'Onwaarschijnlijk maf beest' is nieuwe oersoort

Weer heeft de kalksteengroeve van de firma Sibelco in Winterswijk een bijzonder fossiel prijsgegeven. Naar nu blijkt heeft een Nederlandse verzamelaar er eind jaren tachtig de resten opgeraapt van een groot voorhistorisch zeedier dat nog onbekend was voor de wetenschap.

Reconstructie van een aan de nieuw ontdekte soort verwante placodont. Beeld Dan Varner / Oceans of Kansas Paleontology

Het gaat om een zogeheten 'placodont', een merkwaardig gevormd beest dat honderden miljoenen jaren geleden de zeebodem afgraasde op zoek naar zee-egels en schelpdieren, schrijven twee Duitse wetenschappers in een vakblad.

'Denk aan een soort reuzenschildpad met een rare, vooruitstekende bek met tandachtige platen erin, waarmee hij schelpen platdrukte', zegt conservator Dennis Nieweg van museum TwentseWelle, dat de fossielen beheert. 'Een onwaarschijnlijk maf beest', zegt paleontoloog Anne Schulp van Naturalis. 'Ze hadden een soort schoffeltjes voor aan hun snuit, en een tapijt van platte tanden erachter.'

De botten - op het oog een wat rommelige verzameling resten op een stuk steen - zijn deel van een verzameling die TwentseWelle heeft gekregen van een particuliere fossielenzoeker, Gerben Diepenbroek. Nu pas blijkt dat de placodont ertussen zat. Dat het dier nu pas wordt beschreven heeft onder meer te maken met het ontbreken van de schedel. 'Dat maakt het meteen een stuk lastiger om zo'n beest te herkennen', zegt Nieweg.

Het dier leefde vroeg in het Trias, ergens tussen de 247- en 242 miljoen jaar geleden, in de warme, broeierige wereld die voorafging aan het tijdperk van de dinosauriërs. Destijds lag Nederland aan de evenaar; Winterswijk was een kustgebied waar zeedieren scharrelden, landdieren kwamen grazen en waar soms dode dieren uit de diepere zeedelen aanspoelden.

'En het was een tijd van wilde experimenten van de natuur', zegt Schulp. 'Veel van de nieuwe soorten zijn uiteindelijk geen succes geworden, maar ze konden wel even hun aparte ding doen voordat ze verdwenen. Dat maakt deze periode eindeloos fascinerend.'

Fossielenzoekers

Het is niet de eerste keer dat de steengroeve, die eigenaar Sibelco tussen de kalkwinning door openstelt voor fossielenzoekers, bijzondere beesten oplevert. Nog in 2013 beschreef men er een voorouder van de placodonten, een heuse 'missing link' waarnaar wetenschappers al lang zochten. Bekend is de vindplaats ook van de nothosaurussen die men er opdiept: snelle, gespierde zeereptielen ter grootte van een kleine krokodil.

De trage placodont droeg daarom platte, benige plaatjes in zijn rughuid, ter bescherming tegen de roofdieren. 'Een soort maliënkolder', zegt Schulp. De 'ringetjes' van die maliënkolder zijn duidelijk herkenbaar tussen de botten die Diepenbroek wist te bergen. Daarnaast vond hij ribben, wervels, een bekken en een stuk van een van de poten.

De bijzondere ontdekking onderstreept het grote belang van Winterswijk als fossielenvindplaats, zeggen Nieweg en Schulp. 'Het is eigenlijk raar om te beseffen', zegt Schulp. 'De belangrijkste, mooiste fossielen uit deze tijd komen uit China. Én uit Winterswijk.'Die plakken steen met bruine botten, die kan Gerben Diepenbroek zich nog wel herinneren. Eind jaren tachtig haalde hij de fossiele resten uit een van de wanden van de kalksteengroeve van Winterswijk. 'Je ziet direct: dit is bijzonder', herinnert de nu 46-jarige medewerker van een softwarebedrijf zich achteraf. 'Maar wat het precies was, kon ik niet achterhalen. Het bleef gewoon een vraagteken.'

Beeld Najib Nafid000

De kick van het vinden

Destijds was Diepenbroek bezeten van fossielen: haast ieder weekend trok hij eropuit om in Winterswijk naar fossielen te zoeken. Op de fiets, vanuit zijn woonplaats Varsseveld, 27 kilometer verderop. Moeilijk te zeggen wat er precies in hem was gevaren, zegt hij achteraf. 'Het is: de kick van het vinden, van het uitprepareren. Het is: iets doen wat niemand anders doet. Er waren dagen dat we daar met zijn drieën aan het zoeken waren. Dan zag je de hele dag verder niemand.'

Naarmate de jaren verstreken werd Diepenbroeks fossielenverzameling 'meer een verantwoordelijkheid dan dat het nog leuk was', zegt hij. Zijn belangstelling veranderde, het prepareren lukte niet meer vanwege een elleboogblessure, en dus lagen die fossielen daar maar. Honderden, nee, duizenden stukken, opgeslagen bij hem thuis en bij zijn ouders. Toen hij besloot zijn collectie te schenken aan Natuurhistorisch Museum Twentse Welle, was dat meer een verstandige oplossing dan een emotioneel afscheid.

Nu weet Diepenbroek dan eindelijk wat hij destijds vond: een voorhistorische zeegrazer, een placodont. Die door de onderzoekers die de soort beschreven 'Pararcus diepenbroeki' is gedoopt. 'Ter ere van de toegewijde verzamelaar die het specimen vond en doneerde', schrijven ze.'Dat is dan toch leuk dat ze aan me hebben gedacht', zegt de fossielenzoeker in ruste. 'Een erkenning voor wat ik die periode deed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.