Interview Thomas Oudman & Theunis Piersma

‘Op dna gerichte biologen hebben oogkleppen op’

Ook de omgeving van mens en dier speelt een rol in erfelijkheid, stellen biologen Thomas Oudman en Theunis Piersma. ‘We richten ons te veel op de kant van dna.’

De kanoet kan zijn maagomvang razendsnel aanpassen. ‘Hun voorkeuren worden niet bepaald door hun dna. Die komen tot stand in relatie met de omgeving.’ Beeld Hollandse Hoogte

‘Sinds de ontdekking van de werking van het dna in de jaren zestig definiëren biologen evolutie vooral in termen van genen. Hun denkraam is heel erg genetisch georiënteerd. Ze verwarren het woord ‘erfelijkheid’ vaak met genetische erfelijkheid, terwijl de omgeving ook invloed heeft op de erfelijkheid.’

Thomas Oudman, bioloog bij het Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), en Theunis Piersma, hoogleraar trekvogelecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, keren zich tegen de in hun ogen toegenomen neiging van wetenschappers om mens en dier te versimpelen tot hun genetische eigenschappen. Om complexe processen eenzijdig te bestuderen en stellige antwoorden te formuleren op vragen die alleen maar nieuwe vragen oproepen. ‘Ergens worden vraagtekens omgebogen tot uitroeptekens. In dat proces gaat de nuance verloren’, schrijven ze in hun onlangs verschenen boek De ontsnapping van de natuur.

Wat hebben jullie tegen genen?

Oudman: ‘Niets. Dna draagt bij aan de loop van de evolutie. Met dna kun je het verleden reconstrueren. Het is een soort kookboek met recepten voor eiwitten, dat veel informatie bevat over gebeurtenissen in het verleden. Maar het wordt steeds duidelijker dat veel processen buiten het dna ook van groot belang zijn in de evolutie. Wij zeggen: we richten ons te veel op die ene kant.’

Wat mis je daardoor?

Piersma: ‘Je mist dat er ook andere manieren van overerving zijn. Onderzoek je dna, dan krijg je nieuwe vragen over dna. Dan ga je een bepaalde richting op en vergeet je de rest.’

Hoe komt het dat biologen hun werk zijn gaan gelijkstellen aan genetica, zoals jullie zeggen?

Oudman: ‘Een voordeel van de genetica is dat het kwantitatief is, dat je duidelijke voorspellingen kunt doen en dat je er statistiek op kunt loslaten. Dat geeft het idee dat biologie een exacte wetenschap is.’

Hoe kan de omgeving invloed hebben op de erfelijkheid?

Piersma: ‘Een voorbeeld: babies kunnen van hun moeder voorkeuren voor voedsel erven. Als een moeder tijdens de zwangerschap veel worteltjes eet, krijgen kinderen levenslang een grotere voorkeur voor worteltjes. Er is overigens geen bioloog die dit zal ontkennen, maar ze houden er meestal geen rekening mee dat je dingen zo makkelijk binnen de overerving kunt brengen.

‘Kinderen van vrouwen die zwanger waren tijdens de hongerwinter van 1944, hebben aanleg voor bepaalde ziekten, zoals diabetes type 2. Die aanleg is ook weer aanwezig bij kinderen van oorlogskinderen. Iets wat niet genetisch is, wordt toch overerfd.’

Jullie schrijven over onderzoek dat jullie in Mauritanië deden naar een waddenvogel, de kanoet. Welke invloed heeft de omgeving op hun bestaan?

Oudman: ‘Kanoeten verschillen enorm als het gaat om de grootte van hun maag. Die kan bij de een vier keer zo groot zijn als bij de ander. Als ze een grote maag hebben kunnen ze andere schelpensoorten eten dan met een kleine maag. Uit ons onderzoek bleek dat hun voorkeuren voor bepaalde schelpen consistent was en dat hun maagomvang razendsnel kan veranderen. Het is dus niet zo dat het lichaam onveranderlijk is en dat de keuzes flexibel zijn: het is eerder andersom. Ook hun voorkeuren worden niet bepaald door hun dna. Die komen tot stand in relatie met de omgeving.’

Welke rol spelen universiteiten, zoals die in Wageningen, bij de oriëntatie van de biologie?

Piersma: ‘Na de oorlog deed Wageningen zijn best om kweekzaden aan de man te brengen waarmee de productie kon worden verhoogd. Met de allerbeste bedoelingen. Er werd kunstmest gebruikt. Je kon gronden productief maken als je water wegpompte. De opbrengst van gewassen werd opgevoerd, maar ze werden kwetsbaar voor ziekten en plagen. De oplossing: pesticiden en insecticiden. Intussen werden de natuurlijke processen vergeten. Ecologisch gezien zijn de bodems kapot. Veel weidevogels zijn verdwenen, net als insecten. Dit is doordenderen met techno-genetische oogkleppen op.’

We moet toch voldoende voedsel produceren voor eigen land en de landen waarnaar we exporteren?

Oudman: ‘Een boer die ruimte geeft voor natuurlijke processen op zijn land heeft een hogere productie dan zijn buren. Voor de oorlog konden we de Nederlandse bevolking voeden van onze eigen bodem. Nu kan dat alleen nog omdat de landbouw aan het infuus ligt van allerlei grondstoffen die we moeten importeren. Op wereldschaal is de bijdrage van onze export aan de voedselproductie verwaarloosbaar.’

Wat willen jullie met het boek bereiken?

Oudman: ‘Dat wetenschap niet alleen maar wordt gezien als een kennisfabriek die helpt om problemen op te lossen die onze welvaart in de weg staan. Wetenschap heeft invloed op datgene waar we waarde aan hechten. We willen dat de wetenschap zich richt op datgene wat het leven de moeite waard maakt. Dat wat we moeten beschermen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.