'Makkelijk hoor, met de vinger naar de farmaceuten wijzen'

Interview

Het bekritiseren van Big Pharma lijkt wel een 'nationale hobby' geworden, zegt Henk Jan Out. De geneeskundige, ooit verguisd toen hij voor farmaceut Organon ging werken, schreef een boek waarmee hij het tegenoffensief inzet.

Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Farmabashen, noemt hij het, fijn met zijn allen de farmaceutische industrie afzeiken. Een bedrijfstak met zo'n slechte reputatie dat slechts twee woorden volstaan om die samen te vatten: Big Pharma, op geld beluste, niets ontziende beursgenoteerde giganten. Lees de boeken die de afgelopen jaren over de sector zijn geschreven, waarin woorden als misleiding, leugens en georganiseerde misdaad veelvuldig vallen. 'Het lijkt wel een nationale hobby geworden', concludeert Henk Jan Out, bijna berustend.

Out is eraan gewend. Toen hij in 1992 als arts bij farmaceutisch bedrijf Organon ging werken, noemden collega's hem al 'een afgedwaalde geest'. Toen hij bijna twintig jaar later aan het Radboudumc een door het bedrijf betaalde aanstelling kreeg als bijzonder hoogleraar, was hij 'een lobbyist' die farmapraatjes verkondigde. Nu de kritiek op de sector aanzwelt en zelfs minister Schippers van Volksgezondheid heeft aangekondigd de macht van de farmaceuten te willen breken, komt Out met een tegenoffensief. Hij schreef een boek waarin hij 'de andere kant van het verhaal' belicht.

CV

Henk Jan Out (Velsen, 1961) studeerde geneeskunde aan de Amsterdamse VU, waarna hij in 1991 in Utrecht promoveerde op de rol van antistoffen bij het ontstaan van miskramen. Hij begon aan een opleiding tot gynaecoloog, die hij afbrak om in 1992 bij Organon te gaan werken. Hij was daar onder meer medisch directeur van de Britse vestiging en werd daarna wereldwijd verantwoordelijk voor al het klinische onderzoek van het bedrijf. Van 2010 tot 2015 was hij bijzonder hoogleraar farmaceutische geneeskunde aan het Radboudumc. Hij is nu gasthoogleraar aan de Universiteit van Sunderland.

Zijn boodschap: we moeten blij zijn dat er bedrijven zijn die miljarden investeren in onderzoek, en medicijnen kosten inderdaad veel maar ze leveren ook veel op. Denk aan antibiotica, aan hiv-medicatie, aan geneesmiddelen tegen kanker, tegen hart- en vaatziekten. Zijn boek heeft een verdedigend karakter, erkent hij, meer dan hij had gewild. 'Ik ben inderdaad alle beschuldigingen aan het nalopen. Daar ontkom ik niet aan. Doe ik het niet, dan is de kritiek dat ik niet op de kritiek inga.'

Laten we wat van die kritiek doornemen. De Volkskrant schreef onlangs over het grote aantal medisch specialisten dat wordt betaald door farma. Kwalijk?

'Iedereen denkt maar dat financiële banden de geloofwaardigheid van artsen ondermijnen, maar draai het eens om. Artsen worden gevraagd vanwege hun expertise. De kans is groot dat ze aan collega's en patiënten de juiste informatie overbrengen. Dat is in het voordeel van iedereen. Er wordt almaar gesuggereerd dat onafhankelijkheid noodzakelijk is voor een goed oordeel. Dat vind ik echt onzin.'

Onderzoek naar het stemgedrag van artsen in commissies van de Amerikaanse toezichthouder FDA wees anders wel uit dat financiële banden vaker leiden tot een gunstiger oordeel over een medicijn.

'De FDA heeft die cijfers zelf ook geanalyseerd en concludeert dat betaalde artsen juist vaker geneigd waren om tegen een medicijn te stemmen. Dat is de keerzijde van transparantie: om alle verdenkingen af te houden, ga je expres iets anders doen dan van je wordt verwacht. Maar het allerbelangrijkste was dat het stemgedrag van de betaalde artsen geen verschil maakte. Als hun stemmen niet werden meegeteld, bleef het advies van de FDA-commissie hetzelfde.'

Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Dat kwam doordat een minderheid betaald kreeg, dan maakt het wegvallen van een enkeling niet uit. Ook in later onderzoek blijft overeind dat de artsen in die commissies geneigd zijn om positiever te adviseren omdat ze wordt betaald.

'Nee, niet omdat ze worden betaald, maar omdat ze veel verstand hebben van dat geneesmiddel. Ze maken een goede afweging en stemmen daarom voor. Jij zoekt een verband met de betaling, maar je kunt het ook andersom zien. Waarom zou die betaling meespelen?'

Waarom niet?

'We weten niet wie gelijk heeft. Er wordt nu van alles gesuggereerd wat niet kan worden bewezen. Experts worden er door de industrie nu eenmaal bijgevraagd, omdat het experts zijn. Als je die uitsluit, hou je een groep artsen over die weliswaar onafhankelijk zijn maar minder kennis hebben. Mijn stelling is: de reden dat ze onafhankelijk zijn is omdat ze nooit gevraagd zijn door een farmaceutisch bedrijf.'

Dus ze zijn eigenlijk een beetje sneu, want ze zijn niet gevraagd?

'Dat speelt vaak wel mee. Echte experts hebben bijna allemaal banden met de industrie, als bedrijf zorg je dat je die erbij haalt. In iedere andere branche is dat volstrekt normaal. Veel artsen zijn er de laatste jaren trouwens van doordrongen dat het niet handig is om zich aan slechts een bedrijf te verbinden. Ze zorgen ervoor dat ze banden hebben met meer farmaceuten, om niet de schijn tegen te hebben.'

Dus als een arts door meer farmaceuten wordt betaald, is er geen sprake van beïnvloeding? Zo van: ik doe het met iedereen, dus ik pleeg geen overspel.

'De discussie draait om de vraag: schrijven artsen een geneesmiddel vaker voor als ze worden betaald door de fabrikant van dat middel? Er is nooit een causaal verband aangetoond, maar stel dat die aanname klopt, dan is dat lastig vol te houden als je met alle farmaceuten in bed ligt. Dan kun je er niet van worden beschuldigd dat je er één voortrekt.

'Trouwens, als die belangenverstrengeling echt zo kwalijk zou zijn, waarom spreken we artsenorganisaties daar dan niet op aan? Laat die organisaties artsen verplichten om hun neveninkomsten door te geven. Artsen weten zelf heel goed wat ze binnen krijgen. Nu geven de farmaceutische bedrijven de betalingen door aan een openbaar register, maar dat levert geen compleet beeld op. Zo ontbreken de betalingen uit het buitenland. De echte experts, en daar heeft Nederland er veel van, worden vooral door buitenlandse bedrijven benaderd en betaald. En geloof me, dat gaat om substantiële bedragen.'

Er is stevige kritiek op de farmaceutische industrie vanwege de hoge prijzen voor medicijnen. Terecht?

'Het is te makkelijk om alleen maar te roepen dat nieuwe medicijnen te duur zijn. Zeg dan wat ze wel mogen kosten. We schijnen een grens te hanteren van 80 duizend euro per gewonnen levensjaar, maar die grens is kennelijk arbitrair want het nieuwe hepatitismedicijn dat vorig jaar op de markt kwam zat daar ver onder en toch was het niet goed.'

De winsten in de farmaceutische sector behoren met gemiddeld 20 procent tot de hoogste in het bedrijfsleven. Dat moeten wij betalen uit de collectieve middelen. Dat kan toch wel wat minder?

'Ik kan me de kritiek voorstellen. Toch zijn de winstmarges te verdedigen. Een farmaceut loopt veel meer risico dan een fabrikant van mobieltjes. Van elke tien geneesmiddelen die bij mensen worden getest, haalt er een de eindstreep. Als je risicovol kapitaal wilt aantrekken, moet je geldschieters belonen met een hoog rendement.'

Over de kosten van een medicijn wordt geheimzinnig gedaan. Het is toch niet moeilijk voor een bedrijf om bij te houden hoeveel aan de ontwikkeling van een medicijn wordt uitgegeven?

'Dat klopt. Elk medicijn krijgt bij aanvang van het onderzoek een projectnummer en daar kun je alle uitgaven aan koppelen. De vraag is vooral: wat reken je mee? Daar bestaan verschillende opvattingen over. Onderzoekers kwamen de afgelopen jaren met sterk uiteenlopende bedragen, van 60 miljoen tot 3- en soms zelfs 12 miljard per geneesmiddel.

'Het is mijn grootste kritiek op de bedrijven: als ze een medicijn op de markt brengen dat 2 ton per patiënt per jaar kost, dan moeten ze uitleggen waarom het 2 ton is en niet 150 duizend euro. Dat doen ze niet goed genoeg. Dat er een hoog prijskaartje aan hangt, vind ik logisch maar over de absolute hoogte moet veel meer worden uitgelegd.'

Wat hebben we eigenlijk aan die kostprijs? Uit onderzoek blijkt dat er geen verband is tussen kostprijs en vraagprijs.

'Dat geldt toch voor veel producten? Het kost bijna niks om een iPhone te maken en toch is zo'n ding behoorlijk duur. De prijs wordt meestal niet bepaald door de productiekosten, maar door de waarde voor de gebruikers. Ook bij geneesmiddelen. Een medicijn dat patiënten geneest, of minder ziek maakt, is van grote waarde voor patiënten en de maatschappij. Bedrijven moeten zich meer inspannen om te laten zien hoe groot die impact is.'

U vergelijkt de minimale reputatieschade van Volkswagen na dieselgate met het slechte imago van de farmaceutische industrie. Gaat die vergelijking niet mank?

'Ik probeer aan te geven dat de farmaceutische sector veel meer dan andere sectoren langs de ethische meetlat wordt gelegd.'

Maar er zijn wel erg veel schandalen geweest de afgelopen jaren, van omkoopzaken tot het verzwijgen van onwelgevallige studieresultaten tot de promotie van pillen voor aandoeningen waarvoor ze helemaal niet bestemd zijn.

'Er zijn zeker incidenten en daar mag de sector niet trots op zijn. Maar het gaat beter. In 2014 en 2015 hebben farmabedrijven met justitie geschikt voor 2,8 miljard en dat is nog maar eenderde van het bedrag van de twee jaar ervoor. Er gaan nog steeds dingen fout, ik ga geen wetsovertredingen zitten goedpraten. Wat mij betreft zetten ze de topman van zo'n bedrijf in de gevangenis, dat zou een goed signaal zijn.'

Schijnheilig, dat woord valt nogal eens in het boek. Leg eens uit?

'Het is heel makkelijk om met de vinger naar de farmaceuten te wijzen, die worden toch gezien als op geld beluste schurken. Maar denk eens aan de specialisten in maatschappen, die er belang bij hebben om zo veel mogelijk verrichtingen te doen. Hoe meer foto's en scans, hoe meer inkomsten. Misschien krijgen patiënten wel een hoop onnodig en duur onderzoek, dat weten we niet, het is niet transparant.

'En dan de artsen die op congressen om je heen scharrelen in de hoop dat je ze uitnodigt voor het diner. Ik zie ze in de rij staan om hun cadeautjes op te halen. Kijk ook eens hoe er wordt gebedeld om geld als er een congres moet worden georganiseerd.

'Wetenschappelijke verenigingen mogen blij zijn met de steun van farma, anders kunnen ze grote bijeenkomsten niet rond krijgen. Veel medische vaktijdschriften kunnen ook alleen maar bestaan door reclame-inkomsten van de industrie. Anders worden de bladen onbetaalbaar.'

Het probleem is dat medicijnen worden ontwikkeld door bedrijven met aandeelhouders die een hoge winst verlangen, een winst die wij moeten betalen. Kan het anders?

'Er klinkt een roep om overheidsingrijpen, de overheid en de universiteiten zouden samen geneesmiddelen moeten gaan ontwikkelen. Wie gaat dat betalen? Onderzoek kost miljarden, het is een illusie om te denken dat anderen dat wel even financieren. De reflex is kennelijk: als de overheid het aanpakt, komt het goed. Maar kijk eens naar de grote projecten die de overheid de laatste jaren op zich heeft genomen, dat zijn grote financiële rampen geworden. Kan de overheid dan opeens wel geneesmiddelen ontwikkelen? Ik heb daar geen enkel vertrouwen in.'

Henk Jan Out: Leve het geneesmiddel!

Prometheus; 224 pagina's; €19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.