'Mensen zien die meerkoet en denken: dat is een Amsterdammer. Hij is er een van ons'

Remco Daalder schreef een boek over de geliefde kutvogel

Humeurig, lawaaiig, agressief: de meerkoet geldt als de bad guy onder de watervogels. Waarom dragen woonbootbewoners hem toch op handen? Remco Daalder (57), bioloog en ambtenaar in Amsterdam, voorzag het onmogelijke beest van een liefdevolle monografie.

Foto Tzenko

Ze had natuurlijk beter moeten weten; de manier waarop de meerkoet haar die avond aankeek was al raar. Peilend, alsof het kleine zwarte vogeltje daar beneden in de Amsterdamse gracht iets in zijn schild voerde. Maar de zus van Remco Daalder negeerde het, zette haar fiets op slot en vertrok. 'Toen ze de volgende dag terugkwam, bleek haar hele zadel gesloopt', vertelt Daalder. 'En beneden in de gracht zag ze die meerkoet tevreden op zijn nest zitten. Gemaakt van haar in stukken gescheurde zadel. Kijk, dat vind ik dus het leuke aan de meerkoet: hij ziet kansen en hij grijpt ze.'

Zo heeft bijna iedere stedeling die ergens bij het water woont wel een anekdote over de stuurse watervogel met de felle kraaloogjes, weet Daalder, wiens rechttoe-rechtaan getitelde monografie De meerkoet deze maand in de winkels ligt. Opvallend vaak over meerkoeten die spullen jatten, elkaar tot bloedens toe toetakelen, of in handen pikken. Want de meerkoet, Fulica atra voor biologen, is me er eentje. Geen vogeltje om zonder handschoenen aan te pakken - en overal aanwezig.

Remco Daalder. Foto Cigdem Yuksel

Zullen we maar gewoon zeggen: een kutvogel?

'Veel grachtenbewoners zijn juist gek op meerkoeten. Je ziet in de grachten weleens een plankje liggen, met een opstapje naar zo'n mandje, waarop dan bijvoorbeeld staat: meerkoetenhotel. Die koeten hebben echt buurtbescherming, met appgroepen waarin men het aantal jongen bijhoudt. Al is het dan wel weer zo dat die koet niet ín zo'n mandje gaat nestelen, maar natuurlijk altijd precies in het half gezonken bootje ernaast. Het blijft toch een beest dat zich niet laat sturen.'

Foto de Volkskrant

Elke dag tipt de hoofdredactie een bijzonder verhaal uit de Volkskrant

Een van de leuke dingen van een krant is dat je er volkomen onverwachte dingen in tegenkomt waarvan je niet wist dat je ze wilde weten. Zo heb ik sinds het leuke verslag van Toine Heijmans van een reddingstraining al de hele ochtend Staying Alive van de Beegees in mijn hoofd. En weet ik plotseling alles van meerkoeten, 'de bad guy onder de watervogels', en hoe inventief ze in de stad overleven. Door dat fijne interview van Maarten Keulemans in ons V-katern met de meerkoetspecialist van Amsterdam. (Philippe Remarque)

Vanwaar die populariteit?

'Ik denk door zijn standvastigheid. Mensen die in de stad wonen, zien ook wel hoe druk het is en hoe natuuronvriendelijk het er lijkt. Die waarderen dat zo'n koppig beest daar gewoon gaat zitten en zich door niets of niemand laat wegjagen. Koningsdag, je weet wat een gekkenhuis het dan is op het water, golven van een meter hoog! Maar de nesten kunnen ertegen en die koeten blijven gewoon zitten. De mensen zien die meerkoet en denken: dat is een Amsterdammer. Hij is er een van ons.

'En hij herkent gezichten. Mijn waakhondjes, noemde zangeres Ellen ten Damme ze eens toen ik met haar op pad was voor een item voor AT5. Bij haar woonboot zitten koeten. Die doen nooit wat, behalve als er iemand naar haar boot komt die ze niet kennen. Dan slaan ze aan, maken ze een enorm kabaal.'

Een huisdier bijna. De schootkoet.

'Ik vind hem juist de ultieme wilde vogel. Hij heeft een enorm verspreidingsgebied: Azië, Europa, rond de Middellandse Zee, tot in de bergen van Nieuw-Guinea kom je hem tegen. Niks houdt hem tegen, hij heeft vanuit Australië Nieuw-Zeeland gekoloniseerd, 2.000 kilometer over zee, wie doet hem dat na? Dat aanpassingsvermogen is zijn kracht. In de binnenstad maakt hij soms nesten met van die bindlinten die om de kranten zitten. Omdat hij snapt: daarmee kun je beter bouwen dan met takken. De ultieme opportunist. Het maakt hem allemaal niet uit.'

In uw boek geeft u ze, balorig bijna, bijnamen. De Bacardikoet, die onverstoorbaar naast een hangplek voor jongeren zit. En toen kwam u de pontkoet tegen.

'Bij de veerpont over het IJ in Amsterdam-Noord, aan de Buiksloterweg, heb je een smal stukje gras, waar in de winter vijftig koeten op een kluitje zitten. Ze vreten dat ene strookje gras helemaal kaal. En voor de rest leven ze van het overvallen van pontpassagiers. Je komt aanfietsen in het donker, je zet je fiets neer, en opeens staan ze allemaal om je heen. Want je hebt fietstassen. Daar zitten interessante dingen in, weten ze. Een aantal mensen zwicht daarvoor en voert ze ook, maar als je ze niets geeft, kunnen ze heel opdringerig zijn. Je moet ze niet met z'n allen in een donker steegje tegenkomen, zeg maar.

'En half april zijn ze opeens weg. Allemaal. Waarschijnlijk broedt deze groep koeten op de Poolse meren, in moerassen in West-Rusland. En 's winters vliegen ze 3.000 kilometer, om de hele godganse winter in Nederland bij die pont te gaan zitten. Vanaf dag één weten ze: mensen met fietstassen, dat is eten.'

Hoe verhoudt zich dat tot die saaie koeten die u ook beschrijft, die hun hele leven lang ergens op een paar vierkante meter blijven zitten?

'Je hebt bij meerkoeten te maken met twee totaal verschillende levensstijlen naast elkaar. En waarom ook niet? Je hebt ook mensen die de hele wereld rondreizen, tegenover mensen die nooit verder komen dan Zandvoort.'

Er zijn zelfs stedelingen die denken dat ze niet eens kunnen vliegen, merkt u op.

'Begrijpelijk, want je ziet ze zelden in de lucht. Dit zijn plompe vogels met ronde vleugeluiteinden. Als ze ergens voor opzij gaan, doen ze dat vooral watertrappelend met hun pootjes. Ze komen niet echt los, zoals de knobbelzwaan die sierlijk als in de KLM-reclame de lucht in gaat. Zo'n meerkoet is niet echt gebouwd om te vliegen. En toch doet hij het. Hij vliegt zelfs over de Sahara om te overwinteren, en daarna weer terug, puur op karakter. Dat intrigeert me.'

Lees verder onder de afbeelding.

'Zijn territorium is niet alleen zijn huis, maar ook zijn voorraadkast, zijn leven, zijn werk. Dus dat moet je vasthouden.'

Intussen staat hij ook te boek als vechtjas.

'Wat het vooral is: hij vecht openlijk. Op het open water, in de grachten en daar maakt hij veel herrie bij. Maar ze vechten niet meer dan bijvoorbeeld de houtduiven die ik net in de tuin zag. Winterkoninkjes en roodborstjes kunnen elkaar ook afmaken, als ze op elkaars territorium komen. Alleen gebeurt dat in de struikjes, dat zie je niet.'

Waarover gaan die gevechten trouwens?

'Territorium. Dat is alles voor die meerkoet, daaruit moet zijn eten komen. Gras, waterplanten, drie-hoeksmosselen: het is niet alleen zijn huis, maar ook zijn voorraadkast, zijn leven, zijn werk. Dus dat moet je vasthouden. En dan maar knokken met je buren.

'Heel anders dus weer dan die trekkende meerkoeten, die hun territorium loslaten en wegtrekken. Soms zie je op de meren een heel tapijt van duizenden koeten: kun je precies zien waar de waterplantenvelden zitten. Daar zit een vreedzaamheid in van jewelste. Tienduizend meerkoeten die in stilte naar waterplanten zoeken.'

De meerkoet is nog maar recentelijk de Nederlandse binnensteden binnengetrokken, constateert u in uw boek. 25 jaar geleden werd voor het eerst een broedend paartje in de Amsterdamse binnenstad gezien. Inmiddels zitten ze overal.

'Zo halverwege de jaren tachtig was er een toename van watersport op de meren. Windsurfers, bootjes, zwemmers. Mijn vermoeden is dat het daarmee te maken heeft. Probeer het je eens voor te stellen door de ogen van een watervogel: zo'n surfplank is hartstikke onvoorspelbaar, die gaat alle kanten op, en dan ook nog eens het riet in waar jij zit te broeden.

'Ik heb dus het idee dat de binnenstad voor deze dieren een soort paradijs van rust is. Ze hebben er alleen te maken met rondvaartboten, maar die gaan volstrekt voorspelbaar rechtdoor. En als iemand een film wil komen opnemen, is er de wetshandhaver die zegt: jammer, je kunt op je hoofd gaan staan, maar er zit hier een koet te broeden, opzouten.'

U doelt op de opnamen van de film The Hitman's Bodyguard, die vanwege een koetennest moesten uitwijken naar een andere gracht. Superster Samuel L. Jackson, stunts in de grachten, het was prachtige promotie voor de stad - maar de koet gaat voor?

'Ook de bouw van de parkeergarage onder de Boerenwetering, een gracht in Amsterdam-Zuid, is al eens stilgelegd om te wachten tot een stel koetenjongen op eigen poten kon staan. Bijna altijd begint het met buurtbewoners die ons opbellen: hier zit onze koet te broeden. En de Flora- en faunawet schrijft voor: broedende vogels, daar mag je niet aankomen. Daar hebben wij ons aan te houden. In mijn boek citeer ik een bestuurder die zich liet ontvallen: 'We moeten helaas de wet respecteren.''

Hoe ziet u dat als bioloog?

'Onder elkaar zeggen wij weleens: je moet het ook weer niet te gek maken met die bescherming. Het kan zich ook tegen je keren. Bákken geld kost het, om grote bouwprojecten zoals die parkeergarage weken stil te leggen. Eerlijk gezegd denk ik dat zo'n meerkoetennest best voorzichtig te verplaatsen is, met eieren en jongen en al. Ja, je zult een knauw en een haal krijgen, leuk vindt hij het niet. Maar die meerkoet heeft wel voor hetere vuren gestaan.'

Remco Daalder, De meerkoet. Atlas Contact 2017, euro 19,90.