'Vrouwen kunnen niet lobbyen' (Gerectificeerd)

Vandaag wordt bekend wie de Nobelprijs voor Literatuur 2004 krijgt. Die ging slechts negen keer naar een vrouw. Dat komt, denkt schrijfster Renate Dorrestein (60), doordat vrouwen slecht netwerken....

Sinds de start in 1901 ging de Nobelprijs voor Literatuur negen keer naar een vrouw.

'Dat is bijzonder weinig. Voor de internationale literaire gemeenschap is dat niet iets om trots op te zijn.'

Het argument is: literaire prijzen moeten worden toegekend op kwaliteit, niet op geslacht. 'Dat is waar, zo moet het ook gaan. Maar om prijzen te krijgen moet je lobbyen, en daar zijn vrouwen niet zo goed in. Dat weet ik sinds ik samen met een aantal medestandsters in 1986 de Anna Bijns Prijs van de grond tilde, speciaal voor schrijfsters en dichteressen. Wij hebben toen onderzocht hoe de verhouding lag bij Nederlandse literaire prijzen. Slechts één op de zeven ging naar een vrouw.'

Hoe kwam dat?

'Nou, wat helemaal grappig was: de jury's die over die prijzen moesten beslissen, telden ook gemiddeld één vrouw op zeven mannen! Dat vond ik echt een fascinerend gegeven. Als amateur-socioloog ga je je daar dan van alles bij voorstellen. Ik dacht bij mezelf: zo werkt het dus, kennelijk. Die mannen kennen elkaar, komen elkaar voortdurend tegen, onderhouden hun relaties. En schrijvende mannen zijn ook veel meer bereid zichzelf op de borst te kloppen: lees mijn werk, het is geweldig.

'Nu we het er toch over hebben: hoe ligt die verhouding eigenlijk bij de Nobelprijs? Hemel – hoe reken ik dat snel even uit?'

Inclusief vandaag is de Nobelprijs 104 keer uitgereikt. Negen gedeeld door 104 is 8,6 procent, één op zeven maakt 14,3 procent. 'Dat is dus nog een forse graad erger! Blijkt Nederland toch een gidsland te zijn.'

Met andere woorden: de Anna Bijns Prijs is ook een voorbeeld van een vrouwenlobby die wél effectief was. 'Ja – al repten critici toen van reservaatvorming. Die vonden dat we ons in de mannenwereld moesten bewijzen. Ik was het daar niet mee eens, ik heb het altijd gezien als een noodzakelijke inhaalslag. En die heeft wel gewerkt, althans, als je kijkt naar de onthutsende groei van het aantal Nederlandsche schrijfsters.'

Onthutsend?!

'Ja, omdat het zo ontzettend snel is gegaan.' Welke Nederlandse schrijvers verdienen volgens u de Nobelprijs? 'Ik heb al jaren twee kandidaten in mijn hoofd. De eerste – niet in volgorde van belangrijkheid, overigens – is Hugo Claus. Hem vind ik echt het aller-, allergrootste schrijfbeest in het Nederlandse taalgebied. Mijn nummer twee is Hella Haasse. Daar heb je het weer: Mulisch wordt altijd genoemd, Haasse nooit. Terwijl haar oeuvre toch zo bijzonder mooi, rijk en gevarieerd is.'

Van welke Nobelprijs-winnaressen heeft u boeken gelezen?

'Van Toni Morrison (1993) en Nadine Gordimer (1991). Niet van Wislawa Szymborska (1996), want ik heb niets met poëzie. Pearl Buck (1938) las ik vroeger, en Selma Lagerlöf (1909) kennen we natuurlijk allemaal. Dat zijn er vijf. Wie zijn de andere vier?'

Grazia Deledda (Italië, 1926), Sigrid Undset (Noorwegen, 1928), Gabriela Mistral (Chili, 1945) en Nelly Sachs (Zweden, een gedeelde prijs in 1966). 'Nee, die zeggen me niets.'

Kent u de namen van de schrijfsters die dit jaar als kandidaten golden: Assia Djebar (Algerije), Joyce Carol Oates (VS), Inger Christensen (Denemarken), Margaret Atwood . . .

'Atwood? O, dat zou geweldig zijn! Kent u haar boeken? Nee? Dat is echt een geweldig oeuvre. Hè, wat jammer dat ik niet mag meestemmen. Ik zal een kaarsje voor haar branden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.