14 februari 1989: Van spijtbetuiging kreeg Rushdie slechts spijt

Ayatollah Khomeini had eerst amper bezwaren tegen De Duivelsverzen van Salman Rushdie. Toch riep hij in een fatwa op de Britse auteur te doden, die tevergeefs berouw toonde....

Op 14 februari 1989 zond de Iraanse radio een boodschap uit van ayatollah Khomeini. De hoogste leider van het land liet weten dat Salman Rushdie, de Britse auteur van De Duivelsverzen, de doodstraf verdiende. Niet dat Khomeini het boek zelf had gelezen, of dat er in Iran veel ophef was ontstaan over de roman waarin Rushdie een aarzelende profeet beschrijft.

De profeet Mohammed had zich in Mekka laten verleiden een van de verzen uit de Koran aan te passen. Hij wilde de Mekkanen, die talloze goden en godinnen vereerden, voor zich winnen. Daarom stond hij in een moment van zwakte de aanbidding toe van drie godinnen, naast Allah. De duivel, zei de profeet later, had hem dat ingefluisterd. Rushdie beschrijft die worsteling.

Waarom precies Khomeini de fatwa uitvaardigde, zal altijd wel een raadsel blijven. De eerste exemplaren van het boek waren al in september 1988 in Iran gearriveerd, kort na publicatie. De Iraanse radio had er besprekingen aan gewijd en er delen uit voorgedragen. De vertaler had zelfs een prijs gekregen. Het is niet onmogelijk dat de ayatollah kennis had genomen van de inhoud, want hij luisterde graag naar de radio. Maar gelezen had hij het boek in elk geval niet.

Een geestelijke bood Khomeini een kritische weerlegging van 700 pagina’s van de Duivelsverzen, plus een samenvatting. Maar de ayatollah vond het onnodig dit te lezen: ‘De wereld is altijd vol geweest met gekken die onzin kletsen. Het is geen antwoord waardig, neem het niet serieus.’

Intussen waren er rellen uitgebroken in Pakistan, waar het boek werd verbrand. Khomeini zag dat op tv. Maanden na de publicatiedatum besloot hij te handelen. Uiteindelijk werden miljoenen dollars uitgeloofd voor wie Rushdie zou doden.

De dag voor de fatwa, 13 februari, had Rushdie voor de Amerikaanse tv verklaard dat hij eigenlijk een nog kritischer boek had willen schrijven, omdat de fundamentalisten in Iran daar wel aan toe waren. De 15de februari riep de ayatollah uit tot dag van nationale rouw. In India en Pakistan waren intussen doden en gewonden gevallen bij demonstraties tegen het boek. Rushdie bood op 18 februari zijn excuses aan. ‘Deze ervaring herinnert ons eraan dat we in een wereld met verschillende geloofsovertuigingen leven, en ons bewust moeten zijn van de gevoeligheden van anderen’, aldus de schrijver, die onderdook. Khomeini wees het excuus af.

In een column in The New York Times van 28 december ging de schrijver verder: ‘Ik kan nu zeggen dat ik moslim ben’, schreef hij. Verder veroordeelde hij zijn eigen boek, wees vertalingen af en keerde zich tegen een paperback uitgave. Het baatte niet.

Khomeini werd door de fatwa op slag moreel leider van de islamitische wereld, maar maakte ook een terugkeer naar normale verhoudingen met het Westen onmogelijk. Pragmatici onder leiding van de machtige Ali Rafsanjani, voorzitter van het parlement, wilden betere relaties na de rampzalige bezetting van de Amerikaanse ambassade tien jaar daarvoor. De revolutie was in hun ogen doorgeschoten. Door de fatwa uit te vaardigen tegen Rushdie maakte Khomeini in één klap zo’n terugkeer onmogelijk, tot vreugde van de hardliners die niets van het Westen wilden weten.

Rushdie zei uiteindelijk in 1995, in een interview in Playboy, dat hij geen spijt had van het boek: ‘In 1989 had ik mijn kracht verloren en was ik volkomen verslagen. Veel van mijn vrienden zeiden toen dat dat (excuses aanbieden, red.) het stomste was dat ik ooit in mijn leven had gedaan.’

In 1998, toen de liberale president Khatami aan de macht was, stelde de Iraanse regering de fatwa buiten werking. Intrekken ervan is echter onmogelijk.

Henk Müller

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.