'Niet behandelen kan soms de beste optie zijn'

Die ene patiënt

Artsen over de patiënt die hun kijk op het vak ingrijpend veranderde.

Foto Sylvia Celibretti

Pieter van Eijsden (41), neurochirurg in het UMC Utrecht: 'Ze was 6 jaar oud en op een dag was ze zomaar van haar fiets gevallen. Toen ik haar ouders voor het eerst trof, in de gang van ons ziekenhuis, hadden ze van mijn collega net de diagnose te horen gekregen. Op de MRI-scan was een kwaadaardige tumor aangetroffen in de hersenstam. De prognose was uiterst somber, hersenstamkanker is niet te genezen. Het meisje zou niet lang meer leven.

'Haar vader was meteen vastbesloten. Als zeker is dat ze hieraan snel gaat overlijden, dan laten mijn vrouw en ik haar niet in het ziekenhuis, zei hij. Dan nemen we haar mee naar huis, om de rust te bewaren en te genieten van de korte tijd die we nog hebben. Dat gesprek met hem is me altijd bijgebleven, ik denk er nog vaak aan terug. Hij zei me: 'Haar leventje draait om school, tekeningen maken en knutselen met strijkkralen. Als ze nu mee naar huis gaat, kan ze dat nog een tijdje blijven doen. Maar ze zal nooit een opleiding doen, een baan krijgen, een partner kiezen, ze zal nooit haar dromen najagen. Wat is dan de reden om dit kleine meisje een paar maanden langer in leven te houden met behandelingen die haar pijn gaan doen?'

'Haar ouders waren de beste vrienden van mijn zwager. Hij had me meteen na de diagnose gebeld en gevraagd of ik ze wilde begeleiden. Ze hadden van de artsen vier opties gekregen. Er kon bijvoorbeeld een stuk van de tumor worden weggehaald, maar het gezwel groeit altijd weer aan. Bestralen was ook mogelijk, maar ook dat zou slechts leiden tot uitstel van de dood. Eén optie bleef onbesproken: niet behandelen. De ouders maakten na hun eerste reactie een lange en ingewikkelde afweging, spraken met veel deskundigen en bleven uiteindelijk bij hun standpunt. Nietsdoen, vonden ze, was voor hen een serieuze, en voor hun dochtertje de beste optie. Sommige artsen vonden dat raar, herinner ik me.

'Het meisje heeft nog zeven maanden geleefd. Het gezin kon zich concentreren op het afscheid, niet afgeleid en belast door zware behandelingen en ziekenhuisbezoek. Ik heb veel van deze ouders geleerd. Ik vond al langer dat artsen in sommige gevallen met patiënten moeten bespreken dat nietsdoen ook een mogelijkheid is. Maar als ik daar langer over nadacht, kwam ik er toch niet goed uit. Je hoeft het leven niet te rekken, vond ik, maar ik kon die gedachte bij collega's niet goed kwijt. Ik dacht ook steeds: wie ben ik om dat te beweren? En toen was daar die jonge vader die zo stellig was over het allerliefste wat hij bezat en op die manier mijn ideeën expliciet maakte.

'Sindsdien ben ik minder gericht op behandelen. Bij sommige patiënten is het glashelder dat we moeten opereren, bij sommige is duidelijk dat een behandeling geen meerwaarde heeft. Maar daartussen zit een groot gebied. Nu bespreek ik met patiënten wat zij nog willen met hun leven. Daarvoor moet ik ze eerst een beetje leren kennen.

'Het is alweer een paar jaar geleden dat het meisje thuis is gestorven. Onlangs sprak ik haar vader weer. Artsen, zei hij me tijdens dat gesprek, praten vooral over behandelen, terwijl de belasting daarvan onderbelicht blijft. Zijn ervaringen hebben mij als arts veranderd. Een behandeling kan te zwaar zijn, besef ik nu, voor de patiënt maar ook voor het gezin eromheen. Niet behandelen is voor artsen erg moeilijk, maar soms kan dat toch het allerbeste zijn.'

Reageren? e.devisser@volkskrant.nl

Pieter van Eijsden

Geboren in 1976 in Amersfoort

Is
Neurochirurg in het UMC Utrecht en adjunct-hoofdredacteur Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

Opleiding
Yale University, UMC Utrecht en VUmc

En
Werkte een jaar als arts in het Street Hospital for Children, Londen

Pieter van Eijsden.
Meer over