2017 is alwéér het jaar van de apocalyps

Gelukkig loopt het meestal wel los met het einde der tijden

Komend jaar, als Donald Trump president wordt, is de apocalyps een feit. Wat, alwéér?

Nog een week of drie, vier; dan is het zover. In Amerika zal de eigenzinnige miljardair met de koude ogen het presidentsambt aanvaarden en het lot van de wereld bezegelen.

Er zal een kernoorlog uitbreken. De polen zullen smelten. Muren zullen verrijzen, de rassen zullen tegen elkaar te hoop lopen. Hol zal de lach van de valse profeet in het vaalwitte huis weerklinken, terwijl het leven verpietert en de hoop vervliegt. Hillary Clinton zei het in oktober met zoveel woorden: 'Ik ben de laatste die tussen jullie en de apocalyps in staat'.

Het einde, je kunt er alle kanten mee op. Van The Doomsday Book van Joel Levy tot Death from the Skies van Phil Plait; en van het net verschenen Het einde van de wereld van Steven Stroeykens tot mijn eigen verzameling van eindtijdscenario's Exit Mundi - Het einde van de wereld: talrijk zijn de boeken die beschrijven wat er zoal aan ondergangen en eindes denkbaar is.

Of kijk eens in het natuurhistorisch museum: de grootste beesten die ooit rondstampten, werden geapocalyptiseerd door een meteoriet, de kakkerlakachtigen stikten door vulkanisme, de eerste landplanten verstijfden door een wereldwijde ijstijd. Virussen, vloedgolven, zonnevlammen of brullende zwarte gaten - in theorie is het allemaal denkbaar, en in de praktijk helaas ook.

Apocalyps

Zes keer het einde: fijne boeken voor al uw apocalyptische noden

Phil Plait
Death from the Skies! These Are the Ways the World Will End... (2008)

Eugen Weber
Apocalypses - Prophecies, Cults, and Millennial Beliefs through the Ages (2000)

John Maddox
The Doomsday Syndrome - An Assault on Pessimism (1972)

Tony Hallam
Catastrophes and Lesser Calamities - The Causes of Mass Extinctions (2003)

Steven Stroeykens
Het einde van de wereld - Een geschiedenis (2016)

Pascal Bruckner
Le Fanatisme de l'Apocalypse (2011)

Maar van al die tot de verbeelding sprekende onderwerpen is de apocalyps misschien toch wel de universeelste. Apocalyps: een woord dat in zijn Griekse vorm apokalypsis gewoon goddelijke onthulling of openbaring betekent. Door het bijbelboek Openbaring van Johannes van Patmos werd het woord synoniem voor het laatste oordeel: in zijn visioen, een janboel vol hemelse tekenen en bovennatuurlijk tumult, vol bloedmanen, monsters, aardbevingen, donderslagen, ruiters, engelen, duivels, sprinkhanen en draken die met hun staart de sterren uit de hemel meppen. Nog eeuwen later, rond het jaar duizend, krompen de vromen in Europa ineen van angst: was het einde nú dan nabij?

Maar dat waren de achterlijke Middeleeuwen, toen mensen nog rare vilten hoedjes droegen. Je zou verwachten dat de apocalyps met de komst van de moderniteit wel zou vervagen tot curiositeit, hooguit aangehangen door een verdwaasde sekte die trillend van religieus fanatisme ergens in een grot de eindtijd zit af te wachten.

Niks hoor. De moderne tijd brak aan - en het einde bleef. Isaac Newton en John Napier gebruikten de nieuwe technieken van de wiskunde om de dag des oordeels te berekenen (in 2060 is het zo ver, becijferde Newton in 1704), en toen Christoffel Columbus erop uittrok om de Nieuwe Wereld te ontdekken, was een van zijn beweegredenen om nog snel de barbaren te bekeren, aangezien het einde nabij was.

Zo bleef het einde ons achtervolgen, als een culturele schaduw van weleer, in een steeds moderner jasje. In de jaren 1910, het tijdperk van chemie en Eerste Wereldoorlog, was er paniek omdat de komeet Halley met zijn zwiepstaart de dampkring zou vergiftigen; en in de jaren vijftig en zestig, tijdens de Koude Oorlog, nam de eindtijdfantasie de gedaante aan van buitenaardse wezens, erop uit om onze planeet te veroveren.

En zo is de jongste dag nog altijd onder ons - en nabij als altijd, als je de doempredikers tenminste mag geloven. 'We bevinden ons op het gevaarlijkste moment in de geschiedenis van de mensheid', schreef astrofysicus Stephen Hawking pas in The Guardian. 'Er nadert een epidemie, veel erger nog dan ebola, met talloze miljoenen doden', voorzegde Bill Gates. In een peiling van een Amerikaans radioprogramma gaf 53 procent van de luisteraars aan het einde der tijden nog deze generatie te verwachten; in een onderzoek van de Yale-universiteit beweerde 14 procent de klimaatverandering te zien als voorteken van de apocalyps.

Onheilsvrees

Niets nieuws onder de bloedrode zon, al helemaal niet rond oud en nieuw. In 2012 zou de Mayatijd eindigen; in 2011 leken er rond oudjaar links en rechts opeens allemaal zwermen spreeuwen geheimzinnig uit de lucht te vallen; en in 2000 was daar de Millennium Bug, die boosaardige computerhik die het informatietijdperk zou resetten, vliegtuigen neermaaien en alle kernraketten tegelijk als vuurwerk de lucht in zou schieten.

Het einde der tijden, het is het beschamendste wat je kan overkomen. Dood, maar dan nog wat erger. Het definitieve bewijs dat het aardse bestaan écht tot niks leidt. En daarmee: de beste stok achter de deur die je maar kunt wensen. Bidden! Bekeren! Luisteren! Of anders word je bij de eindtijd opgeheven. Het is die sensatie die het vroege christendom vleugels gaf, het is deze hemelse peper in de reet die de eerste moslims deed opwolken. 'Eigenlijk kun je de Koran beschouwen als één grote waarschuwing voor die dag', noteert Marcel Hulspas in zijn Wie is er bang voor Mohammed?

Vooral als het ongemakkelijk wordt, borrelt de onheilsvrees op, signaleren sociologen en cultureel antropologen die het eindtijdgeloof bestuderen. Een maatschappij heeft dan behoefte aan troost, aan perspectief - ach, het is de eindtijd maar. Nog even de kiezen op elkaar, geloofsgenoten! Nog even volhouden, tot de zevende klaroenstoot. God en zijn troepen komen ons redden!

Ook in onze tijd van verwarring en wegvallende grenzen borrelt die emotie. De Chinezen nemen de economie over, de moslims vertrappen de cultuur, de multinationals jatten onze identiteit! Ons bestaan is als 'een tuin waarin we ons bloemen herinneren maar slechts gaten zien', zoals de legendarische Franse historicus Eugen Weber schreef in zijn monografie De Apocalyps. 'We hebben gemerkt dat de wereld wordt geregeerd door chaos en hebben daar theorieën over opgesteld, maar zijn de chaos desondanks niet of nauwelijks de baas geworden. We ontwikkelen en klikken, maar moeten het desondanks stellen zonder houvast, in werelden waarin een doel ontbreekt en het toeval de loop der dingen bepaalt.'

Om nog te zwijgen van dat krioelende schuim dat de aarde overwoekert - de mens, die ontplofte aap, zoals paleontoloog Jelle Reumer hem noemt. Een dubbeltje op zijn kant of we het einde van de eeuw halen, betoogt de Britse astronoom Sir Martin Rees in zijn knorrige bestseller Onze laatste eeuw. Oppassen dat we de computers niet tot leven wekken, waarschuwt de Britse filosoof Nick Bostrom in het overigens verpletterend saaie Superintelligentie. En in boeken als Dangerous Years van David Orr en natuurlijk An Inconvenient Truth van Al Gore zien ze ons al ten onder gaan in hitte, ziekte en oorlog, als de zeespiegel stijgt, de woestijnen oprukken en onze groene planeet verdort tot een roestbruine.

Sleutelmoment

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat zulke onheilsscenario's allemaal maar flauwekul zijn, benadrukt onder anderen Stroeykens. Maar opvallend is het wel: zijn die doemscenario's niet gewoon een voortzetting van onze oude apocalyptische dwanggedachten? De overeenkomsten zijn immers treffend: 'Zo is er de telkens terugkerende gedachte dat het einde er op korte termijn staat aan te komen: nú is het sleutelmoment. Met daaraan gekoppeld het morele appèl: als we meteen met zijn allen ons leven beteren, dan valt het einde misschien nog af te wenden.'

'Red de planeet, straf de mens': het is ook de ondertitel van Pascal Bruckners vlijmende polemiek Le Fanatisme de l'Apocalypse. In een tijd waarin de traditionele politieke ideologieën afbrokkelen, geeft de eindtijd richting, betoogt de Franse filosoof. In de Bible Belt mogen ze dan mijmeren over het einde waarin God de aarde bevrijdt van goddeloos schorriemorrie; in liberalere kring heeft het beest uit zee de vorm aangenomen van een wolk verstikkend broeikasgas die de koralen laat verbleken van schrik. 'Wat anders is onze koolstofvoetafdruk dan het gasvormige equivalent van de Erfzonde, de vlek die we op Moeder Gaia aanbrengen, simpelweg door er te zijn?'

Zo is er de telkens terugkerende gedachte dat het einde er op korte termijn staat aan te komen: nú is het sleutelmoment

Steven Stroeykens

Eraan gaan we, tenzij we het linkse paradijs omarmen natuurlijk - dat Teletubbiepark waarin we in harmonie leven met elkaar en met de dieren, in gonzende elektrieke wagens door het zacht glooiende landschap glijden, terwijl de windmolens spinnen en het zonnetje vrolijk schijnt. 'Vandaag', verwoordt Bruckner die diepere ideologie, 'bevinden mensen zich in de Hel van ontwikkeling, waaruit ze zich moeten bevrijden opdat ze de planeet niet vernietigen.'

God: kom er maar in, met die vier ruiters.

Verlossing

Voor wie alles al heeft, is het goed toeven na het einde

De apocalyps heeft gelukkig ook iets leuks. Want na regen komt zonneschijn, en als iedereen dood is, zijn het de uitverkorenen die het overleven. De verlossing is dan een feit, de zonde verdwenen, en het duizendjarig rijk van hemelse vrede is wat we vieren.

Daarin zijn de eindtijden die we ons voorstellen verhalen van 'sceptische hoop', zoals de New Yorkse theologe Catherine Keller het noemt. Gooi- en smijtwerk, maar altijd met een happy end (als je tot de uitverkorenen behoort). Misschien is dat wel wat zo aantrekt in 'post-apocalyptische' fictie als Mad Max en The Walking Dead; misschien is dat de diepere reden waarom zelfs het blokjesspel Minecraft de ene na de andere post-apocalyptische editie uitbrengt. Voor wie alles al heeft, is het goed toeven na het einde: lekker rouwdouwen met je vrienden, saamhorig biologisch tuinieren en tussendoor ongestraft je agressie botvieren op zo'n papperige zombie. Wat wil je als hypergereguleerde burger van de 21ste eeuw nog meer?

Vallen en opstaan

En volgend jaar op deze dag, dat is het mooie, zitten we hier gewoon weer

In werkelijkheid loopt het gelukkig los. Van de miljoenen keren dat de afgelopen decennia het einde werd voorspeld, ging de poort naar de hemel welgeteld nul keer open. De atoomoorlog brak keer op keer niet uit, de ijstijd bleef weg, meteoriet 99942 Apophis lag toch niet op ramkoers met de aarde. De supervulkaan onder Yellowstone Park zwol op maar barstte niet uit, de deeltjesversneller van CERN ging aan maar maakte geen zwart gat; en zelfs vogelgriep, Sars en Mexicaanse griep leidden niet tot de beloofde miljarden doden.

Zeg het niet te hard in het bijzijn van gelovigen, maar het is zomaar denkbaar dat het leven ook volgend jaar gewoon doorgaat zoals het dat altijd heeft gedaan: met vallen en opstaan, vol ellende en rampen, maar ook met meevallers en mazzel. 2017 wordt het jaar waarin de robots wéér niet in opstand komen, de genetisch gemanipuleerde gewassen de wereld opnieuw niet overwoekeren, en de terroristen alweer geen kernbom in New York laten ontploffen. Intussen zal de hansworst in het Witte Huis een verschrikking blijken maar niet de antichrist en zal het lam Gods ook voor Donald J. Trump de zeven zegels niet verbreken.

En volgend jaar op deze dag, dat is het mooie, zitten we hier gewoon weer. Met weer een andere antichrist, een andere zwarte zon, een ander dreigend einde op komst. Wedden?