'Schizofrenie maakt het leven kapot als je het niet goed behandelt'

De bron: Interview met psychiater Daniël van Dijk

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. Psychiater Daniël van Dijk kreeg een optimistische kijk op zijn vak, waardoor hij zelfs voor de moeilijkste patiënten het leven wist te verbeteren.

Daniël van Dijk in zijn huis in Castricum. Beeld Marijn Scheeres

'De patiënten die ik heb behandeld, zijn gewone mensen die rare dingen denken en doen. Het zijn de mensen over wie je in de krant leest. Die zichzelf verwaarlozen, die schreeuwend over straat lopen, die hun familie wat aandoen. Die, kortom, héél erg in de war zijn. Schizofrenie maakt het leven kapot als je het niet goed behandelt. Dat is de uitdaging: een goede behandeling vinden, en dat begint met contact met de patiënt. Dat is moeilijk, maar ook het leukste wat er is.

'Toen ik net begon, eind jaren negentig, kwamen bij de crisisdienst mensen die vochten of zelfmoord wilden plegen. Dan had ik ze moeten 'platspuiten', zoals dat wel wordt genoemd en als ik dan thuiskwam, zei ik: 'Els, het is verschrikkelijk: ik heb het mooiste vak van de wereld, maar als het zo doorgaat, houd ik het niet uit. Ik moet ermee ophouden óf ik ga met die patiënten praten, juist als ze me bang maken. Toen bleek dat die mensen veel banger waren voor mij dan ik voor hen.

Kloppen op de deur

'In die tijd was het zo dat als er iemand gek van angst in de separeer zat (de isoleercel, red.), de verpleging geregeld zomaar naar binnen stoof. Ik zei: je moet toch eerst aankloppen? Ze keken me aan of ik gek was, maar vanaf dat moment klopten we aan de deur als we naar binnen wilden. Dan schreeuwde de patiënt: 'Neeeuuh!!' Dan zei ik: goed, dan kom ik later wel terug, als het u beter uitkomt. Want dan is de eerste boodschap die je een patiënt geeft: ik neem u serieus. Ik heb nooit meegemaakt dat als ik dan een tweede keer klopte, die patiënt dan weer 'Neeuuh!' schreeuwde. Dus dan pas kwam ik binnen en was mijn tweede vraag: mag ik me aan u voorstellen? En dan had je al tien seconden een gesprek gehad, waarbij diegene niet bang was.

'Ik heb geleerd van al mijn patiënten. Al vanaf de eerste, een man die grote invloed op me heeft gehad. Een man van 60, die sinds zijn 20ste rázend van angst was. Hij dacht dat de buitenwereld hem wilde vergiftigen en dat hij met zijn gedachten vliegtuigen naar beneden kon laten vallen. Die man zat al veertig jaar lang in de GGZ, waarvan de helft in de separeer. Wilde je hem eruit halen dan begon hij te vechten, hij was de schrik van de instelling. Zo'n man denkt dat je hem kwaad wilt doen. En hij denkt ook: waarom begríjpt die dokter dat niet, van die vliegtuigen. Die moet je dan gaan behandelen en dat begint met contact maken. Ook al zegt hij: ik hak je hoofd eraf.'

Dokter

'Ik wilde altijd al dokter worden. Ik kom uit een doktersgezin, mijn overgrootvader was prof.dr. B.J. Stokvis, een beroemde Joodse arts. Zijn zoon en mijn grootvader waren ook arts en mijn moeder was de eerste vrouwelijke gemeentearts. Ik heb nooit overwogen iets anders te gaan doen. Dat mijn kinderen dat gen niet hebben vind ik niet erg. Bovendien kom ik uit een oorlogsfamilie, ik kan je uitnodigingen van trouwfeesten laten zien waarbij niet één van de genodigden na de oorlog nog in leven was. Dus ik moest wel iets zinnigs gaan doen met mijn leven.

'Als tiener las ik een boek van Freud en wilde ik de nieuwe Freud worden. Later, tijdens mijn studie geneeskunde, vond ik alles interessant. Ik had ook wel internist willen worden of hartchirurg, maar het coschap psychiatrie was fascinerend. Ik besloot me in Utrecht daarin te specialiseren.

'En wie mij daar echt heeft geraakt was professor René Kahn. Een briljante arts, hij was maar iets ouder dan wij, de arts-assistenten in opleiding. Hij had een tijd in Amerika gezeten en was deskundig op het gebied van schizofrenie. Hij gooide een steen in de vijver door te zeggen: het is een schande hier in Nederland, al die depressieve mensen, je moet ze gewoon een pilletje geven en dan worden ze beter.

Bron: René Kahn

René Kahn (62, Amsterdam) is hoogleraar klinische en biologische psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en hoofd psychiatrie van het UMC. Zijn onderzoek (begin jaren negentig) naar afwijkingen in de hersenen die schizofrenie veroorzaken leidde tot veel commotie en bezorgde hem de bijnaam 'de pillenpsychiater'. Hij publiceerde bestsellers als Onze Hersenen en Tien Geboden voor het Brein en werd diverse malen onderscheiden voor zijn werk. Vorig jaar publiceerde hij 'Op je gezondheid?', over alcohol en de hersenen. 'Nul glazen is beter' zei hij tegen NRC.

'Dat was natuurlijk niet helemaal waar. Maar je moet begrijpen dat de psychiatrie in die tijd nog bij de geesteswetenschappen hoorde. De verklaring voor afwijkend gedrag werd in de geest gezocht. Kort gezegd was de opvatting: iemand doet raar omdat zijn of haar moeder het niet goed heeft gedaan. Het was altijd de moeder of de omgeving.

'Nee, nee, dat is geen Freud. Freud was een zeer analytische wetenschapper, die destijds al zei: er komt een moment dat we wél kunnen zien waar deze afwijkingen vandaan komen, maar dat kunnen we nu nog niet.'

'Kahn maakte van dit vak weer een medisch vak. Het vak kreeg een duw naar de biologie toe. Men begon te zien dat mensen die raar deden afwijkingen hadden in hun brein en dat daar iets aan gedaan kon worden. Dat sprak me enorm aan. Voordat Kahn kwam, was bij iedere patiënt de vraag: wat betekent dit gedrag? En ná Kahn was het meer: waar zit het verkeerd in de hersenen?

Professor René Kahn.

De gulden middenweg

'Ik ben wel blij dat ik beide kanten heb meegemaakt: als je alleen maar in biologie denkt, schiet je tekort. Als je alleen in betekenis denkt ook. Er moet een gulden middenweg zijn. Maar zonder Kahn, die uiteraard ook de middenweg bewandelde, was ik beslist een andere psychiater geworden. En door zijn veel optimistischer kijk op het vak durfde ik me op de meest ingewikkelde patiënten te gaan richten.

'Niet alles lukt, soms kun je iemand niet redden. En soms is het ook eng om het zo aan te pakken, om steeds in gesprek met de patiënt te gaan, om ze ook te betrekken bij hun medicijngebruik. Maar ik heb mensen meegemaakt die monsterlijke dingen hadden gedaan, maar die na de juiste behandeling en met de goede medicatie volkomen normaal werden. Volkómen normaal. Die meneer van die vliegtuigen, waar ik je net over vertelde - veertig jaar in en uit de separeer - kon na drie jaar behandeling zelfstandig op een flat wonen. Als je hem tegenkwam op straat maakte hij een praatje.

'Ik vind het verschrikkelijk dat ik nu zelf ziek ben en dat ik doodga. Ik ben nog niet klaar. Wat moet je daar op zeggen? Tja, niets.

'Ik mis het handwerk, de patiënten. Bovendien denk ik dat ik juist door mijn ziekte een betere dokter ben geworden. Nou ja, fysiek niet natuurlijk. Maar ik denk dat ik overtuigender ben. Ik zie in elk geval hoe ik zelf als patiënt wil worden bejegend. Hoe niet ook, trouwens. Ik realiseer me nog beter hoe belangrijk autonomie is. Hoe naar het is om pillen te moeten slikken met zo veel bijwerkingen en dat het toch moet. En hoe mijn patiënten moeten lijden.'

Onderzoek schizofrenie

Psychiater Daniël van Dijk (57, Den Haag) is gespecialiseerd in de behandeling van de ernstigste vormen van schizofrenie. Hij werkte lange tijd bij de instelling Dijk en Duin in Castricum en daarna bij de GGZ Friesland, waarvan enige jaren als directeur. Sinds 2013 is hij verbonden aan de high-carekliniek Rivierduinen, GGZ Leiden. Hij zet zich ook in voor betere kennis over medicijngebruik en verbetering van woonvormen voor deze groep patiënten. Van Dijk studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en volgde zijn opleiding tot psychiater aan het UMC Utrecht. Hij deed promotieonderzoek naar de relatie tussen cannabisgebruik en schizofrenie en hoopt dit onderzoek nog te kunnen afronden, ondanks het feit dat in 2015 bij hem een zeldzame ongeneeslijke beenmergtumor is geconstateerd. Het interview vond plaats in Castricum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.