ColumnIonica Smeets

49 vrouwen van 41: op deze manier voelt het begin van onze jaartelling ineens best dichtbij

null Beeld

Het sneeuwde in april en ik dacht weer eens iets te veel na over de dood. Twee boeken die ik las, rekenden allebei aan hoeveel mensen ons voorgingen – maar op twee totaal verschillende manieren.

De pas verschenen historische roman De hemelproef van Olli Jalonen begint op het eiland St. Helena (dat ergens halverwege in de oceaan tussen Afrika en Zuid-Amerika ligt). In de 17de eeuw doet de Britse wetenschapper Edmond Halley daar onderzoek. Agnus, de hoofdpersoon van deze roman, mag als 8-jarige Halley helpen, bijvoorbeeld met vogels tellen en sterren in kaart brengen. De jongen stort zich vol overgave op zijn taken en gaat steeds meer denken als een onderzoeker.

Zo mijmert de 10-jarige Agnus over hoeveel tijd er verstreken is sinds de geboorte van Jezus. ‘Meneer de dominee is tweeënvijftig. […] Als ik oefen met delen vanaf de geboorte van Jezus, 1681 jaar gedeeld door tweeënvijftig, krijg ik maar tweeëndertig mensen en een staartje. Tweeëndertig mensen lijkt me niet veel, hoe ik ook probeer om ze voor me te zien als een rij echte mensen, en dan zo dat telkens als er eentje doodgaat er een nieuwe geboren wordt.’

Toen ik dit las, baalde ik dat ik dit niet zelf had bedacht. Wat een mooie manier om naar het verleden te kijken. Agnus denkt ook door over wat er gebeurt als hij iemand neemt die jonger is dan de dominee, zoals zijn moeder of zichzelf: ‘honderdzevenenzestig dode jongetjes, en ik ben de honderdachtenzestigste en nog in leven.’

Op deze manier voelt het begin van onze jaartelling ineens best dichtbij. Ik zie een rij van 49 vrouwen van 41 voor me, met voor mij de 48 die in een soort estafette het leven aan elkaar doorgaven en ik aan het einde die het straks weer mag doorgeven aan degenen na ons.

Een totaal ander beeld las ik in het vuistdikke At Home van Bill Bryson dat hier al tien jaar in de kast stond (je komt nog eens ergens aan toe tijdens zo’n avondklok). In de introductie vraagt een vriend aan Bryson of het hem weleens is opgevallen dat plattelandskerken bijna altijd in de grond lijken te zakken – ze staan als een gewicht op een kussen. De vriend van Bryson vraagt vervolgens hoeveel mensen hij denkt dat er begraven liggen op de begraafplaats rond de kerk. Bryson gokt op tachtig of misschien honderd.

Dan begint zijn vriend vrolijk te rekenen. Stel dat de kerkgemeente uit zo’n 250 mensen bestond. Dat zijn per eeuw pakweg duizend volwassenen die overlijden, plus nog eens duizend die dat niet eens haalden. En dat moet je dan keer het aantal eeuwen doen dat zo’n kerk er staat en dan kom je rond de 20 duizend doden. Of nu ja, daarop komt die vriend van Bryson en hij concludeert dat de grond op het kerkhof door al die begraven lichamen bijna een meter omhoog is gekomen. Er valt heel wat af te dingen op zijn aannames en conclusies, maar het is ontegenzeggelijk waar dat er talloze duizenden mensen leefden en stierven waar wij nu wonen.

Toch zie ik liever die overzichtelijke rij voorgangers van Agnus voor me.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden