2 graden warmer is foute boel

Klimaatdoelstelling

2 graden opwarming maximaal, dat is het klimaatdoel waar het vanaf maandag in Parijs allemaal om draait. De wetenschap ziet steeds meer bewijs dat die 'veilige grens' te hoog is om rampen te voorkomen.

Foto NoCandy

Er is iets raars aan de hand met het klimaatdoel dat de wereld zich heeft gesteld.

2 graden opwarming van de aarde en geen milligraad meer - dat is in een notedop wat het behelst. 2 graden warmer ten opzichte van het pre-industriële tijdperk (we zitten nu haast op 1) is immers het punt waarboven problemen rampen worden en de klimaatverandering 'gevaarlijk'. De wetenschap heeft dat zo bepaald.

Jammer alleen dat die wetenschap zelf het anders ziet. 2 is gewoon een getal dat beleidsmakers elkaar hebben aangepraat, klinkt het onder wetenschappers luid en eenstemmig. Nattevingerwerk. Geen 'veilige grens' die na gedegen wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld.

Het broeit wereldwijd. En in Nederland.

Meningen genoeg over de verandering van het klimaat, je zou er de feiten bijna door vergeten. Deze drie interactieve visualisaties laten harde data achter de wereldwijde opwarming zien: volkskrant.nl/klimaatkennis

Hoe het met de opwarming van Nederland zit, is te zien op volkskrant.nl/warmterecords

Erger nog, er is steeds meer bewijs dat de grens te hoog ligt om te doen waarvoor zij is bedoeld - ingrijpende rampen voorkomen. Dat was in elk geval een van de kanttekeningen die zeventig onderzoekers en experts afgelopen zomer maakten in een 'expertoverzicht', ingediend voor de klimaattop. 'We zijn al voorbij veilig', zegt Stefan Rahmstorf, hoofd aardsysteemanalyse van het Potsdam Institute for Climate Impact Research desgevraagd. 'Als het destabiliseren van de West-Antarctische ijskap niet gevaarlijk is, weet ik het ook niet meer. En het lijkt erop dat we dat al hebben gedaan.'

Opmerkelijk: zelfs de wetenschappers die de 2-gradengrens destijds uitdachten, staan er niet meer achter. 'Ik zou vandaag de dag mikken op een lagere doeltemperatuur', zegt een van hen, de Amerikaanse milieueconoom Jon Koomey. 'Met de methode die men destijds gebruikte om die 2 graden te bepalen, zou je nu eerder uitkomen op 0', zegt paleoklimatoloog en ijskapdeskundige Roderik van de Wal (Universiteit Utrecht).

Hoe gaan mensen om met klimaatverandering?

De Volkskrant reist rond met een cameradrone om daar achter te komen. Lees en bekijk alles hier.

Steentijd

Wie op zoek wil naar de herkomst van 2, moet naar Delft, naar het Unesco-instituut voor wateronderzoek IHE. Rechtdoor, kronkelgangetjes in, naar de bibliotheek, helemaal achter in het gebouw. Daar, in een leeszaaltje vol Afrikanen, Indiërs en Aziaten, kun je hem vinden: de oorsprong van het getal dat de wereld deze weken domineert. Vastgelegd in een lijvig onderzoeksrapport, in september 1989 opgesteld in opdracht van nota bene de Nederlandse oud-minister van Milieu, Ed Nijpels (1986-1989).

'Een plausibele limiet aan de opwarming', staat daar op het al ietwat vergelende papier, 'zou voor de komende paar honderd jaar 2-2,5°C zijn. Deze studie is de eerste die zo'n benadering verkent.'

Dit was de steentijd van het klimaatdebat. De tijd dat rapporten nog boeken waren, de olieprijs 30 dollar was en Al Gore zomaar een senator in Tennessee. Maar achter de schermen, bij clubs als de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en het VN-milieuprogramma UNEP, rommelde het. Gaandeweg begon tot diverse takken van wetenschap door te dringen dat de mens de wereld extra opwarmt met broeikasgassen, eigenlijk zoals men al half verwachtte sinds Svante Arrhenius in 1896 de energieabsorptie van CO2 bestudeerde.

Daar zaten de experts nu. We moeten toch voorkomen dat 'het welzijn van de mensheid' schade oploopt, had het WMO in 1979 al eens geprobeerd. Niemand die erop aansloeg. Leg het ook maar eens uit, aan een wereld die verslaafd is aan kolen, olie en gas.

De omslag kwam in 1987, op een bijeenkomst van een kleine groep experts in het Oostenrijkse stadje Villach. Waterbouwkundige Pier Vellinga, tegenwoordig hoogleraar klimaatverandering in Wageningen, was erbij: 'De conclusie was dat er onderhand voldoende kennis was om het klimaatprobleem op de internationale agenda te zetten.'

Van Groenland blijkt in het Eem-tijdperk meer gesmolten dan gedacht. Foto Mike Roelofs

Men besloot een 'adviesgroep' op te richten - waaruit later het IPCC zou ontstaan, het Intergovernmental Panel on Climate Change - en drie werkgroepen die de stand van zaken zouden inventariseren. Of Vellinga voorzitter wilde worden van werkgroep nummer twee: de groep die op zoek moest naar 'indicatoren en doelstellingen' van klimaatverandering.

'We wilden een soort stip op de horizon bepalen', herinnert Rob Swart van de Universiteit van Wageningen zich, destijds een van de werkgroepleden. 'Een concrete doelstelling, waarmee je vervolgens kon gaan terugrekenen: als we dít willen bereiken, dan hoort daarbij déze beperking van de emissies.'

Reeks klimaatdoelen

Vellinga, werkzaam inmiddels bij het ministerie van VROM, schakelde de buitenlandse expert in wiens naam op de kaft van het rapport in Delft staat: Florentin Krause, een energie-econoom van het befaamde Lawrence Berkeley National Laboratory in Californië, en bedenker van het Duitse woord 'Energiewende'. Voor een grens aan de opwarming, meende Krause, moest je naar het verleden kijken - een gedachte waarmee diverse Duitse en Amerikaanse milieueconomen al een tijdje speelden. Wat is de warmste periode die de mensheid ooit heeft beleefd? Ging het toen goed? Leg daar dan de grens: dát klimaat kunnen we hebben.

Al meteen liep Krause vast. We zitten aan het einde van een ijstijd, de wereld is sowieso warmer dan hij sinds mensenheugenis is geweest. Voor de laatste keer dat het klimaat 1 à 1,5 graad warmer was, moet je al helemaal terug naar 'het begin van de landbouw, ca. 6000 jaar geleden', aldus Krause. Voor de laatste keer dat het 3, 4 graden warmer was, moet je miljoenen jaren terug, naar het midden-Plioceen.

De laatste keer dat het 2 graden warmer was dan maar? Zo'n klimaat hebben we 125 duizend jaar geleden voor het laatst gehad, noteerde Krause. Dat was tijdens het Eemtijdperk, toen onze voorvaderen nog jager-verzamelaars waren en in Afrika leefden. En een ideale wereld was het niet. 'West-Antarctica schijnt in die tijd deels ontdooid te zijn geweest, waardoor de zeespiegel 5 tot 7 meter hoger kwam', noteerde Krause. Maar vooruit, het moet maar, hoor je het papier haast zuchten. 'Het smelten [van West-Antarctica] zal waarschijnlijk meerdere eeuwen duren. Op die basis is 2 tot 2,5°C een plausibele limiet', verdedigt hij zich in een voetnoot.

Interessant om terug te zien welke armslagen Krause maakte. Zo was 2,5 de 'uiterste grens', benadrukte hij. 'Anders betreden we onbekend terrein.' En het opwarmen moet natuurlijk niet te snel gaan: maximaal 0,1 graad per decennium (het huidige tempo ligt op ongeveer 0,12) en liefst 'substantieel minder', anders zouden vooral bossen zich niet snel genoeg kunnen aanpassen.

Echt ideaal was het allemaal niet, vond in Nederland ook de werkgroep. '2 is wetenschappelijk bezien eigenlijk gewoon te hoog', zegt Vellinga. 'Boven de 1 begint het al te rommelen. En bij 2 heb je grote kans dat het uit de klauwen loopt.' Maar de groep, vlak voor Koninginnedag 1990 bijeen in Rotterdam om zaken te doen, moest toch iets. Dus werd het niet één klimaatdoel - maar een hele reeks.

CO2-reductie

Zelfs om binnen de limiet van 2 graden te blijven moet alles uit de kast.

Hoogstens 20 tot 50 millimeter zeespiegelstijging per decennium. Maximaal een halve meter zeespiegelstijging in totaal. Maximaal 0,1 graad temperatuurstijging per tien jaar. Maximaal 560 ppm (deeltjes per miljoen) CO2-equivalenten (broeikasgassen omgerekend naar CO2-moleculen) in de dampkring.

En: hoogstens 1 graad temperatuurstijging ten opzichte van 1860, met als uiterste limiet 2 graden - een subtiele afronding naar beneden van Krauses '2 tot 2,5°C'.

En ja, al die getallen, natuurlijk duizelt dat. In een poging daar wat orde in aan te brengen, bedachten Vellinga en Swart een stoplicht: tot 1graad opwarming groen, tussen 1 en 2 graden oranje, bij 2 graden rood. 'Vanuit de gedachte: je mag niet door oranje rijden en voor rood moet je zeker stoppen', zegt Vellinga achteraf.Zo werd 2 geboren. Een product van Hollandse bodem, dat de wereld zou veroveren. Al had geen van de betrokkenen dat echt zo gewild of bedoeld.

Want in de jaren daarop begonnen de andere criteria weg te vallen en was het '2 graden' dat beklijfde. Zeker nadat de VN-lidstaten in 1992 in Rio de Janeiro de wat waterige belofte hadden gedaan dat ze 'gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaat' wilden voorkomen. Gevaarlijk?, was de vraag die zich opdrong. Wat is dat eigenlijk? En daar was 2 weer.

Leo Meyer was destijds plaatsvervangend hoofd klimaat bij het ministerie van VROM en in de aanloop naar de klimaattop van Kyoto een van de sleutelfiguren. 'Er circuleerden verschillende mogelijkheden', herinnert hij zich. 'We hadden het over zaken als CO2-equivalenten en ppm's. Maar dat snapt geen hond, beseften we. Zo kwamen we uit op: misschien kunnen we iets met die 2 graden doen. Dat begrijpt iedereen tenminste.' Ook het tempo van opwarming, door Krause nog zo benadrukt, viel overboord. 'Niet meer dan 0,1 graad per decennium vond men in Brussel te bedreigend', zegt Swart. 'Dat bracht het wat te dichtbij.'

'2 graden werd de mode. Een politieke hype', schetst hoogleraar Carlo Jaeger van het Potsdam Institute for Climate Impact Research, die de achtergrond van de 2-gradendoelstelling onderzocht. 'Opeens hoorde je alle overheden en organisaties: de wetenschap zegt dat 2 graden een kritische drempel is die we niet moeten overschrijden, de wetenschap heeft gesproken.' De grote klapper kwam in Cancún, waar 193 landen beloofden 'zich te committeren aan een maximale temperatuurstijging van 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau, en de verlaging van die temperatuur tot maximaal 1,5 graad in de nabije toekomst te overwegen.'

Op de helling

In de tussentijd gebeurde er iets in het klimaatonderzoek. Men ontdekte dat 2 niet klopt.

Zo werd gaandeweg duidelijk dat het Eem-tijdperk waaraan Krause zijn 2 graden ontleende, veel heftiger was dan men destijds besefte. De zeespiegel stond niet de 5 tot 7 meter hoger waarmee Krause toch al moeite had, maar 6 tot 9 meter. Dat duidt erop dat er meer van Antarctica en Groenland was gesmolten dan men destijds aannam. En, ook niet onbelangrijk, het was geen 2 tot 2,5 graad warmer - maar slechts 1 tot 1,5. 'Ik ben bang dat Krause zich baseerde op een te lage zeespiegel en een te hoge temperatuur', zegt Van de Wal.

En dan was het Eem nog een geval apart ook. De warmte werd er niet geleverd door broeikasgassen, maar door de zon, die de aarde vanuit een wat andere hoek bescheen. 'Het oude paradigma van het Eem als tijdperk dat klimatologisch op het onze lijkt, staat een beetje op de helling', zegt Van de Wal. Liever vergelijken klimatologen de situatie tegenwoordig met het midden-Plioceen, de warmtepiek van zo'n 3,2 miljoen jaar geleden die Krause nog zo nadrukkelijk afwees. Destijds zat er, door natuurlijke oorzaken overigens, ongeveer evenveel CO2 als nu. De wereld was zo'n 2 tot 3 graden warmer. Alleen: de zeespiegel stond 6 tot 20 meter hoger, genoeg om Nederland grotendeels van de kaart te vegen.

En er is meer. Zo werd gaandeweg duidelijk dat diverse ecosystemen ook onder de 2 graden schade oplopen een inzicht dat pas na 2000 geleidelijk doorsijpelde. Bovendien lijken de ijskappen instabieler dan men in de tijd van Krause aannam. 'Onze 2-gradengrens is waarschijnlijk te hoog, gezien wat we de afgelopen decennia hebben geleerd over klimaatterugkoppelingen', zegt Krauses co-auteur Koomey. 'De gletsjers en ijskappen smelten sneller dan verwacht.'

Smeltend ijs op Groenland. Foto Mike Roelofs

Oceanograaf Rahmstorf herkent het beeld. 'Een argument voor de 2-gradengrens was altijd dat we de drempelwaarde voor het verlies van de ijskap van Groenland inschatten op 1,9 tot 4,5 graden', stelt hij. 'Dus dachten we dat we onder de 2 graden aardig veilig zaten. Maar op basis van nieuw en beter bewijs is die drempelwaarde verlaagd naar 1 tot 4 graden. Plus dat we sterke aanwijzingen hebben dat de grens voor verlies van de West-Antarctische ijskap al is overschreden. Dat alleen al geeft ons 2 meter zeespiegelstijging.'

Zo heeft 2 graden, terwijl in Parijs de camera's flitsen en de handen schudden, weinig wetenschappelijke vrienden meer over. Verouderd en achterhaald, vinden velen het 'wetenschappelijke' fundament waarop de komende weken het wereldklimaatbeleid moet verrijzen. En te soepel: 'Er treedt ook al schade op bij lagere temperaturen', zegt Meyer.

Snelheidslimiet

Maar zeg dat maar eens hardop. Het enige dat er van het rapport van de zeventig kritische experts in de officiële beleidsstukken rond Parijs is terug te vinden, is een kort memo dat meldt dat de studie bestáát. 'Het heeft verrassend weinig aandacht gehad', constateert Rahmstorf. 'Terwijl dit toch de belangrijkste officiële wetenschappelijke bijdrage is voor Parijs.'

Is er dan helemaal niemand meer die in 2 gelooft? Toch wel. In Potsdam wijst hoogleraar Carlo Jaeger, die al sinds de beginjaren onderzoek doet naar klimaatdoelen, erop dat we 2 gewoon niet goed begrijpen.

'Alsof hier een drempel is die een domein van veiligheid scheidt van een van catastrofes', zegt hij. Alsof voorbij de 2 prompt de wereld vergaat: laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt.

Veel verstandiger vindt Jaeger het om 2 te zien als snelheidslimiet: een ietwat arbitrair gekozen grens, waarboven de onveiligheid toeneemt. 'Het is de afgelopen jaren wel hét referentiepunt geworden', zegt Jaeger. 'Om eerlijk te zijn had ik een grens van 3 graden zelfs verstandiger gevonden, omdat die meer beleidsruimte biedt om ons aan te passen. Maar je hoort niemand meer hardop zeggen: we richten ons op een punt hoger dan 2 graden. 2 is een sterke oproep tot actie en wordt zo ook begrepen.'

'Heel goed!', roept Meyer. 'Dat is precies zoals ook ik het zie. Uiteindelijk zijn alle klimaatrisico's glijdende schalen. Dus als de wetenschap geen precies getal kan geven, moet de politiek de norm stellen. Bam, dit is de grens; hieraan moet je je houden.'

Een vuistslag op tafel dus in het subtiele kansspel van geleidelijk oplopende risico's. 'Misschien ontdekken we over vijftig jaar wel dat we ernaast zaten en het klimaatsysteem tegen meer bestand is dan gedacht', zegt Jaeger. 'Of we ontdekken dat we te optimistisch waren: in zo'n geval zouden we ertoe kunnen overgaan om CO2 aan de dampkring te onttrekken, in de hoop zaken terug te draaien. Me dunkt dat we een goede kans hebben. Ik ben erg somber over de toestand van de wereld - maar niet over het klimaat.'


Naar 2 graden, wat gebeurt er dan?

Vooral ontwikkelingslanden zijn de klos bij opwarming. Maar ook Nederland kan meer overstromingen tegemoetzien.

Een kwart eeuw na Rotterdam is 'Werkgroep 2' nog altijd de naam van het overleg dat de gevolgen van klimaatverandering in kaart brengt. Het rapport is uitgedijd tot een reusachtig boekwerk en het aantal auteurs geëxplodeerd tot honderden; het stoplicht van Vellinga en Swart echoot nog steeds na, in de naar boven toe steeds roder aanlopende risicodiagrammen die de IPCC-werkgroep hanteert.

De eerste domeinen waar je de opwarming gaat merken, schrijft de werkgroep in haar recentste rapport, zijn het weer en 'kwetsbare ecosystemen' zoals poolgebieden en koraalriffen. Vooral de hittegolven en droogtes nemen toe in aantal en in intensiteit naarmate de wereldtemperatuur aantrekt: droge gebieden droger, natte streken natter.

Vooral in ontwikkelingslanden is men de klos. Verwacht 'ernstige verstoringen' in laagliggende kustgebieden, water- en landbouwproblemen in Afrika en Azië, sterfte door hittegolven in vooral Azië, problemen met de visserij aan alle tropische kusten, en in Zuid-Amerika waterproblemen en aardverschuivingen. In moderne, rijke landen als Nederland passen we ons beter aan. Maar ook wij kunnen meer en ergere hittegolven tegemoetzien, en zwellende rivieren en riooloverstromingen door verhevigde regenval.

Uiteraard zijn er ook rampen die ons beneden de 2 bespaard blijven. Vooral voor veel dier- en plantensoorten maakt het uit om onder de 2 te blijven: bij hogere temperaturen komen die proportioneel meer in problemen. Maar of het nu gaat om biodiversiteit, weersextremen, voedsel, waterschaarste of om 'klimaatoorlogen' - telkens geldt: hoe hoger de temperatuur, hoe meer en hoe heftiger.

Veel te doen is er om bepaalde 'kantelpunten': grote omslagen die als ze eenmaal zijn gepasseerd niet of lastig zijn terug te draaien. Zoals dooi van de methaanrijke permafrost in de poolcirkel (dat het broeikas versterkt), het afsmelten van de ijskap op Groenland of het wegglijden van de Antarctische gletsjers in zee. Veel kantelpunten worden pas verwacht voorbij 2, maar sommige zijn misschien zelfs al bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.