INTERVIEW

'Eenden vliegen het liefst zo kort mogelijk'

Bioloog Erik Kleyheeg brengt in kaart hoe wilde eenden plantenzaden verspreiden

Wilde eenden eten zaden en poepen die weer uit. Door de afstanden die ze afleggen, worden die zaden over een groot gebied verspreid.

Foto EPA

Mocht u zich bij een wandeling in het park weleens ergeren aan een pad vol eendenpoep, besef dan dat die witte klodders cruciaal zijn voor de planten om u heen. Biologen Erik Kleyheeg en Merel Soons van de Universiteit Utrecht brachten in kaart hoe wilde eenden een belangrijke bijdrage leveren aan het verspreiden van plantenzaden. De resultaten staan deze week in Journal of Ecology.

Hoe gaat het in Nederland met de wilde eend?

'Niet zo goed. Sinds de jaren negentig is de populatie met 30 procent teruggelopen. Der oorzaak is een mysterie. Met jagen heeft het niks te maken, de jachtdruk is juist afgenomen. Ook de overleving van volwassen eenden is prima, net als het nestsucces. Waarschijnlijk gaat er dus iets mis in de kuikenfase. Desondanks is de wilde eend nog steeds de meest voorkomende watervogel in Nederland.'

Erik Kleyheeg, eendenspecialist.

En eenden spelen dus een belangrijke rol bij het verspreiden van plantenzaden.

'Ja, de eenden eten wel driehonderd verschillende zadensoorten. Met name de kleine zaden met een harde buitenkant overleven de tocht door het spijsverteringsstelsel. De eenden hebben de gewoonte om op een andere plek te slapen dan waar ze eten. Die slaapplaatsen worden daardoor een regionaal reservoir voor plantendiversiteit. Dit is belangrijk voor het voortbestaan van planten.

'Voor ons onderzoek analyseerden we met gps-zenders de bewegingen van wilde eenden. Hieruit blijkt dat de vogels een zeer vast patroon volgen. Overdag rusten ze op een gezamenlijke slaapplaats, vaak een grote plas of een kanaal. 's Nachts worden ze actief en vliegen naar twee à vier foerageergebieden in en rond moerasgebieden en op akkers. In een relatief droge regio als Twente verloopt het verspreiden van de zaden van moerasplanten moeizamer dan bijvoorbeeld in de polder.'

Waarom gaat het in Twente moeizamer?

'Daar moeten de eenden soms wel 8 kilometer vliegen tussen waterrijke gebieden. In de polder is dit slechts een paar honderd meter tot 1,5 kilometer. In de lucht zijn de eenden op hun kwetsbaarst, omdat dan roofvogels kunnen toeslaan. Bovendien kost al dat vliegen veel energie. Daarom vliegen eenden het liefst zo kort mogelijk. Wanneer moerasgebieden verder uit elkaar liggen, wordt de rol die eenden spelen bij de zaadverspreiding tussen die gebieden steeds groter, omdat andere manieren van verspreiding minder effectief zijn. Zadenverspreiding via wind bijvoorbeeld komt vaak niet verder dan een paar honderd meter.'

Zocht u in het veld naar zaden in eendenpoep om iets te kunnen zeggen over de verspreiding?

'Nee, we maakten gebruik van een model, waarbij we twee belangrijke factoren met elkaar combineerden die we los van elkaar hebben onderzocht. Ten eerste hebben we gemeten hoe lang zaden in het maag-darmkanaal blijven nadat ze zijn opgegeten. De meeste zaden worden al na een paar uur uitgepoept, maar sommige verblijven wel 48 uur in het maagdarmkanaal. Vervolgens hebben we gemeten hoe lang wilde eenden op een foerageerplek blijven zitten en hoe vaak ze vliegen. Zo hebben we berekend hoeveel zaden die op plek A worden opgegeten, terechtkomen op plek B. Hiervoor moesten we een model gebruiken omdat je in het veld niet kunt achterhalen waar de zaden die door een eend worden uitgepoept vandaan komen.'

Hoe kunnen we het leven van wilde eenden en moerasplanten aangenamer maken?

'Versplintering van het natuurlandschap is desastreus, dus het is belangrijk grote aaneengesloten natuurgebieden te creëren. Dan hoeven watervogels maar korte stukken te vliegen tussen hun slaap- en eetgebieden en verloopt de verspreiding van zaden optimaal. In Nederland wordt hard gewerkt aan de ecologische hoofdstructuur om zulke gebieden te creeren, maar wereldwijd is versnippering nog steeds een groot probleem.'

Meer over