'Pubers zijn geen jonge volwassenen. We moeten daar echt anders over gaan denken'

Spinozawinnaar Eveline Crone over haar eigen puberteit en afwijkende route naar de top

Haar vernieuwende onderzoek naar het puberende brein werd bekroond met een Spinozapremie. Hoogleraar Eveline Crone over de kans die de puberteit biedt - een kans die ze zelf niet kreeg - en haar afwijkende route naar de academische top.

Beeld Nebojsa Cvetkovic

De laatste dagen wordt me steeds de vraag gesteld: ben je al een beetje geland? Maar nee, ik zweef nog. Er zitten driehonderd felicitaties in mijn mailbox, die wil ik allemaal beantwoorden, maar ik kom er niet aan toe.'

Spinozawinnaar en hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie Eveline Crone (41) zoekt de brandweerauto van haar zoontje Duco (bijna 4) die met papa een dagje naar oma gaat. 'Zo, neem de auto maar mee. Veel plezier bij oma.' Daarna maakt ze cappuccino in haar jarendertigwoning in Oegstgeest, op vijf minuten fietsafstand van de universiteit van Leiden. Daar zette ze op 29-jarige leeftijd een lab op dat voornamelijk de hersenen van jongeren onderzoekt.

Door haar boek Het puberende brein (2008) werd de prefrontale cortex - het gebied voor in de hersenen dat een rol speelt bij plannen, organiseren en impulsbeheersing - een begrip; dat zou lastig zijn voor jongeren omdat die cortex nog niet uitontwikkeld is. In de opvolger, Het sociale brein van de puber (2012), over 'het immense belang van erbij horen en het grote verdriet wanneer je buiten de groep valt', toonde ze aan dat buitengesloten worden activiteit veroorzaakt in hetzelfde hersengebied als bij fysieke pijn.

Half mei kreeg Crone een telefoontje: ze is een van de vier wetenschappers die dit jaar de Spinozapremie ontvangen, 2,5 miljoen euro, vrij te besteden aan wetenschappelijk onderzoek. 'Je krijgt dat telefoontje en dan ben je natuurlijk superblij, maar de volgende ochtend dacht ik: waarom ik? Het zal toch wel kloppen? Het is iets heel groots. Normaal ben je maanden bezig met subsidie aanvragen en nu krijg je met dat budget zomaar een enorm vertrouwen.'

Eveline Crone. Beeld Marie Wanders

'Mijn hoofd barst van de ideeën', zei u direct na het winnen van de premie. Waar wilt u onderzoek naar gaan doen?

'We hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar risicogedrag van jongeren; pubers gaan op een gegeven moment hun grenzen verkennen, dat hoort bij de ontwikkeling. We hebben ook onderzoek gedaan naar het sociale gedrag van jongeren, naar samenwerken of juist buitensluiten. Die twee onderwerpen wil ik met elkaar gaan verbinden. Met 80 tot 85 procent van de jongeren in Nederland gaat het gewoon heel goed, en 10 tot 15 procent komt in de problemen doordat ze te veel risico's nemen. We richten ons vaak op die risiconemers, die jongeren van wie altijd wordt gezegd: daar komt ellende van. Die gaan aan de drank en drugs, die gaan bushokjes vernielen. Ik wil onderzoeken hoe juist deze jongeren anderen kunnen helpen. Neem een schoolplein waarop een kind staat dat wordt buitengesloten. Wie komt er voor hem op? Misschien zijn dat juist wel de rebelse pubers, de risiconemers die een stapje verder gaan dan de rest.'

Beeld Nebojsa Cvetkovic

Is dat logisch? Opkomen voor een ander vraagt empathie. Zijn die roekeloze jongeren niet te veel met zichzelf bezig?

'Ja, dat zou kunnen, maar niet allemaal. Er zijn jongeren die rebels zijn en die vooral aan zichzelf denken, er zijn jongeren die heel empatisch zijn en vooral aan anderen denken. Maar er zijn ook jongeren die én rebels zijn én empatisch.'

Dat zijn de Nelson Mandela's in de dop.

'Het zijn de jongeren die het verschil kunnen maken, dat aspect is tot nu toe wat genegeerd in ons onderzoek. Mijn handen jeuken om ermee aan de slag te gaan. Misschien hebben we altijd wel verkeerd gekeken naar die groep. Dat zou ik interessant vinden, want ik wil vernieuwend zijn. Ik wil goed onderzoek doen, ik wil graag een topwetenschapper zijn, maar ik wil ook verandering tot stand brengen in hoe we tegen jongeren aankijken in onze maatschappij.'

Is dat gelukt met uw boek Het puberende brein? In Het Parool schrijft een columnist over zijn puberzoon: 'Rustig blijven, deze jongen is niet helemaal goed in zijn hoofd, het is een hormoonoverdosis, daar kan hij ook niks aan doen. Het is een patiënt.' Elke dag lees je wel zoiets. Het lijkt alsof we pubers collectief als ontoerekeningsvatbaar zijn gaan beschouwen.

'Dat is van alle tijden, hoor. In de Middeleeuwen werd er al geschreven dat pubers rare dingen doen en roekeloze oorlogen beginnen. Ook dat hormonenverhaal wordt al heel lang geroepen. Nu is de toename ook gigantisch: bij jongens vertwintigvoudigt de hoeveelheid testosteron tussen de 10 en 14 jaar. Bij meisjes is dat minder, maar ook nog steeds enorm. Dat zorgt er nu eenmaal voor dat jongeren hun grenzen gaan verleggen en hun omgeving gaan verkennen. Je ziet het ook bij ratten: die verlaten in de puberteit het veilige nest.'

Is dat een effect van uw boek, zo'n column? Dat ouders denken: laat maar, die puber, hij luistert toch niet naar me - het lijkt bijna een legitimering om achterover te leunen.

'O, maar dat is juist niet de bedoeling. Ik wil meer begrip kweken voor pubers, uitleggen waarom ze dingen doen zoals ze ze doen. Maar dat betekent niet dat ze hun ouders niet hard nodig hebben. Juist omdat ze volop in ontwikkeling zijn, kun je heel veel invloed hebben. Ouders moeten niet gaan denken dat ze er niet meer toe doen.

'Pubers vinden de mening van hun ouders heel belangrijk, dat geven ze onderzoek na onderzoek consistent aan. Ze uiten het niet altijd, maar waardering voor de ouders is ook in het brein te meten. We hebben onderzoek gedaan naar hedonistische pleziergevoelens in de hersenen op het moment dat iemand geld wint voor zichzelf, zijn beste vriend of voor zijn moeder. We zien juist bij adolescenten een sterke beloningsgevoeligheid als ze geld winnen voor hun moeder.' Ze lacht: 'Als ik dit tijdens lezingen vertel, zie ik alle moeders glunderen: dus tóch.'

Zelf heeft Crone nauwelijks gepuberd. 'Dat wilde ik mijn moeder niet aandoen', zegt ze - daarover later meer. Haar eigen kinderen zijn nog jong. Duco gaat na de vakantie naar de basisschool, dochter Sascha is 9. Crones specialisatie komt voort uit het hersenonderzoek waar ze zich al vroeg in haar loopbaan in ging bekwamen; de hersenen van jongeren zijn immers nog volop in ontwikkeling en daarom razend interessant om te bekijken met de scanner.

Neuropsychologie is een jonge wetenschap, het vak bestaat hooguit twintig jaar. Crone was er vanaf het begin bij, onder meer door zich als junior-onderzoeker in Amerika in hersenscans te bekwamen. Terug in Nederland ging haar carrière als een komeet; er werd geld voor haar vrijgemaakt aan de universiteit Leiden, ze zette een afdeling op, werd toen ze 33 was benoemd tot hoogleraar. Het puberende brein werd een bestseller; er zijn bijna honderdduizend exemplaren van verkocht. In het kielzog daarvan verschenen Het tienerbrein van neuropsycholoog Jelle Jolles en nog een handvol andere boeken over het jonge brein.

Beeld Nebojsa Cvetkovic

Zijn we met z'n allen meer geïnteresseerd in pubers dan ooit?

'Er is veel aandacht voor, ja, misschien ook omdat de adolescentie in onze cultuur nog nooit zo lang geduurd heeft. Door betere leefomstandigheden is de puberteit flink vervroegd de afgelopen eeuw, en hij eindigt heel laat, waarschijnlijk doordat we pas zo laat volwassen verantwoordelijkheden van jongeren verwachten. Het verschilt namelijk per cultuur en per opleidingsniveau. In de ontwikkelingspychologie definiëren we het einde van de adolescentie rond de leeftijd van 22 jaar, maar bij jongeren die vroeg gaan trouwen, settelen en werken duurt hij korter dan bij jongeren die dat allemaal pas laat gaan doen. We kunnen niet veel zeggen over oorzaak en gevolg, maar bij iemand die op zijn 18de trouwt en gaat werken, ontwikkelen de hersenen zich anders dan bij iemand die op z'n 25ste nog studeert.'

Beeld Nebojsa Cvetkovic

Ik zeg weleens tegen mijn puber van 16: in andere culturen runnen ze al een heel huishouden op jouw leeftijd.

'Dat klopt dus, ja. Maar je puber kan dan terugzeggen: en in deze cultuur niet. Ik zie dat als een kans, niet als een probleem. Hoe langer een jongere de tijd krijgt om zich te ontwikkelen, hoe meer mogelijkheden om een evenwichtige volwassene te worden en hoe beter het zelfbeeld vaak.

'Pubers zijn geen jonge volwassenen. In sommige staten van Amerika mag je op je 16de een geweer hebben, en jongeren van 14 worden er na een ernstig misdrijf soms berecht als volwassen mensen. We moeten daar echt anders over gaan denken. Dat gebeurt gelukkig ook al. Hersenonderzoek heeft daar een belangrijke impuls aan gegeven.'

Het heeft ook een belangrijke impuls gegeven aan Crones carrière - het vakgebied werd hip juist toen zij begon. Inmiddels klinkt ook het geluid van neurosceptici: wat weet je nou eigenlijk als je in een laboratoriumsituatie vaststelt dat bij proefpersonen bepaalde hersengebieden beter doorbloed raken na een bepaalde vraag of opdracht? 'Een legitieme vraag', zegt Crone. 'Heel goed dat het debat gevoerd wordt. Wat verhoogde hersenactiviteit precies betekent is inderdaad nog een heel onderzoeksveld. Maar ons onderzoek is veel breder opgezet dan alleen het meten van activiteit in de hersenen van jongeren. We verzamelen puzzelstukjes die allemaal samen leiden naar een groter geheel.'

Vrouwelijke hoogleraren zijn dun gezaaid in Nederland. U was 33 toen u benoemd werd. 'Ik heb gewoon geluk gehad', zei u daarover, maar welke rol speelde daarbij de keus voor dat onontgonnen vakgebied?

'Dat heeft wel geholpen, denk ik. Het was niet mijn drijfveer om hoogleraar te worden, ik wilde gewoon dit vernieuwende onderzoek doen. Maar ik zie nu wel dat ik de juiste intuïtie had om het geluk op te zoeken. Ik heb me altijd verre gehouden van bestuurlijke ruzies en zo, ik dacht: gaan jullie maar ruziemaken, ik neem een andere route en dan kom ik er ook. Ik heb ook nooit bewust genetwerkt of borrels afgelopen, hoewel ik nu wel inzie dat dat belangrijke plekken zijn waar connecties worden gelegd en banen worden besproken. Daar heb ik me nooit mee beziggehouden. Ik hoor niet bij die groep mannen die elkaar tussen vijf en elf uur ergens treffen, want dan ben ik thuis, bij de kinderen. Dat maakt niet uit, want ik heb het niet meer nodig en dat is heel fijn.

'Het glazen plafond bestaat niet', heb ik lang geroepen - ik begrijp nu niet meer hoe ik dat ooit heb kunnen zeggen. Nee, voor míj bestond het niet. Ik ben in het zadel geholpen, ik moet zeggen: juist door mannen. Maar deze plek bereiken lukt alleen als je heel erg goed bent in wat je doet en heel hard werkt. De vrouwen die hoogleraar zijn in Nederland zijn allemaal uitzonderlijk goed.'

Beter dan de mannen die hoogleraar zijn.

'Jij zegt het, maar ja: die conclusie kun je trekken. Daar zit ik bij, bij die groep. Maar er is een heel grote groep vrouwen die ook veel kan bijdragen en die komt er niet tussen.'

Samen met drie bevriende vrouwelijke hoogleraren heeft u Athena's Angels opgezet, een platform dat strijdt tegen seksisme in de wetenschap. Waarom?

'Omdat het hard nodig is. Maar we willen ludiek zijn, niet zuur. We hebben in de Senaatszaal in Leiden een maand lang 118 portretten van vrouwelijke hoogleraren opgehangen waar normaal alleen mannen hangen. De opening was best een beetje emotioneel. Ik hoorde vrouwen zeggen: nu pas voel ik dat ik erbij hoor.

'Vaak wordt het probleem bij de vrouwen gelegd, die zouden niet ambitieus genoeg zijn. Maar er zijn honderden onderzoeken die aantonen dat vrouwen nog altijd anders worden beoordeeld. Het cliché luidt: als een vrouw aan 7 van de 9 functie-eisen voldoet, durft ze niet te solliciteren, een man solliciteert gerust bij 6. Maar als die vrouw wél solliciteert, wordt ze niet aangenomen. Er is bekend onderzoek naar de sollicitaties van de gefingeerde John en Jennifer. Precies hetzelfde cv, hè, maar John krijgt vaker de baan. Het is niet terecht het probleem de individuele vrouw aan te wrijven, het moet op organisatieniveau worden aangepakt. Universiteiten - Leiden niet, gelukkig - lopen hopeloos achter. Zelfs in het bedrijfsleven is het beter gesteld in Nederland.'

CV Eveline Crone

1975 Geboren in Schiedam
1994 Vwo-diploma Scholengemeenschap Spieringshoek, Schiedam
1999 Studeert af bij de vakgroep psychologie aan de Universiteit van Amsterdam na o.a. een jaar stage in Pittsburgh, VS
2003 Promoveert cum laude aan de Universiteit van Amsterdam
2003 - 2005 Doet post-doctoraal onderzoek aan de University of California, Davis, VS
2005 Begint het Brain & Development Lab aan de Universiteit Leiden
2008 Publicatie Het puberende brein: over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie
2009 - 2014 Hoogleraar neuroaffectieve ontwikkeling in de adolescentie, Universiteit Amsterdam (gesponsord door de Neurofederatie)
Sinds 2009 Hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie, Universiteit Leiden
2012 Publicatie Het sociale brein van de puber
2017 Wint, na vele andere wetenschappelijke prijzen, de Spinozapremie, 2,5 miljoen euro vrij te besteden aan onderzoek
Eveline Crone woont met man en twee kinderen van 9 en 4 in Oegstgeest.

Welke rol speelt uw thuissituatie bij uw carrière?

'O, die speelt een grote rol. Mijn man werkt drie dagen als docent op een basisschool, hij doet thuis meer dan ik. Al spring ik ook voor hem in: als een van onze kinderen ziek is, blijf ik thuis, want op hem zitten dertig kleuters te wachten. Maar natuurlijk helpt het enorm dat hij parttime werkt. Ik moet veel reizen voor mijn werk: volgende week zit ik vijf dagen in Genève, de maand erop ben ik weer ergens anders. Dat trekt een zware wissel op ons gezin, maar mijn man zegt altijd: gaan. Hij lost het wel op. Nee, een advocaat ofzo als echtgenoot, ik moet er niet aan denken.'

Uw zus werkt ook fulltime, hoorde ik, haar man is kapper en werkt net als uw man parttime. Is dat een bewuste keus van u beiden, een man die geen workaholic is?

Lacht: 'Ja, dat zou kunnen, dat zijn de leukste mannen natuurlijk. Ik zeg het ook altijd tegen de vrouwen bij mij op het lab: carrièretip: zoek een aardige man. Maar het zijn geen softies, hoor. Mijn man heeft twintig jaar keihard gewerkt in het bedrijfsleven voor hij zich liet omscholen. Hij wilde iets betekenisvols doen en ik juichte dat toe. Hij is er alleen maar nog leuker door geworden. Hij is zeker niet het klassieke kleuterjuftype dat kinderliedjes zingt. Hij neemt wel zijn gitaar mee naar school, maar hij laat de kleuters in de klas ook lampjes maken met statische elektriciteit. Hij is echt van het ontdekkend leren. Dat brengt diversiteit op school, hij doet het op zijn manier. Hij is ook niet enorm onder de indruk van mijn carrière. Thuis houdt hij me met beide benen op de grond. Als ik een prijs heb gewonnen, zegt hij: geweldig, en meteen daarna: wie doet de boodschappen vandaag? '

Ik las een oud interview met u in Vrij Nederland waarin naar uw favoriete moment van de week werd gevraagd. U zei: maandagochtend.

Ze lacht weer. 'Ja, dat is wel een beetje raar, hè. Maar ik heb zulk leuk werk, ik heb altijd weer zin om te beginnen. Nu moet ik zeggen: werk en privé lopen bij mij volledig door elkaar. Dat kan ook in de wetenschap: je kunt op donderdag even thuis blijven omdat er iets is met de kinderen, en het werk inhalen op zaterdagochtend. Alle mensen bij mij op het lab zitten in het spitsuur van hun leven: werk, gezin, kleine kinderen. Ik zeg altijd: je gezin is het belangrijkst, als je maar flexibel bent. Ik verwacht wel toewijding, maar dat hoeft niet persé tussen negen en vijf. Zo werk ik zelf ook. De zomerborrel bijvoorbeeld, organiseer ik gewoon hier in de achtertuin. Vonden ze eerst wel een beetje vreemd, maar dat heb ik overgenomen uit Amerika, daar is de universitaire wereld informeler en dat past bij mij. Ik vertrouw op mijn gevoel. Ik ben niet voor niets gepromoveerd op de gut feeling.

'De mooiste felicitatie na de Spinozapremie kreeg ik in een speech van een van de mensen uit mijn lab. Die zei: zo kan het dus ook, de top bereiken. Zonder ellebogenwerk, zonder borrels af te lopen, dat is voor ons een voorbeeld. Dat was voor mij het meest emotionele moment.'

Beeld Marie Wanders

Over voorbeelden gesproken: uw moeder was kinderarts. Uw vader overleed onverwacht toen u 5 was, zij heeft altijd gewerkt.

'Ja, en mijn zus was 9. We zijn altijd heel hecht met zijn drieën geweest. Mijn moeder is een groot voorbeeld voor ons allebei: geen slachtoffer, ze ziet altijd alles van de positieve kant. Je eigen pad volgen, zei ze altijd; hoe vaak ik dat niet heb gehoord in mijn jeugd. Als kind heb je natuurlijk eigenlijk geen benul wat het betekent, maar nu snap ik dat het me heeft gevormd. Ze heeft het heel knap gedaan na mijn vaders overlijden. Ze zei: 'Vanaf nu ben ik jullie vader en moeder tegelijk.'

Merkte u niet dat ze heel verdrietig was?

'Nu ik zelf kinderen heb in de leeftijd die wij hadden toen mijn vader overleed, weet ik pas hoe zwaar het voor haar was. Maar dat heeft ze altijd heel goed voor ons weggehouden. Ze sprak er vast met anderen over, maar wij zagen haar nooit verdrietig, wij zagen haar altijd opgewekt en sterk. Ze werkte bijna fulltime, had ook avond- en weekenddiensten. Er was altijd wel een buurvrouw om te helpen, maar mijn zus en ik zijn er natuurlijk al jong heel zelfstandig door geworden. Voor mij heeft dat geen traumatische lading, helemaal niet.'

Beeld Marie Wanders

Herinnert u zich nog iets van uw vaders overlijden?

'Ja, wel iets. Ik weet nog dat ik erg moest huilen, mijn zus was in shock. Maar mijn moeder was supersterk en zei: hij is naar de hemel gegaan. Toen kon ik het wel een plekje geven. Het is natuurlijk altijd een thema gebleven in ons gezin, iets wat heel aanwezig was. Mijn moeder heeft ook dat knap gedaan; er waren veel foto's van hem in huis, ze vertelde altijd hoe hij de liefde van haar leven was geweest. Niet van: we hebben het maar niet meer over hem.

'Toen mijn dochter 5 was, dacht ik: stel dat zij nu haar vader moet verliezen. Dat is mij dus overkomen, dat is eigenlijk heel erg. Mijn jeugd is er niet door getekend, maar ik heb hem natuurlijk wel altijd gemist. Het is ook nergens goed voor geweest ofzo, wat je dan weleens hoort. Mijn moeder, zus en ik zijn heel hecht, maar dat waren we anders ook wel geweest.'

Uw zus zegt: 'Die Spinozaprijs hebben wij met zijn drieën gewonnen.'

'Ja, haha, we zijn heel erg een team. Vroeger al, we waren altijd mijn moeder aan het helpen met het huishouden, koken, vakanties en zo. Ik denk wel dat mijn zus en ik daarom niet gepuberd hebben. Op school verkende ik wel de grenzen, maar thuis niet, dat wou ik mijn moeder niet aandoen. Ik ging niet schreeuwen of me opstandig gedragen - daar waren de omstandigheden nu eenmaal niet naar.'

Zoals u het nu vertelt lijkt het bijna alsof de puberteit een luxe is die een kind zich moet kunnen permitteren. Staat dat niet haaks op het idee uit uw werk dat puberaal gedrag onontkoombaar is?

'Nou, een luxe, ik zie de puberteit als een kans. Een lange adolescentie geeft veel kansen om je optimaal te ontwikkelen. En ik vind het een gemiste kans als de adolescentie je wordt ontnomen omdat je al heel vroeg verantwoordelijkheid moet nemen. Ik ben heel goed terechtgekomen hoor, mijn moeder heeft het fantastisch gedaan. Maar ik had graag een vader gehad om een beetje opstandig tegen te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.