Interview Marjolijn Antheunis

‘Sociale media maken onze vriendschappen intiemer’

Foto Arie Kievit

Hoogleraar Marjolijn Antheunis pleit voor een nieuwe definitie van vriendschap in digitale tijden: ‘Meer digitale contacten leiden tot een grotere verbondenheid tussen mensen.’

Door het intensief gebruik van sociale media krijgen we niet alleen meer vrienden, onze vriendschappen worden er ook intiemer door. Via Whatsapp ‘lopen we mee in elkaars leven’, zegt Marjolijn Antheunis, hoogleraar communicatie en technologie aan de Universiteit van Tilburg. ‘Via de smartphone zijn we met veel meer mensen verbonden ­geraakt, ook met mensen buiten de kring van onze intimi. Onze definitie van vriendschap zou dus moeten worden verruimd.’ Dat pleidooi zal zij vrijdag bekrachtigen tijdens haar oratie, de rede waarmee een nieuwe hoogleraar zichzelf aan de academische gemeenschap presenteert.

Antheunis (40) behoort niet tot de somberaars die menen dat ons so­ciale leven onder invloed van sociale media verschraalt. Evenmin deelt zij de opvatting die al door Aristoteles werd vertolkt dat ‘veelvrienderij’ ten koste gaat van de échte vriendschappen. Integendeel: we bouwen met steeds meer mensen een zekere vertrouwelijkheid op. En Antheunis heeft goede hoop dat het individu bij intensief gebruik van sociale media echt niet kopje onder gaat in de digitale massa. 

Waarop stoelt dat vertrouwen?

Op bestudering van bestaand onderzoek, maar ook op eigen promotie­onderzoek. Dat bestond onder andere uit een experiment waarbij 84 paren, mensen die elkaar niet kenden, op uiteenlopende manieren kennismaakten met elkaar: één groep op de ouderwetse manier, dus face to face, één groep deed dat chattend, en de proefpersonen van de derde groep chatten met elkaar, maar konden elkaar gelijktijdig via een webcam zien. De kennismaking door middel van chats verliep niet alleen veel efficiënter – de proefpersonen sloegen de koetjes en de kalfjes over – maar ging ook sneller de diepte in. In de betrekkelijke anonimiteit van de chat namen zij elkaar eerder in vertrouwen.’

Maar die anonimiteit verhult ook veel.

‘Zeker. Vriendschappen komen dan ook nooit tot bloei op basis van chats alleen. Altijd ontstaat de wens om elkaar ook te zien.’

En dat is vaak ontnuchterend na de schone schijn die in chats kon worden opgehouden.

‘Dat effect doet zich inderdaad meestal wel voor: je hebt een positiever beeld van iemand omdat je hem of haar niet ziet of omdat andere informatie ontbreekt. Maar de ontnuchtering van een fysieke kennismaking was minder groot dan wij verwachtten.’

Wat is dan de toegevoegde waarde van chats ten opzichte van bestaande vriendschappen?

‘Meer digitale contacten leiden tot een grotere verbondenheid tussen mensen en tot een intensiever gebruik van hun netwerk. Ook voor dingen als: ‘mag ik een fiets van je lenen’ en ‘heb je misschien een kamer te huur?’ Daar kun je geen problemen mee hebben. Maar er zit ook een problematisch kantje aan: we zitten vaak op de bank naast onze vrienden of partners terwijl we de contacten onderhouden met mensen van verre. En intussen doen onze vrienden en partners vaak hetzelfde. Sociale verbondenheid op het ene niveau leidt tot sociaal isolement op het andere niveau. Dat is wel vervreemdend.’

Maar per saldo niet schadelijk?

‘Dat hangt af van de mate waarin mensen hun sociale interacties weten te managen. Jongeren zijn daar al ­bedrevener in dan mensen die niet met sociale media zijn opgegroeid. Zij weten sociale verbondenheid in ongebondenheid beter te organiseren. Zo openen zij vaak pas een bericht na de vliegtuigmodus op hun mobiel te hebben ingeschakeld. Zo kan de afzender niet zien dat het bericht is gelezen. Jongeren willen wel getuige zijn van het verkeer op de ­sociale media, maar willen er niet altijd aan deelnemen.’

Maar intussen willen zij niets missen.

‘Daar zijn jongeren dan weer gevoeliger voor: the fear of missing out. De angst dat je dingen mist als je om tien uur ’s avonds je mobieltje bij je ouders moet inleveren, en dat je vrienden het dan weer gek vinden dat je niet online bent. Daar gaat een grote druk van uit: je wordt geacht gebruik te maken van de faciliteiten die er zijn.’

Prof. dr. Marjolijn Antheunis houdt vrijdag haar oratie aan de Universiteit van Tilburg over vriendschap in tijden van sociale media. Foto Maurice van den Bosch

Is er nog geen mode in ontwikkeling waarbij mensen digitale stilte organiseren?

‘De behoefte aan broadcasten, jezelf manifesteren in het publieke domein met bijvoorbeeld een tweet, neemt af. Net als het gebruik van Facebook, zij het in bescheiden mate. Maar het is nog niet gangbaar je smartphone te verruilen voor een simpele Nokia. En de interpersoonlijke communicatie, chatten zeg maar, neemt alleen maar toe.’

Maar er kunnen geen biografieën worden geschreven op basis van Whatsapp-berichten.

‘Tegenover het verlies aan diepgang ten opzichte van de brieven van vroeger staat een enorme toename van opgeslagen communicatie. Niet alleen in de vorm van teksten, maar ook in de vorm van beeld. Elk moment van de dag wordt vastgelegd. De alledaagsheid wordt nu veel beter en uitvoeriger gedocumenteerd dan vroeger. De biografie zal dus niet verdwijnen, hooguit van karakter veranderen.’

Hoe maakt u zelf gebruik van de sociale media?

‘Op een tamelijk passieve manier. En ik ben wars van Whatsappgroepen. Ik heb er geen tijd voor en ik word er onrustig van. En ik word er in mijn face to face-contacten op aangesproken als ik iets heb gemist waarover binnen een Whatsappgroep is gecommuniceerd. Mijn leven wordt gedomineerd door de mailbox. Daar wil ik niet te veel digitale ruis aan toevoegen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.