'Ons onderwijs trapt hard op de rem van de verbeelding'

Robbert Dijkgraaf en Geert ten Dam over de wetenschap die steeds meer onder druk staat

De wetenschap staat onder druk. Daarover zal vandaag tijdens de opening van het Academisch Jaar veel worden gesproken. Twee betrokkenen over het krachtenspel.

Geert ten Dam en Robbert Dijkgraaf. 'De academische vrijheid staat onder druk. We moeten ons afweersysteem tegen nepnieuws en alternatieve feiten op orde brengen' Foto Aurélie Geurts

Wetenschappers leven in een tijd vol paradoxen. Enerzijds worden zij gewantrouwd, anderzijds vinden hun voortbrengselen gretig aftrek en treden ze op in DWDD. Ze moeten van ons, de belastingbetaler, zoveel mogelijk studenten opleiden in een zo kort mogelijke tijd, maar die studenten moeten wel in de internationale voorhoede meemarcheren. De wetenschappers moeten goed zijn in onderzoek én onderwijs. Ze worden geacht dienstbaar te zijn én eigenzinnig. Ze worden betaald voor degelijk werk, maar het is ook fijn als ze af en toe met 140 lettertekens een bijdrage leveren aan het debat van de dag.

Over het ingewikkelde krachtenspel waaraan de wetenschap is blootgesteld, en over de vraag of de samenleving niet te veel van de wetenschap vraagt, spreken Robbert Dijkgraaf - universiteitshoogleraar aan de UvA en directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton - en Geert ten Dam - collegevoorzitter van de UvA - vandaag in Amsterdam bij de opening van het Academisch Jaar. Hoewel Dijkgraaf in zíjn bijdrage Trump slechts één keer noemt, zal het in Amsterdam en andere universiteitssteden gaan over kennis die onder druk is komen te staan.

Bent u daardoor overvallen?

'Het motto van mijn instituut in Princeton is: truth and beauty. We waren altijd bezig met de schoonheid van wetenschap. Die sprak voor ons eigenlijk vanzelf. En waarheid was het fundament waarop alles gebaseerd is. We zijn ervan geschrokken dat dit allemaal zomaar verdacht kon worden gemaakt. We dachten dat kennis een onverbiddelijke mars voorwaarts was. Maar we weten ook dat er altijd tegenkrachten zijn geweest. Mijn instituut kwam in de jaren vijftig onder vuur door het mccarthyisme, de jacht op veronderstelde communisten. De huidige generatie is in de archieven gaan uitzoeken hoe hun voorgangers daar destijds op hebben gereageerd.'

En wat leverde die zoektocht op?

'Het beeld is niet eenduidig. Sommigen dachten: de wereld is ons vijandig gezind, we trekken ons in ons bastion terug. Anderen stelden zich activistisch op, in navolging van Einstein. Die zei: de wereld bemoeit zich met mij, dus ik bemoei mij met de wereld. Die houding spreekt me meer aan.'

Waaruit zou die bemoeienis met de vijandige buitenwereld kunnen bestaan?

'Door te doen waartoe wij op aarde zijn: de schoonheid van de wetenschap laten zien. Dat is een van de redenen waarom ik heb opgetreden in DWDD. We moeten onze kennis niet alleen delen, we moeten ook laten zien hoe we aan die kennis zijn gekomen en hoe die kennis kan worden gebruikt. Het is tijd voor groot onderhoud. In die zin is het aantreden van Trump voor ons ook een wake-upcall. De academische vrijheid staat onder druk. We moeten ons afweersysteem tegen nepnieuws en alternatieve feiten op orde brengen.'

Geert ten Dam: 'Ter versterking van dat afweersysteem mogen van mij de ramen en de deuren van de universiteit best nog wat verder worden geopend. We zouden als universiteit meer van buiten naar binnen moeten kijken. We zouden nog veel meer mensen moeten uitnodigen om met ons mee te denken.'

Dat klinkt nogal dienstbaar.

'Ja, en daar is niets mis mee. Alleen de UvA krijgt al ruim 600 miljoen euro per jaar. Daarover moet je verantwoording afleggen. Niet in de zin van: welke student is waar met hoeveel punten afgestudeerd, maar wel: doe je goede dingen voor de samenleving met dat geld. Ik pleit er niet voor om iedereen maar te laten meesturen en om onze onderzoeksagenda door de overheid te laten bepalen, maar ik wil ook niet dat we ons van iedereen afzonderen. Ook als redelijk autonome instelling moet je actief blijven spreken met de samenleving. In een wereld waar de kennis voor het oprapen ligt maar informatie gefragmenteerd tot ons komt, is het onze plicht te laten zien hoe we tot bepaalde inzichten zijn gekomen. Hoe je dingen weegt en wat de morele dimensies van bepaalde ontwikkelingen zijn.'

Dat is lastig te doen in de soundbites van de sociale media.

Dijkgraaf: 'De sociale media zijn een moeilijke omgeving voor de wetenschap. Iedereen selecteert uit een veelheid aan bronnen zijn eigen nieuws en zijn eigen waarheid. De wetenschap is juist niet gefragmenteerd en niet begrensd. Als een tweet of het vlammende tweegesprek tijdens een talkshow je wapen is, dan sta je als wetenschapper meteen 10-0 achter. Want als wetenschapper wil je trouw blijven aan de nuance, de twijfel, de eigen vorm.'


Ten Dam: 'De wetenschapper moet de rust nemen om te luisteren, te puzzelen, dingen te laten bezinken en op dingen terug te komen.'

CV Robbert Dijkgraaf

1960 geboren in Ridderkerk op 24 januari
1986 natuurkunde (cum laude)
1989 promotie (cum laude)
1989 onderzoeker Institute for Advanced Study Princeton (tot 1992)
1992 hoogleraar mathematische fysica UvA
2003 Spinozapremie
2008 president Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (tot 2012)
2012 Comeniusprijs
2012 directeur Institute for Advanced Study Princeton.

Dat klinkt weer een beetje ivorentorenachtig.

Dijkgraaf: 'Er is niets tegen ivoren torens, zolang de hele universiteit maar geen ivoren toren is. Vanuit de ivoren toren kun je verder kijken en kun je waarschuwen. Je kunt misschien niet direct ingrijpen, want je zit hoog in die ivoren toren, maar je ziet wel als eerste de mooie vergezichten en de bedreigingen. Dat is een taak voor de universiteit. Als de universiteit die opdracht niet voor zichzelf ziet weggelegd, wie dan wel?'

CV Geert ten Dam

1958 geboren te Eindhoven op 6 november
1984 afgestudeerd in de andragogie, UvA
1989 promotie in Groningen
1999 hoogleraar onderwijskunde, UvA
2005 lid Onderwijsraad (tot 2010)
1998 rector Universitaire Lerarenopleidingen (ILO), UvA (tot 2009)
2011 voorzitter Onderwijsraad (tot 2014)
2015 kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER)
2016 voorzitter college van bestuur UvA en HvA.

Is de universiteit daar voldoende voor toegerust?

Ten Dam: 'Daar maak ik mij grote zorgen over. Onderhand gaapt er een groot gat tussen de financiering van de universiteiten en wat de samenleving van ons vraagt. De werkdruk is ontzettend hoog, door onnodige regels en door concurrentie om onderzoeksgeld. Er is te weinig tijd voor een behoorlijke feedback aan studenten. We leiden steeds meer studenten op zonder dat de financiering is meegegroeid. Daarnaast geven we zo'n 2 procent van ons bbp uit aan onderzoek terwijl 3 procent de Europese norm is. Duitsland gaat daar overheen. Maar wij, in Nederland, zien het als een kostenpost in plaats van een investering. Wij kunnen talentvolle onderzoekers geen perspectief bieden. Dat is op termijn rampzalig, voor henzelf en voor de samenleving. En dan moeten de onderzoekers ook nog eens hun kostbare tijd besteden aan de verwerving van nieuw budget.'

Dijkgraaf: 'Ik besteed voor mijn hele instituut minder tijd aan fondsenwerving dan een gemiddelde Nederlandse onderzoeker voor zijn onderzoek. Het is een zeer onproductieve bezigheid waar goede wetenschappers ook niet per definitie bedreven in zijn.'

Ten Dam: 'De tijd voor acquisitie haal je weg van de tijd die anders aan ongebonden, vrij onderzoek zou kunnen worden besteed. Dat is niet goed. Slecht onderzoek is er nauwelijks meer in Nederland, maar nu laten we goed onderzoek concurreren met goed onderzoek. Doodzonde. De universiteiten zijn in gesprek met onderzoeksfinancier NWO over de manier waarop onderzoeksmiddelen beter kunnen worden verdeeld.'

Dijkgraaf: 'In de politiek zijn er te veel dingen die vandaag moeten worden geregeld. Wetenschappelijk onderzoek behoort daar niet bij. Dat is iets voor de lange termijn, en die lange termijn valt al snel buiten het politieke blikveld. We zouden moeten kijken naar lijstjes van dingen waar we erg goed in zijn. Dan zie je dat we het in onderwijs en onderzoek heel goed doen. Andere landen zijn jaloers op onze kennisinfrastructuur. Zij zouden willen dat zij zulk onderwijs hadden, dat al hun universiteiten in de mondiale top-200 staan. Dan hébben we dat allemaal, en dan verzaken we om de volgende stap te zetten. Dit zou het geëigende moment zijn om door te pakken. Het nieuwe kabinet moet hier een miljard bij doen. We zijn als de goede leerling die vraagt: mag ik iets meer doen? Dat gún je zo'n leerling toch?'

Uw waardering voor het onderwijs in Nederland wordt niet gedeeld door iedereen die er werkzaam is.

Ten Dam: 'Natuurlijk gaan er ook dingen minder goed. Zo zouden we ons moeten schamen voor het feit dat we het stapelen van opleidingen vrijwel de nek hebben omgedraaid. Het is steeds moeilijker geworden om van mbo naar hbo over te stappen en van hbo naar de universiteit. En we maken onvoldoende werk van leren gedurende de hele levensloop. Nederland kan zich die laksheid helemaal niet veroorloven.'

Dijkgraaf: 'We willen dat iedereen mooi in het systeem past, maar misschien moet je helemaal niet wíllen dat iedereen in het systeem past. Je moet mensen niet in een buis gevangen houden, maar de mogelijkheid bieden om van bedding te veranderen. Het systeem moet de ontwikkeling van mensen volgen, en niet omgekeerd. Onze opvoeding en ons onderwijs trappen hard op de rem van de verbeelding. Voor veel mensen is onderwijs een plek waar leerlingen in een vierkantje worden geduwd, ook als ze een rondje zijn, omdat de maatschappij nu eenmaal vierkantjes nodig heeft. Toekomstige generaties zullen op deze tijd terugkijken in ongeloof over de manier waarop wij creativiteit en ontdekkingsdrang wisten te beteugelen.'

Wat is precies uw oproep? De barricades op?

Ten Dam: 'Je gaat in dit werk altijd door. Dat zie je bij het basisonderwijs ook. Dat is onze professionele eer. Maar we zijn van de woorden, dus we moeten verbaal stelling nemen tegen de ontoereikende financiering. De bezuinigingen op het hoger onderwijs zijn dom en contraproductief. Ze schaden de samenleving.'

Dijkgraaf: 'We kunnen zelf ook meer doen. We moeten niet denken dat de buitenwereld het voor ons allemaal weer in orde zal maken. Dat is retro-futurisme, terugverlangen naar een tijd die er nooit was. Ik zie meer in een offensieve dan in een defensieve houding. Er zijn nog zoveel dingen die we niet weten, en er is nog zoveel creativiteit onbenut gebleven. Je kunt zeggen dat dit bange tijden zijn voor de wetenschap, maar je kunt op even goede gronden zeggen dat dit een heel goede tijd is voor de wetenschap. In de vorige eeuw hebben we de bouwstenen van de werkelijkheid gevonden, daarmee kunnen we nu gaan spelen.'

Lees verder

In tijden van nepnieuws en alternatieve feiten moet de wetenschap niet in haar schulp kruipen maar juist voor het offensief kiezen. Dat zegt natuurkundige Robbert Dijkgraaf, universiteitshoogleraar aan de UvA en directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, in een interview dat maandag in de Volkskrant verschijnt.

Een miljard extra voor wetenschap, bepleitte Robbert Dijkgraaf al in april dit jaar. Een fiks deel daarvan moet naar natuur- en scheikunde. Daar profiteren ook andere sectoren van.

'Als ik een alien in een paar minuten zou moeten uitleggen hoe wij de wereld zien, zou ik dit draaien.' Robbert Dijkgraaf over zijn favorieten (+).

Meer over