'Het leven is geen verplichting'

Mark (41), alcoholist, koos voor euthanasie

Internationaal werd schande gesproken van de euthanasie van de 41-jarige Mark. Zijn broer Marcel Langedijk schreef een boek over wat aan het drama voorafging.

Mark Langedijk in 2006 in een taxi in New York Foto Privé foto

'Ik ben niet een vaandrager voor euthanasie geworden', zegt Marcel Langedijk. 'Elk geval is anders. Maar de keus moet er zijn. Het leven is geen verplichting. Als iemand zo stuk gaat, wie zijn jij en ik dan om te zeggen: je moet dóór.'

Langedijk heeft het over zijn broer Mark, die in juli vorig jaar overleed: 41 jaar, alcoholist, gescheiden, vader van twee zoontjes, lijdend aan een angststoornis en een depressie. Hij vroeg om euthanasie. En hij kreeg het - op een zonnige dag kwam een arts in een zwart jurkje en op gympen naar het ouderlijk huis van Mark om de dodelijke injectie te geven in het bijzijn van zijn ouders, broer Marcel en zus Angela. Er was ook een neef bij, de beste vriend van Mark, de dominee was er, de buurvrouw had soep met balletjes gemaakt. In de tuin hadden ze nog een glas wijn gedronken en 'ham and cheese sandwiches' gegeten, zoals buitenlandse media nadien op geschokte toon berichtten. 'Het leek wel alsof wij gezellig iets zaten te drinken in de tuin en toen besloten mijn broer dood te maken', zegt Langedijk over de toon van de berichtgeving. 'Maar zo ging het natuurlijk niet.'

Over hoe het wel ging, schreef hij Gelukkig hebben we de foto's nog - de zelfgekozen dood van mijn broer. Langedijk, journalist, schreef al eerder over de euthanasie van zijn broer in Linda. In Nederland bleef het daarna relatief rustig, maar in het buitenland werd het artikel massaal opgepikt. Internationale politici waarschuwden tegen het hellende vlak waarop Nederland zich zou bevinden, een Duitse patiëntenvereniging stelde dat Nederland een gevaarlijk land is geworden voor mensen in een crisis: die krijgen al te makkelijk een spuitje. Een Britse politicus zei: 'Wat iemand nodig heeft die aan alcoholisme lijdt, is steun en behandeling om van die verslaving af te komen, geen euthanasie.'

Mark werd in de acht jaar dat hij zwaar alcoholist was 21 keer opgenomen in afkickklinieken en ziekenhuizen, vertelt Langedijk. Hij geloofde niet meer in een goede afloop. Hij haatte zijn rottige leven dat bestond uit drinken, drinken en drinken om geen pijn te hoeven lijden, hij haatte zijn door de drank gesloopte lichaam - hij schuifelde als een bejaarde, zijn maag verdroeg nauwelijks nog eten - en zijn lange, sombere dagen in het appartementje dat hij deelde met een andere alcoholist.

In zijn boek beschrijft Marcel Langedijk (45) hoe het zover was gekomen. En ook hoe hijzélf van hen tweeën altijd de rommelaar was geweest, met zijn ongeorganiseerde Amsterdamse leventje, zijn freelanceklussen en zijn wisselende relaties. Zijn jongere broertje in het oosten van het land was de geslaagde zoon die het allemaal had: een gezin, een eigen zaak in hoortoestellen, een groot huis met een sauna erin, een dure auto, een caravan. Uit het boek dat Langedijk schreef over zijn broer: 'Succes was een keuze, dat gevoel. Ja, jongens, kijk Mark eens gaan. Ondertussen ging Mark zelf kapot van de stress.'

Marcel Langedijk (links) en zijn broer Mark Foto Privé foto

Angsten

Mark worstelde met angsten en depressies, vertelt Langedijk in een café bij een dubbele espresso. Als kind was er nog niets aan de hand, al was hij nogal op zichzelf. 'Hij kon uren op zijn kamer met technisch lego spelen. Niet dat hij contactgestoord was ofzo, hij had het gewoon prima naar zijn zin in zijn eentje. We hadden een leuke, veilige, makkelijke jeugd in Steenwijk, idyllisch, er was echt niets aan de hand.'

Ja, dat benadrukt hij bijna automatisch, zegt hij: als het later zo misloopt met iemand, wordt er altijd gehengeld naar problemen in het gezin. Die waren er niet; problemen kwamen er pas later. 'Achteraf zie ik wel dat Mark onzeker was, angstig en perfectionistisch. Hij volgde de gebaande paden. Hij had graag iets creatiefs gedaan, maar hij ging gewoon naar de mts in de buurt en daarna naar de hts, maar die maakte hij niet af. Hij werd audicien, trouwde, werkte een paar jaar voor een baas, begon daarna met een compagnon een eigen zaak in hoortoestellen. Ik dacht: jezus, hoortoestellen, volgens mij heb jij veel grotere dromen.

We hebben samen een paar keer een reisje gemaakt, naar Barcelona, een keer naar New York, en dan was hij zo opgelucht, zo vrolijk, alsof hij blij was even uit het keurslijf te zijn. Maar ik denk dat hij er niet uit durfde te stappen. Nee, daar praatten we niet over, we hadden goed contact, maar zo diep gingen de gesprekken niet. Hij heeft ook lang verborgen weten te houden dat hij dronk, van die halve-literblikken bier met 12 procent alcohol, weet ik nu, vijf op een dag minstens. Deed-ie stiekem. Hij schaamde zich ervoor.

Pas in het laatste stadium was hij open over alles, in de maand voor zijn dood, toen hij weer zijn intrek had genomen bij onze ouders. Toen heeft hij avondenlang verteld hoe kut hij zich gevoeld heeft, hoe hij moest drinken terwijl hij eraan kapot ging. Hij sliep in zo'n ziekenhuisbed in de woonkamer. Lichamelijk was hij er slecht aan toe. Elke ochtend kreeg hij van mijn ouders twee oxazepam en een glas wodka om aan de dag te kunnen beginnen - moet je je voorstellen hoe verschrikkelijk het is dat voor je alcoholistische zoon in te moeten schenken. Maar mentaal voelde hij zich die laatste weken juist beter. Hij leek op een bepaalde manier opgelucht dat het binnenkort afgelopen zou zijn. Je moet erover schrijven hoor, zei hij tegen me. Hij had zelfs al een titel voor het boek: 24/7, om aan te geven hoe hij als alcoholist elk uur van de dag met zijn verslaving bezig was.'

Marcel Langedijk (links) en zijn broer Mark Foto Privé foto

Wrange grap

Het is Gelukkig hebben we de foto's nog geworden, een wrange grap die Mark zelf steeds maakte in de weken voor zijn dood. In het boek schetst Langedijk in grote lijnen de ondergang van zijn broer. In een drukke periode van zijn leven - eigen zaak, jonge kinderen - ging Mark na het werk vaak 'even slapen'. Mark is moe, zei zijn vrouw dan. Langedijk schrijft: 'Op zijn slaapkamer trok hij dan de gordijnen dicht, vertelde Mark nu, en haalde onder het matras een fles wijn vandaan die hij er op een handig moment verstopt had. Die zoop hij leeg. En, ja, dan sliep hij. Drank hielp. Tegen de geestelijke kwellingen, tegen de angsten die hij had, de depressieve gevoelens die hij met niemand deelde.'

Het drankgebruik liep uit de hand; soms bleef Mark op kantoor slapen omdat hij niet meer op zijn benen kon staan. Hij kreeg ongelukken, werd eens door een buurman bewusteloos tussen twee geparkeerde auto's gevonden toen hij 's avonds 'een ommetje' was gaan maken. Zijn vrouw trok het niet langer, de omgeving begon ook iets te vermoeden. Mark besloot zich te laten opnemen in een afkickkliniek. Toen hij zes weken later thuiskwam, begon hij vrijwel direct weer te drinken.

Langedijk schrijft kort en bondig:

'Het huwelijk klapte.
Zijn carrière klapte.
Zijn sociale leven klapte.
Alles klapte.'

Wat volgt, is een periode van acht jaar waarin Mark een reeks mislukte opnamen in afkickklinieken afwerkt, in steeds aftandsere appartementjes belandt, lichamelijk aftakelt en vereenzaamt. Het contact met zijn ex-vrouw komt op een laag pitje te staan, zijn zoontjes ziet hij af en toe. Zijn ouders, zus en broer blijven hem steunen, al zegt Langedijk: 'Mijn ouders en zus Angela gingen er veel verder in dan ik. Ik zat niet zo te wachten op een broertje dat zijn leven aan het verkloten was. Maar mijn ouders bleven voor hem klaarstaan: helpen verhuizen, de klinieken betalen. Het heeft ze zó veel geld gekost. De omgeving kan wel zeggen: je moet je verslaafde kind loslaten, maar zo werkt het niet. Mijn ouders zijn honderd stappen verder gegaan dan ieder ander zou kunnen opbrengen.' Tot het ook voor hen genoeg was; een half jaar hadden ze nauwelijks contact.

Maar dan gaat op een dag de telefoon. Zus Angela, die meldt dat Mark dringend iets te vertellen heeft. Marcel, die dan net een maand vader is van dochter Sammie, gaat toch weer naar hem toe, samen met zijn ouders. In zijn Amsterdamse flatje - Mark is inmiddels naar de hoofdstad verhuisd omdat hij, alsnog, iets creatiefs is gaan doen, een opleiding aan de foto-academie - vertelt Mark hen dat hij er een einde aan gaat maken. Euthanasie, hij is al ver in het traject. Langedijk reageert in eerst instantie ongelovig: euthanasie, dat regel je toch niet zomaar? Maar hij beschrijft ook hoe het een maand later al zo ver is: de middag in de tuin bij hun ouders, de dokter die binnenkomt, de spuit die ze leegdrukt in Marks lichaam. 'Zijn gezicht veranderde direct, verloor kleur, kreeg een blauwige tint. Het was vijf voor vier. Mijn broertje was dood.'

Mark Langedijk in een café Foto Privé foto

Berusting

Wat opvalt in het boek is de berusting die de familie lijkt te voelen; Marcel, zijn ouders en zus zitten aan Marks sterfbed zonder te schreeuwen, de dokter een halt toe te roepen, Mark zijn bed uit te slepen zolang het nog kan. Ja, zegt Langedijk bij zijn tweede espresso, hij kan zich voorstellen dat het voor een buitenstaander ongelooflijk klinkt.

'Maar we zagen dat dit was wat Mark wilde. En we waren hier al acht jaar mee bezig, dat moet je je wel realiseren. Altijd problemen, altijd gedoe, altijd zorgen over Mark, ik kon geen telefoongesprek met mijn ouders voeren of het ging over hem. Ik geloofde er eerlijk gezegd ook niet meer in dat het goed met hem zou komen. Ja, je hoort genoeg succesverhalen over definitief afgekickte alcoholisten: de broer van Arie Boomsma bijvoorbeeld, en de schrijver van dat boek Hallo muur. Maar de meesten lukt het nooit ermee te stoppen, daar heeft een arts ons jaren geleden al eens voor gewaarschuwd. Veel alcoholisten leiden een leven waarin ze dagelijks naar de supermarkt strompelen om hun bier te halen en kwijnen langzaam weg. Ik hield er serieus rekening mee dat Mark zo zou eindigen. Dat hij er uiteindelijk aan dood zou gaan. Dat stop je ver weg en je hoopt dat het niet gaat gebeuren, maar je weet het ergens wel. En na een periode van acht jaar waarin je keer op keer ziet, hoort en voelt dat het misgaat - ik zeg niet dat je dan denkt: oké logisch, let's go with it, maar je kunt er wel in berusten. Wat moet je anders? We hadden wel kunnen vechten en roepen: het mag niet, het kan niet en het zal niet, maar dat hadden we al acht jaar lang gedaan. Uiteindelijk voel je wel dat er geen uitweg meer is. Het houdt een keer op. Als je het zelf niet meemaakt, is het lastig te begrijpen. Mensen vragen: waarom ga je erin mee als ouders, waarom zeg je niet: het mág niet? Omdat die jongen al acht jaar had gestreden. Hij kon het gewoonweg niet meer aan. Trouwens: hij had het toch gedaan. Ook als mijn ouders het niet hadden kunnen of willen accepteren, had hij die euthanasie geregeld. Dat zei hij ook: dan doe ik het zelf.'

Om zijn euthanasie geregeld te krijgen, sprak Mark gedurende een jaar met psychologen, psychiaters en zijn huisarts over zijn ondraaglijk lijden. 'Een moordwijf', noemde hij zijn huisarts met zijn typerende, zwarte humor; zij had hem na lang praten begrepen en gezegd: oké, we gaan dit doen. Een SCEN-arts - de afkorting staat voor Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland - gaf toestemming volgens protocol. Mark is daarmee tot nog toe een van de weinigen die in Nederland euthanasie heeft gekregen wegens alcoholisme en het lijden dat daarmee gepaard gaat. Maar hij is dus niet de enige, het komt vaker voor. Marcel: 'Toen Mark die eerste keer vertelde dat hij zich wilde laten euthanaseren, reageerde ik van binnen sceptisch, ik dacht: dit is weer een schreeuw om aandacht, dit zet hij toch niet door. Maar hij heeft wel doorgezet. Zijn leven is een aaneenschakeling geweest van stappen die hij niet durfde te zetten, maar deze stap, waar je ongelooflijk veel moed voor nodig hebt, heeft hij wel gezet. Dat vind ik op de een of andere manier ontzettend stoer van hem.'

Vernislaagje

Buitenlandse media spraken over een physician-assisted suidice: een door een arts begeleide zelfmoord. 'Kwestie van terminologie', zegt Langedijk daarover. 'Het komt uiteindelijk op hetzelfde neer.' Maar daadwerkelijk zelfmoord plegen wilde Mark niet en de familie is daar blij om. 'Hij heeft een aantal keer een lafhartige poging gedaan met de verkeerde medicijnen, maar uiteindelijk durfde hij het niet, het kan tenslotte ook behoorlijk misgaan. Deze manier is veel humaner, als er al zoiets is als een humane dood. Ik vind het knap van hem. Door voor euthanasie te kiezen, heeft hij mijn ouders, mijn zus en mij een mooi afscheid kunnen geven. We hebben de laatste maand als gezin nog samen kunnen optrekken, dingen gedaan, verhalen gehoord. Alles is besproken, alles is gezegd. Het is iets heel anders als je je kind op een dag in het trapgat vindt. Of op het spoor - dan zijn er ook anderen bij betrokken. Marks leven is rampzalig verlopen, maar zijn dood is, hoe bizar dat misschien ook klinkt, goed gegaan.'

Op zijn rechterarm heeft Marcel een tatoeage laten zetten: Mark, staat er in zwierige letters, en eronder: 1975 - 2016. De inkt die is gebruikt, is vermengd met as uit de urn. 'Een theelepeltje Mark', schrijft Langedijk in zijn boek. Een restje daarvan bewaart hij nog steeds in zijn jaszak, zodat Mark overal mee naartoe gaat. Ja, beaamt hij, zijn broer is nu meer in zijn leven dan vóór zijn dood. 'Honderd procent. Ik denk vaak aan hem, en dan met name aan de goeie dingen, de reisjes die we samen hebben gemaakt, onze jeugd. Het is alsof er een soort vernislaagje over de pijn wordt gelegd, waardoor je verder kunt. Dat kun je wrang noemen, maar het heeft geen zin alsmaar what if te denken, wat als ik dit of dat had gedaan? Ik denk niet dat ik Mark had kunnen redden. We hebben alles gedaan wat in onze macht lag. Het is wat het is - hij was pas 41, ja, maar er zijn ook kinderen van 5 die overlijden aan een hersentumor. Je moet dóór.

'Mijn ouders hebben de draad ook weer opgepakt. Ze zijn sterk, ik ben zo trots op ze. Ik zie de pijn en het verdriet in hun ogen, ze hebben een enorme knauw gekregen, maar ze doen het erg goed. Ze genieten van hun kleinkinderen, passen elke week een dag op Marks zoontjes, mijn vader sport veel. Rond Marks sterfdag hebben we met de familie een boottochtje gemaakt, net zoals we met hem gedaan hebben in de maand voor zijn dood. We hebben gehuild en gelachen en tegen elkaar gezegd hoe goed het is dat we de boel weer oppakken. Er is rust gekomen, dat is het cadeau dat Mark mijn ouders heeft gegeven. Ze hoeven niet meer bang te zijn als de telefoon gaat, want het allerergste is al gebeurd.'

Gelukkig hebben we de foto's nog - de zelfgekozen dood van mijn broer is zojuist verschenen bij uitgeverij Q.

Meer over