'Moet je me toch eens vertellen wat dat zijn, emoties'

Die ene patiënt

Medische experts over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: Psychiater Joanneke van der Nagel (43).

Foto Tzenko Stoyanv

'Twaalf jaar geleden kwam ik als psychiater in opleiding per ongeluk in de verslavingszorg terecht. Mijn stage ging op het laatste moment niet door. Vlak voor Kerst moest ik nog snel iets anders regelen. Zo begon ik met enige tegenzin bij een verslavingskliniek. Daar gaf ik samen met een ervaren psychotherapeut een intensieve groepsbehandeling. Het was de bedoeling dat de deelnemers inzicht kregen in de reden van hun verslaving, dus er werd veel gepraat. Het ging over hun jeugd, hun gedragspatronen, over de omgang met emoties.

'De groep was al zo'n twintig keer bij elkaar geweest, we dachten dat we heel veel van iedereen wisten en toen, op een middag, zei een van de jongens: nou moet je me toch eens vertellen wat dat zijn, emoties. Ja, beaamden een paar anderen, dat wilden zij eigenlijk ook weleens weten.

'Ik was perplex. Iedereen had al die maanden enthousiast meegedaan, maar er zaten kennelijk deelnemers tussen die lang niet altijd door hadden waarover het ging. De woorden die we gebruikten waren te ingewikkeld, de metaforen al helemaal. Dat deze jongen ervoor uit durfde te komen dat hij het niet begreep, was fantastisch. We hebben hem getest, hij bleek een IQ te hebben van rond de 70, veel lager dan gemiddeld. Zijn opmerking heeft me enorm aan het denken gezet. Ik realiseerde me opeens dat er een groep is die we met onze reguliere behandeling sterk overvragen, de mensen met een lichte verstandelijke beperking. GGZ-therapeuten hebben een hbo- of een universitaire opleiding gedaan, wij gaan te veel uit van ons eigen denkniveau.

Psychiater Joanneke van der Nagel.

'Later, toen ik zelf patiënten ging behandelen, zag ik hoe lastig het is om zo'n beperking vast te stellen. Je denkt zo snel dat de ander het wel snapt. Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben gewoon een gezin, een baan, een rijbewijs. Dat maakt het zo ingewikkeld. Ze doen mee in de maatschappij, maar ze komen in het dagelijks leven vaak dingen tegen die ze net niet snappen. Alleen weten ze dat goed te verbloemen. Je ziet niet wat er aan kwetsbaarheid onder zit. En zelf komen ze er niet makkelijk voor uit.

'Met een collega ben ik me gaan verdiepen in deze groep verslaafden. We dachten aanvankelijk aan een project van een paar uur per week, maar we zijn er niet meer van los gekomen. We hebben een behandelmethode ontwikkeld die in heel Nederland wordt gebruikt en binnenkort publiceren we de tweede druk van ons handboek. Ik ben zelfs op het onderwerp gepromoveerd. Voor mijn promotie-onderzoek heb ik nagegaan hoeveel mensen met een lichte verstandelijke beperking een verslaving hebben. Het zijn er veel meer dan we dachten. Dat was nergens ter wereld ooit uitgezocht. We zien nu in dat we bij deze groep minder moeten praten en meer moeten doen. We gebruiken bij de behandeling veel pictogrammen en spelletjes. En we werken intensief samen met de familie.

'De jongen van toen hebben we niet van zijn verslaving kunnen afhelpen. Hij gebruikt al jaren van alles door elkaar, heeft schulden, is met justitie in aanraking gekomen. We hebben bij hem te laat ontdekt dat hij door zijn verstandelijke beperking eerder in de problemen komt. We proberen de gevolgen van zijn verslavingen te beperken - dat is het maximaal haalbare. Anderen kunnen we dankzij onze nieuwe aanpak nu veel beter helpen.

'Nee, deze jongen heeft nooit geweten wat hij teweeg heeft gebracht. Maar met die ene opmerking heeft hij perspectief gegeven aan zo veel patiënten die na hem kwamen.'