3D-techniek moet plaatsen pacemaker vergemakkelijken

Het aanbrengen van een pacemaker is een precisieklus. Bij een op de drie patiënten lukt het niet helemaal. Het UMC Utrecht ziet een mogelijke oplossing in 3D-techniek.

Tijdens het inbrengen van een pacemaker geeft de derde draad, die de linkerhartkamer moet stimuleren, vaak problemen. Foto epa

Een minuscule stroomdraad die achterlangs de bocht om moet, in een gebied dat zich aan het zicht onttrekt, en daar ook precies op de juiste plek moet worden bevestigd: zie daar de uitdaging voor cardiologen die een pacemaker moeten plaatsen bij patiënten met hartfalen. Het is een precisieklus die lang niet altijd slaagt, eenderde van de patiënten heeft geen baat bij de ingreep.

Cardiologen van het UMC Utrecht werken aan een mogelijke oplossing. Voor de ingreep laten ze van het hart een driedimensionale kleurenafbeelding maken. Daarop wordt aangegeven op welke plekken de stroomdraad het beste kan worden bevestigd. De afbeelding wordt geprojecteerd op het scherm met röntgenbeelden die bij de operatie worden gemaakt.

'Tot nu toe keek ik vooraf naar MRI-beelden van een hart en maakte ik in mijn hoofd een plaatje van de ingreep', zegt cardioloog Mathias Meine. 'Nu zie ik tijdens de operatie waar ik moet zijn.'

De eerste patiënten zijn nu met behulp van 3D-beeld geopereerd. Het UMC Utrecht wil een landelijk onderzoek opzetten om uit te zoeken of de nieuwe aanpak tot beter resultaat leidt. Bij de helft van de patiënten wordt dan geen 3D-beeldvorming ingezet, zodat een eventueel verschil tussen de groepen kan worden aangetoond.

Vorig jaar is bij ruim duizend mensen met hartfalen een pacemaker geplaatst. Het gaat om een specifieke groep patiënten, bij wie de linker- en rechterhartkamer niet gelijktijdig samenknijpen. Daardoor verzwakt de pompfunctie van hun hart. De pacemaker wordt met drie stimulatiedraden aan het hart gekoppeld. Vroeger gebeurde dat met een openhartoperatie, vertelt Meine, waarbij de arts goed zicht had. Nu vindt de ingreep plaats via een kleine snee onder het sleutelbeen, waarbij de cardioloog de draden door bloedvaten naar de juiste plek in het hart schuift.

Lees verder onder de afbeelding.

De eerste twee draden, die naar de rechter boezem en -kamer moeten, glijden tamelijk eenvoudig het hart in, zegt Rudolf de Boer, hoogleraar translationele cardiologie in het Groningse UMCG, niet bij het onderzoek betrokken. Maar de derde draad, die de linkerhartkamer moet stimuleren, geeft vaak problemen. 'Die draad moet worden geplaatst via een ader die het hart omarmt. De anatomie van patiënten verschilt. Soms gaat dat makkelijk, soms lukt het niet goed.' De draad, legt hij uit, kan beter niet in een gebied worden geplaatst waar een infarct heeft plaatsgevonden, want littekenweefsel geleidt geen stroom.

Er is nog een probleem, zegt Meine: vlak bij de linkerhartkamer loopt een zenuw die naar het middenrif gaat. 'Als de stimulatiedraad te veel in de buurt van die zenuw ligt, heeft de patiënt na de ingreep bij iedere hartslag de hik.'

Meine hoopt met zijn onderzoek aan te tonen dat de 3D-operatie effectiever is. Minder ziekte, minder sterfte en lagere kosten zijn dan het gevolg.

Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de effectiviteit van de pacemaker afhangt van de juiste plaatsing van die derde draad, zegt De Boer. 'Maar hoe dat moet, daarvoor is geen keihard bewijs. Je kunt bij twee patiënten exact hetzelfde trucje uithalen om de draad juist te plaatsen, en dan werkt de pacemaker bij de een wel en bij de ander niet.' Het is goed dat nu wordt uitgezocht of 3D- beeldvorming kan helpen, meent hij. 'Bij veel patiënten heeft de pacemaker geen duidelijk effect, elke poging om dat te verhelpen, verdient steun.'

Meer over