'Privé roepen we wél dat die groep dommer is'

De vraag of iedereen dezelfde talenten heeft, is sinds 1945 onbespreekbaar. Dat taboe moet worden doorbroken, zegt D. Kohnstamm. 'Het gaat om de wil tot presenteren.' 'Presteren zit in genen van westerse mens'..

In de werkkamer van zijn vader hing een ouderwets tegeltje met de latijnse spreuk: Age si quid agis - als je iets doet, doe het dan goed. 'Dat was zo vanzelfsprekend bij ons thuis. Altijd moest je zorgen dat je het beter deed. Dat werd ons met de paplepel ingegoten.'

Dolph Kohnstamm, emeritus hoogleraar psychologie en al jaren begaan met het lot van kinderen in een achterstandspositie, denkt de laatste tijd vaak aan dat tegeltje. 'Als kind heb ik er nog wel tegen geprotesteerd.' Nu is hij ervan overtuigd dat juist die woorden treffend illustreren wat de moderne mens drijft. Altijd presteren, keihard werken, steeds een stapje extra.

Vandaag houdt hij aan de Universiteit van Amsterdam de Kohnstammrede, ter ere van het werk van Philip Kohnstamm, zijn grootvader. Hij zoekt al enige tijd naar een vorm om het taboe op de erfelijke aanleg te doorbreken. Het politieke debat gaat uit van het principe dat iedereen recht heeft op gelijke kansen. De vraag of iedereen dezelfde talenten heeft, is sinds de Tweede Wereldoorlog onbespreekbaar. 'In deprivé-sfeer roepen we makkelijk dat de ene groep dommer is dan de andere. In het maatschappelijk debat is het verboden om zulke gedachten zelfs maar te opperen.'

Door die wezenlijke vragen niet te stellen, debatteert Nederland al dertig jaar louter over beleid. 'Elke keer als wij concluderen dat bepaalde groepen achterblijven, krijgt het beleid de schuld. Het dogma van de gelijkheid leidt ertoe dat we ons niet afvragen of die groepen gemiddeld over dezelfde capaciteiten beschikken.'

Dat presteren in de westerse genen zit, weet Kohnstamm zeker. Maar of het 'prestatiegen' bij andere volken ontbreekt, durft hij niet keihard te zeggen. Een vermoeden heeft hij wel. Hij denkt aan een mix van factoren. Zo is er het klimaat. 'De meest hardwerkende groepen in de wereldwonen tot nu toe in koudere streken.'

Maar ook de culturele achtergrond verklaart veel. 'De protestants-joodse geloofsovertuiging is ervan doordrenkt dat de mens zich geweldig moet inspannen. In de islam moet het allemaal van de genade van God komen en wordt niet te veel verwacht van de individuele inspanning.'

Ook de familiale relaties spelen een rol. 'De mogelijkheid dat bijvoorbeeld kinderen afkomstig uit eeuwenlang geïsoleerde bergdorpen door reeksen interfamiliale huwelijken gemiddeld minder begaafd zijn dan kinderen uit stedelijke samenlevingen, verwerpen wij.'

Kohnstamm wil niet als een moderne Buikhuisen kinderen in laboratoria gaan bestuderen. Hij houdt een hartstochtelijk pleidooi voor een vrije manier van denken. In zijn lezing vandaag oppert Kohnstamm een plan waarmee hij hoopt te bewijzen dat het zin heeft om bij allochtonen een meer westerse attitude te kweken.

'Het gaat om het overdragen van een mentaliteit, de wil tot presteren. Ik vind het begrip werklust daar heel passend voor.' De gedachten van Kohnstamm zijn een aanvulling op het allochtonendebat dat de laatste weken in de media woedt. Hij sluit zich deels aan bij de publicist Paul Scheffer en Paul Schnabel, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Beiden waarschuwen dat het allochtonendrama wordt onderschat.

Kohnstamm vindt echter dat zij zich te veel richten op de sociale structuren. In het debat spreken zij over allochtonen als groep, terwijl het de individuen zijn die moeten veranderen.

'Het gaat om de persoonlijke inzet, de ijver, dat is een wezenlijk aspect van onze westerse-humanistische traditie.' Alle pogingen om allochtone jongeren te helpen, zijn gericht op het opsporen van intelligentie. Kohnstamm wil juist meer aandacht voor kinderen met een enthousiaste werkhouding.

Vandaag zal hij voorstellen dat alle studenten van het Kohnstamm-instituut, waarin de pedagogische richtingen van hogeschool en universiteit samen zitten, zich een jaar vrijwillig inzetten voor een allochtoon kind. Leraren van de basisschool moeten in hun klas die kinderen uitzoeken die al blijk geven van werklust. Zij krijgen een tutor, die een project met ze uitvoert. Het kind geeft aan wat het wil leren. Dat kan een studie over raketten zijn, een cursus koken of het leren voetballen. Wat het is, maakt niet uit, als het kind maar 'een succes ervaring' opdoet en leert dat inzet loont. 'Al jaren richten we ons op het creëren van een allochtone, academische elite, maar een middenkader is minstens zo belangrijk. We hebben ook goede trambestuurders, loodgieters en kappers nodig.'

Kohnstamm is ervan overtuigd dat de internationale economie een steeds hoger tempo zal vergen van de succesvolle werknemer. De allochtonen zullen mee moeten doen, anders dreigt een sociale tweedeling van autochtonen die steeds rijker worden en allochtonen die van de steun leven. Het gaat er niet om dat iedereen zich over de kop werkt, meent Kohnstamm, maar iedereen moet het beste uit zichzelf halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.