'Onderzoekers zijn te veel gefocust op publiceren'

Joeri Tijdink onderzoekt persoonlijkheidskenmerken van wetenschappers

Amsterdamse onderzoekers beschrijven een nieuw psychiatrisch syndroom dat voorkomt onder wetenschappers: Publiphilia impact factorius. De eerste auteur, psychiater Joeri Tijdink, licht het toe.

Joeri Tijdink, psychiater en onderzoeker aan de VU, Amsterdam.

'Bij de koffie-automaat op wetenschappelijke labs wordt zelden de vraag gesteld wat iemand precies heeft onderzocht en gepubliceerd', zegt Joeri Tijdink, 'het gaat er vooral over in welk tijdschrift het staat.'

Vanuit zijn achtergrond als psychiater bestudeert Tijdink aan de VU in Amsterdam de link tussen gedrag van wetenschappers en hun persoonlijkheidskenmerken. In een artikel dat onlangs op de website van het wetenschapstijdschrift PeerJ verscheen, introduceert hij samen met collega's het syndroom Publiphilia impactfactorius: een obsessie met het publiceren van onderzoeksresultaten in hoog aangeschreven tijdschriften zoals Nature, Cell en Science. Tijdink suggereert zelfs het syndroom op te nemen in het psychiatriehandboek.

Meent u dit serieus?

'Nee, al heeft het wel een serieuze ondertoon. We schreven dit artikel aanvankelijk voor het kerstnummer van het British Medical Journal, dat altijd in het teken staat van grappige studies. Daar werd het niet geaccepteerd, maar bij PeerJ wel.

'Hoewel de interpretatie met een knipoog is, is de studie wel degelijk gebaseerd op echte data, waarmee we een serieus probleem aan de kaak proberen te stellen, namelijk dat er te veel gefocust wordt op het publiceren.'

Hoe is de studie uitgevoerd?

'We gebruikten de gegevens van een eerdere studie onder 535 Nederlandse biomedische onderzoekers. We lieten deze wetenschappers invullen of ze 22 vormen van wetenschappelijk wangedrag vertoonden, zoals plagiaat, het mooier maken van resultaten en het weglaten van onwelgevallige resultaten.

'Ook namen we persoonlijkheidsvragenlijsten af, waarmee we hun zelfvertrouwen en stressgevoeligheid bepaalden en in hoeverre ze narcistische, psychopathische en machiavellistische (op het eigenbelang gerichte) eigenschappen vertoonden.

'De deelnemers gaven aan in welke mate ze het eens waren met stellingen zoals 'het is onverstandig om al je geheimen te vertellen', 'het is beter eerlijk te zijn dan succesvol' en 'het klopt dat ik gemeen kan zijn'.

'Met name machiavellistische trekken blijken samen te gaan met wangedrag. Narcistische trekken zijn sterker bij wetenschappers met een hogere rang.'

En welke types zijn er gevonden?

'We onderscheidden drie ongeveer even grote groepen: de perfectionisten: ambitieus, stressgevoelig en zelfbewust. De ideale schoonzonen (of -dochters), die meer easy going zijn, en wat we de sneaky grandiose noemen, die relatief het hoogst scoren op narcisme, machiavellisme en psychopathie.

'De perfectionisten zijn het jongst en komen weinig voor in de hogere academische rangen. De ideale schoonzonen en -dochters komen verder, omdat ze minder last hebben van publicatiedruk. De sneaky grandiose zijn vaker man en staan het hoogst in de rangorde. Zij zijn het meest geneigd tot wetenschappelijk wangedrag.'

En wie lijden er aan Publiphilia impactfactorius?

'Dat zijn de extreme gevallen binnen de derde groep, the sneaky grandiose. Het zijn veelal groepsleiders. Omdat zij bovendien meer geneigd zijn de vragenlijst oneerlijk in te vullen, zou hun aandeel nog hoger kunnen zijn.

'Overigens geloof ik nog steeds dat de grote meerderheid van de wetenschappers integere, goede mensen zijn, maar er is een klein clubje wetenschappers dat het niet zo nauw neemt met de waarden en wel de goede posities krijgt. Ik heb om me heen gezien dat ze er alles aan doen om dat te bereiken. Ze zijn bepalend voor de cultuur.'

Komen deze eigenschappen bij wetenschappers meer voor dan in andere sectoren?

'Ik denk dat het in het bedrijfsleven net zo werkt. Daar kom je er ook niet als je alleen maar heel goed bent in je vak.'

In het artikel stelt u voor om mensen met publiceerzucht uit te sluiten van de wetenschap. Dat is ook met een knipoog?

'Klopt, maar we moeten wel anders selecteren. De afgelopen jaren gebeurde dat vooral op basis van publicaties in invloedrijke tijdschriften en prestigieuze onderzoeksbeurzen, maar er moet ook gekeken worden naar vaardigheden als samenwerken, leiderschapskwaliteiten en superviseren. In het artikel adviseren we schoonmoeders op te nemen in de sollicitatiecommissies. De ideale schoonzonen en -dochters overleven binnen het huidige klimaat goed en weerstaan de verleiding om het niet zo nauw te nemen met de wetenschappelijke mores.'

Neurowetenschappers kunnen dankzij een nieuwe prijs binnenkort 10 duizend euro verdienen als ze erin slagen serieus onderzoek te publiceren dat negatief is uitgepakt. Volgens de initiatiefnemers geven wetenschappelijke tijdschriften alleen ruimte aan onderzoek dat een stelling bewijst en verdwijnen onderzoeken die dat niet doen gemakkelijk in de prullenbak. Daardoor verdwijnen veel wetenschappelijke inzichten, en gebeurt er in stilte veel dubbel werk. De nieuwe prijs wordt ingesteld door het Europees College voor Neurofarmacologie (ECNP). Onderzoek dat door technische problemen niks opleverde, is nadrukkelijk uitgesloten van deelname, waarschuwt de organisatie maar vast.

Meer over