Aantal levend geboren kinderen bij kankerpatiënten neemt toe, aantal vroeggeboortes daalt

150 zwangere vrouwen per jaar krijgen de diagnose kanker

In verwachting zijn en kanker krijgen, dat klinkt als een noodlotsscenario. Maar steeds vaker is er wel degelijk een toekomst, zowel voor de moeder als voor het kind.

Beeld Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

Zwanger zijn en kanker krijgen, het klinkt als een onmogelijke strijd tussen leven en dood, maar toch zien artsen steeds vaker kansen voor moeder en kind. Oncologen gaan er meer toe over om vrouwen nog tijdens hun zwangerschap te behandelen, met toenemend succes: het aantal levend geboren kinderen neemt toe, het aantal vroeggeboortes daalt. Dat blijkt uit internationaal onderzoek dat is gepubliceerd in The Lancet Oncology.

Jaarlijks wordt bij een op de duizend zwangere vrouwen kanker vastgesteld; dat komt voor Nederland neer op ruim 150 vrouwen. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat een moeder die wordt behandeld tegen kanker haar ongeboren kind geen schade toebrengt: de kinderen hebben niet vaker afwijkingen en ontwikkelen zich in de eerste jaren na de geboorte net als andere kinderen. De moeders overleven bovendien net zo vaak als kankerpatiënten die niet zwanger zijn.

De cijfers komen van een internationale onderzoeksgroep die ruim tien jaar geleden werd opgezet door de Vlaamse hoogleraar gynaecologische oncologie Frédéric Amant - inmiddels verbonden aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en het AMC. Amant verzamelde collega's uit zestien landen om zich heen, die gegevens bijhouden over zwangere kankerpatiënten en hun kinderen. Het geruststellende beeld dat daaruit naar voren komt, heeft zijn vruchten afgeworpen: 'We zijn blijven aantonen dat de kinderen niet lijden, door erover te publiceren, door lezingen te geven. We zien nu dat artsen onze boodschap oppakken, er ontstaat een mentaliteitsverandering.'

Voor de nieuwste studie bekeek arts-onderzoeker Jorine de Haan (VUmc) hoe vaak zwangere kankerpatiënten worden behandeld en wat de gevolgen zijn voor moeder en kind. Voor haar promotie-onderzoek analyseerde gegevens over 1.170 zwangere vrouwen die tussen 1996 en 2016 de diagnose kanker kregen. Onder hen 278 Nederlandse vrouwen. Het aantal vrouwen dat een kankerbehandeling kreeg, steeg elke vijf jaar met 10 procent. Vooral het aantal chemo's nam toe: tussen 2010 en 2016, de laatste onderzochte periode, kreeg 44 procent van de vrouwen een chemo en werd 36 procent geopereerd.

'De angst voor de risico's is kennelijk minder geworden', reageert Bart Fauser, emeritus hoogleraar gynaecologie (UMC Utrecht), niet betrokken bij het onderzoek. 'Er is nu meer kennis over de gevolgen, artsen durven meer aan.'

Aantal te vroeg geboren neemt af

Het aantal levend geboren kinderen nam in twintig jaar tijd toe, zo blijkt uit de nieuwe cijfers, tot 90 procent in de periode tussen 2010 en 2016. Het aantal te vroeg geboren kinderen nam af. 'Vroeger haalde de arts een kind vaak eerder, zodat de moeder na de bevalling meteen met de chemo kon beginnen', verduidelijkt Amant. 'Nu begint de arts al tijdens de zwangerschap met chemo en is er minder reden om het kind eerder te laten komen.'

Hoewel het aantal vroeggeboortes afneemt, zijn kinderen van kankerpatiënten bij de geboorte wel vaker te licht en hebben ze een grotere kans op opname op de neonatale intensive care. Ruim 40 procent van de pasgeborenen komt op die afdeling terecht. De onderzoekers zien een verband met de toename aan chemokuren. Bepaalde chemo's beschadigen het dna van cellen en dat kan de ontwikkeling van de placenta beïnvloeden.

Stress

Maar ook andere zaken kunnen bij dat lage geboortegewicht een rol spelen, benadrukt Amant, zoals stress bij de moeder. Gynaecoloog Fauser vindt het extra risico meevallen vergeleken met andere groepen zwangeren. Aanstaande moeders met diabetes bijvoorbeeld hebben vaker complicaties en hun kinderen hebben bij de geboorte soms een slechtere start.

Tot nu toe laat onderzoek zien dat het lage geboortegewicht geen nadelige gevolgen heeft, aldus Amant. De kinderen hebben na een paar maanden een normaal gewicht, en een reguliere lengte en hoofdomtrek. Kankerpatiënten, zo blijkt ook uit deze studie, krijgen niet vaker dan gemiddeld een kind met een ernstige afwijking. Chemokuren worden niet voor de twaalfde week van de zwangerschap gegeven omdat in die periode de organen van het kind worden aangelegd, wat de kans op misvormingen vergroot. Na de twaalfde week, als de organen alleen nog maar groeien, is die kans uiterst klein.

Toch is het belangrijk, zegt Amant, om zwangere kankerpatiënten heel goed in het oog te houden. 'De groei van de baby mag wat afvlakken maar als de achterstand te groot wordt, moeten we ingrijpen.'

Hij heeft meegemaakt, vertelt hij, dat een aanstaande moeder zo'n zware chemo kreeg dat de baby stopte met groeien en in haar buik overleed. 'Er zit dus wel enig risico aan, we moeten goed doseren en controleren.' Om die reden, zegt hij, is het van groot belang dat de zwangeren worden begeleid in een gespecialiseerd centrum. Fauser: 'Je wilt het beste voor de moeder maar ook voor het kind, hoe vallen die twee te combineren? Dat zijn vaak dramatisch complexe beslissingen die alleen door een team van experts kunnen worden genomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.