96, 97, 98, 99, honderd, 101, 102...

Slapen lijkt zo vanzelfsprekend, tot het ineens niet lukt. Meestal is de oorzaak van slapeloosheid niet duidelijk, en wordt er gemakkelijk naar slaapmiddelen gegrepen....

Je ligt in bed. Je draait je nog eens om, knijpt je ogen dicht. En net als je denkt dat je vooruitgang boekt, hoor je de brievenbus. De krant valt op de mat.

Weg hoop om nog wat slaap te pakken, de wekker gaat al bijna. Geradbraakt kruip je uit je bed en je begint aan je dag. Om ’s avonds doodmoe maar klaarwakker naar het plafond te staren. En de krantenjongen af te wachten.

Slaap is typisch zo’n onderwerp waar alleen over wordt gesproken wordt als het misgaat. Goede slapers staan er niet bij stil dat ze elke ochtend kwiek opstaan. Het leven draait om de uren dat ze wakker zijn. Slapelozen zijn bijna altijd wakker. En ze zijn voortdurend bezig met slapen. In de nacht verlangen ze ernaar, overdag overvalt het hen. Vergaderingen gaan als in een droom voorbij, afspraken worden vergeten. Moe. Zo ontzettend moe.

In Nederland lijdt ongeveer 7 procent van de bevolking in meer of mindere mate aan slapeloosheid (insomnie). Slechts een klein aantal van hen zoekt professionele hulp, de rest houdt het bij warme melk en schaapjes tellen. Professionals hebben weinig meer te bieden dan volkswijsheden en slaapmiddelen, zegt slaaponderzoeker Eus van Someren van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen en het VU medisch centrum in Amsterdam. ‘Voor iets dat 30 procent van ons leven in beslag neemt, weten we eigenlijk maar heel weinig van slaap en slaapproblemen.’

Problemen ontstaan als iemand gedurende een langere periode zo vaak wakker ligt, dat hij er overdag last van krijgt. ‘Iedereen ligt wel eens wakker, als je dat snel kunt inhalen is er niet zo veel aan de hand’, aldus Van Someren. ‘Maar als je echt chronisch te weinig slaapt, kun je allerlei problemen krijgen.’ Geïrriteerdheid, chronische vermoeidheid en problemen met concentratie en geheugen komen veel voor, met als uiterste vitale uitputting. Problemen op het werk, in relaties, een grote kans op depressie, als lichaam en geest niet de rust krijgen die ze nodig hebben, stort het kaartenhuis in.

Waardoor slapeloosheid veroorzaakt wordt, is (nog) onduidelijk. In grote lijnen zijn er wel wat oorzaken aan te wijzen, zoals piekeren of ‘malen’, omstandigheden als een te warme of juist te koude slaapkamer of cafeïnegebruik voor het slapen, of specifieke aandoeningen als narcolepsie. Voor slaaponderzoekers als Van Someren verheldert dit maar weinig. ‘Slapeloosheid wordt nu op één hoop gegooid, en alle behandelmethoden dus ook. Terwijl het voor de een misschien wel, maar voor de ander helemaal niet helpt om een glas warme melk te drinken.’ Artsen kunnen (verslavende) slaapmiddelen voorschrijven, maar dit neemt de oorzaak van de slapeloosheid niet weg.

Volgens Van Someren bestaan slaap en slaapproblemen uit veel meer facetten dan nu wordt aangenomen. ‘Er is lang gedacht dat tijdens het slapen de hersenen een soort schakelaar omzetten, waardoor het hele brein inslaapt. Maar het blijkt dat verschillende stukken van het brein actief kunnen zijn, en een verschillende slaapdiepte kunnen laten zien.’

Het lijkt erop dat hersenstructuren die overdag niet erg actief zijn, in de nacht ook minder diep slapen. Van Someren gaat onderzoeken of dit een rol speelt als iemand zelf denkt dat hij de hele nacht heeft wakker gelegen, terwijl zijn partner hem heeft zien slapen. Dat hoeft volgens hem niet te betekenen dat de slapeloosheid niet echt was. ‘Bij eenvoudige hersenscans kan het lijken alsof iemand slaapt, terwijl men er zelf heilig van is overtuigd wakker te zijn. Misschien zorgen minder diep slapende hersendelen voor een gevoel van wakker liggen, terwijl andere delen duidelijker slapen.’

Maar dat is allemaal nog theorie. De huidige methoden in het slaaponderzoek zijn te ruw om uit te maken welke hersendelen slapen, en welke niet. Een kwestie van elektroden. ‘In slaaponderzoek worden vaak maar twee of drie elektroden op het hoofd geplakt, wat een globaal beeld oplevert van de hersengolven tijdens de slaap. Maar het is al mogelijk om een ‘badmuts’ met tussen de 60 en 120 elektroden te gebruiken.’ In ander onderzoek is het al vrij gebruikelijk om de nieuwste technieken toe te passen, zoals bij geheugen en epilepsieonderzoek. De onderzoeksgroep van Van Someren gaat deze methoden toepassen in de tweede fase van een uniek onderzoeksprogramma: het Nederlands Slaap Register. Het doel is om de slaappatronen in kaart te brengen van tienduizenden goede slapers, slechte slapers, korte slapers en lange slapers, slaapliefhebbers en slaaponverschilligen, kortom: van iedereen. Naast informatie over slaap worden ook persoonlijkheidsvragenlijsten afgenomen, en allerlei andere gegevens, zoals de gevoeligheid voor warmte en kou (zie op deze pagina het interview met Margriet Algra). Alle gegevens worden aan elkaar gekoppeld, waarna Van Someren en zijn team de verschillende soorten slapeloosheid hopen te categoriseren. Een selecte groep wordt uitgenodigd voor vervolgonderzoek in de MRI-scanner, om te zien welke hersenactiviteit bij welke soort slapeloosheid hoort. ‘Het idee is dat als we weten welke hersendelen uit de pas lopen, we betere manieren kunnen verzinnen om ze in slaap te krijgen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden