Interview Hoogleraar Maarten Prak

‘Franse revolutie maakte Europa juist mínder democratisch’

Burgers hadden vanaf de late middeleeuwen veel meer invloed op hun bestuurders dan in de geschiedenisboekjes wordt beweerd. Dat is de centrale stelling van Maarten Prak, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, in zijn nieuwe boek Citizens without Nations.

De Nachtwacht. Officieren van de schutterij betaalden ervoor om het schilderij in de publieke ruimte op te hangen. Ze wilden daarmee zeggen: wij doen iets voor de publieke zaak.

De rol van ‘gewone mensen’ in de stedelijke politiek is systematisch onderschat, concludeert Prak in zijn synthese van dertig jaar onderzoek naar burgerschap in Nederland, Europa, de koloniën in Noord- en Zuid-Amerika, China en het Midden-Oosten.

Vanaf het jaar 1000 werd van onderop geëxperimenteerd met nieuwe vormen van bestuur. Los van raden en overlegorganen waren er tienduizenden organisaties – denk aan buurtverenigingen, gilden en schutterijen – die onafhankelijk van de stedelijke elites konden opereren. Zij confronteerden de bestuurders door middel van rekesten, gesprekken en opstanden met hun eisen en grieven. Prak: ‘Deze organisaties waren een vehikel voor mensen die geen formele zeggenschap hadden om toch invloed op het stadsbestuur uit te oefenen.’ En als de spanningen tussen stadsbestuur en burgerij hoog opliepen, werden de regenten maar al te vaak door de schutterijen aan de kant gezet.

Het formele burgerschap was niet vereist om tot de schutterij te worden toegelaten, maar de schutters noemden zichzelf wel ‘het lichaam van de burgerij’. ‘De Nachtwacht van Rembrandt is een prachtige verbeelding van dat idee’, zegt Prak. ‘De officieren van de schutterij betaalden ervoor om het schilderij in de publieke ruimte op te hangen. Ze wilden daarmee zeggen: wij doen iets voor de publieke zaak.’

De stad was voor 1800 de belangrijkste politieke eenheid. Prak: ‘Overal in Europa leefde het idee dat stadsbestuurders zich moesten verantwoorden: wij zijn allemaal burgers, wij hebben recht op inspraak, de regenten moeten naar ons luisteren. Ze wilden geen eenhoofdige leiding en bestuursfuncties moesten tijdelijk zijn.’

Publieke voorzieningen

Buiten Europa was er van formeel burgerschap geen sprake, dus ook niet van het typisch Europese ‘stedelijk republikanisme’ waarin de bestuurders door de burgerij ter verantwoording werden geroepen. Maar de gilden en de schutterijen waren, ontdekte Prak, wereldwijde verschijnselen. Ze zorgden voor publieke voorzieningen die de overheden niet verschaften: handhaving van de orde, bewaking van de stad, onderwijs, verzekering tegen ziektekosten en begrafeniskosten, armenzorg, het bouwen van bruggen, maar ook het in stand houden van tempels en culturele activiteiten als opera en toneel.

De centrale overheden lieten, noodgedwongen, het heffen van belasting aan de steden over. Prak: ‘Belasting betalen was een min of meer vrijwillige aangelegenheid; als je wilde kon je je geld makkelijk verstoppen. Maar juist om die reden eisten de burgers dat het geld goed werd besteed en dat iedereen zijn bijdrage leverde. De stadsrekeningen moesten openbaar zijn.’

Ten tijde van de Franse Revolutie werden al deze lokale organisaties afgeschaft. Daardoor, luidt de boodschap van Citizens without Nations, werd Europa na 1789 niet méér, maar juist minder democratisch. Want het nationale burgerschap dat voor het stedelijke burgerschap in de plaats kwam, had tot diep in de negentiende eeuw weinig te betekenen. Zo was het kiesrecht voorbehouden aan een kleine minderheid en aan sociale voorzieningen werd na de Franse Revolutie minder besteed dan ervoor.

Misleidend geschiedbeeld

Maarten Prak verklaart de hardnekkige overschatting door historici van de betekenis van de nationale staat in de eerste plaats uit het beschikbare bronnenmateriaal. ‘De beste archieven zijn vaak de nationale archieven. Als je in de keizerlijke administratie in Beijing gaat kijken, tref je daar aan wat de keizer heeft besloten en dat die besluiten door zijn ambtenaren zijn uitgevoerd. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet het geval te zijn. Die oriëntatie op de nationale staat heeft voor de periode waar ik over schrijf een geschiedbeeld opgeleverd dat ernstig misleidend is. 

‘Uit mijn onderzoek blijkt dat centrale overheden, vanwege de gebrekkige mogelijkheden om te communiceren met de uithoeken van hun rijk, weinig konden afdwingen. Zonder medewerking van de lokale elites konden de intendanten, de vertegenwoordigers van het centraal gezag, in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd nauwelijks iets voor elkaar krijgen.’

Maar Prak heeft nog een meer fundamentele verklaring voor de fixatie van historici op de nationale staat. ‘De geschiedwetenschap is in de negentiende eeuw ontstaan om de nationale staat te legitimeren. De historici hadden van de politiek de opdracht gekregen om over de nationale staat te schrijven. Lokale geschiedenis was ineens niet alleen minder interessant, maar zelfs verdacht.

‘Dat hele idee van een nationale identiteit is niet spontaan ontstaan, maar geconstrueerd. Het moest op de eigen bevolking worden bevochten. Het lager onderwijs in Nederland was in de negentiende eeuw grotendeels ideologie-onderwijs. Aan de ene kant was er het godsdienstonderwijs, aan de andere kant het onderwijs in de vaderlandse geschiedenis en aardrijkskunde. Dat werd nodig geacht voor een goed staatsburgerschap en werd opgelepeld aan mensen die zich veel meer solidair voelden met hun eigen streek. Als curieuze uitwas moest je tot 1975 ook in Suriname op school Groningen en Winschoten op de blinde kaart van Nederland kunnen aanwijzen.’

Maarten Prak: Citizens without Nations. Urban Citizenship in Europe and the World c. 1000-1789. Cambridge University Press; 423 pagina’s; € 29,95. Een vertaling verschijnt volgend jaar bij Uitgeverij Prometheus.

Maarten Prak, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Foto Wieke Eefting
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.