldse zin.

Namen van steden of grote instituten ontbreken. Alleen Jeruzalem en Rome - allebei steden met een rijke symboolgeladenheid - kregen een bijdrage. Personen ontbreken. Misschien had er voor één persoon een uitzondering gemaakt kunnen worden: Augustinus. Hij is de meest geciteerde, want zijn denken ligt aan de basis van heel veel middeleeuwse opvattingen, filosofische en theologische. In het stuk over het symbool staat meteen aan het begin dat Augustinus de vader is van de hele middeleeuwse symboliek (niet van de symbolen, maar van het denken erover). Hem worden in het boek meer vaderschappen toegedicht.

De samenstellers willen de bijdragen niet los gelezen zien. Onder elk stuk staan verwijzingen naar andere in het boek. Met al die kruisverwijzingen moet het voor een toegewijde lezer mogelijk zijn het hele boek als een samenhangend geheel te ervaren. Het aardige is dat veel bijdragen zelf al een samenhangend geheel te zien geven: veel van de onderwerpem functioneren op verschillende niveaus binnen de middeleeuwse beleving; ze hebben ook, zeker vanuit symbolisch perspectief, kleine en grote parallellen, of, als men wil, andere concretiseringen.

Elke bijdrage sluit af met een vrij uitgebreide bibliografie. De meeste daar genoemde werken zijn uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Er is in de jaren tachtig en negentig ontzagwekkend veel wetenschappelijk werk verricht. En daardoor komt ook ontzagwekkend veel in de schaduw te staan. Huizinga, de enige Nederlander in het boek, wordt één keer genoemd: in het hoofdstuk over de dood en doden.

Over de doorwerking van Augustinus schrijft de grote historicus Jaroslav Pelikan zeer lucide in zijn voorwoord bij een ander monumentaal encyclopedisch werk, dat ik hier alleen wil noemen: Augustine through the Ages - An Encyclopedia, dat onder de algemene leiding van Allan D. Fitzgerald O.S.A. verscheen. Niet alleen het leven, de geschiedenis van zijn tijd, al zijn werken, zijn belangrijke tijdgenoten, de grote begrippen uit zijn fiosofie en theologie komen uitgebreid ter sprake, ook de doorwerking van zijn ideeën door alle eeuwen worden in lemmata aan de orde gesteld.

Merkwaardigerwijs ontbreekt het trefwoord 'Middeleeuwen'. Er worden wel veel middeleeuwse figuren in Augustijns perspectief behandeld, terwijl de periode van de Renaissance en het humanisme en die van de Renaissance tot de Verlichting uitgebreide aandacht krijgen.

Een studie waarnaar op veel plaatsen in deze encyclopedie wordt verwezen is Augustinus de zielzorger van F. van der Meer, dat door de Engelse vertaling groot gezag over de hele wereld heeft gekregen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden