Een groep studenten vatte alle medische basiskennis samen in 1.200 pagina's. En maakte zo een bestseller

Compendium Geneeskunde is regelrechte medische bestseller

Een groep van vijftig studenten en veertig specialisten heeft alle medische basiskennis samengevat in 1.200 pagina's. Aanvankelijk bedoeld als hulpmiddel bij tentamens, blijkt het ook een handig naslagwerk. En een regelrechte medische bestseller.

Een 26-jarige man is tijdens het voetballen door een tackle ten val gekomen en de voorste schuifladetest is duidelijk gestoord. Wat voor letsel heeft hij? Bij welke pathologie van de longen is de stemfremitus versterkt? Via welke route transporteert HDL cholesterol? Wat is de meest frequente oorzaak van nefrotisch syndroom bij kinderen?

Zomaar een paar vragen uit een voortgangstoets die medisch studenten vier keer per jaar moeten maken. Tweehonderd vragen, over alle disciplines, van neurologie en oogheelkunde tot medische ethiek en gynaecologie. Die vragen zijn iedere keer even moeilijk, of een student nou net is begonnen of bijna klaar is: ze testen de kennis die een basisarts na zes jaar studie moet hebben. Alleen de score die studenten moeten behalen loopt op: hoe langer ze in de collegebanken zitten, hoe meer vragen ze goed moeten hebben.

Zo zitten elke drie maanden duizenden artsen-in-spe gebogen over tientallen vuistdikke boeken, met naast zich alle aantekeningen die ze tijdens colleges en in studiegroepen hebben gemaakt. Onmogelijk om die duizenden pagina's allemaal te leren, weten geneeskundestudenten Veerle Smit (23) en Romée Snijders (24) uit ervaring. En lastig om te achterhalen wat het belangrijkste is. 'Maar je moet die toetsen halen', zegt Smit. 'Er zijn studenten die niet aan hun coschappen kunnen beginnen omdat ze zijn gestruikeld over een voortgangstoets. Zij moeten het steeds opnieuw proberen.'

Waarom was er eigenlijk geen overzicht van alle lesstof beschikbaar, vroegen de twee zich af. Ze kenden elkaar van een bijbaantje bij een website die samenvattingen maakt en verkoopt. Van een aantal losse lesboeken en hoorcolleges bestonden weliswaar uittreksels maar een beknopte weergave van de hele studie geneeskunde ontbrak. Via Facebookgroepen van de universiteiten deden ze marktonderzoek. De respons was overweldigend: alsjeblieft, klonk het, maak zo'n samenvatting!

Aanvankelijk dachten ze nog dat ze dat wel alleen af konden. Maar toen ze zich in de zomer van 2015 wekenlang over de weergave van het vak oogheelkunde hadden gebogen en merkten hoeveel werk dat was, beseften ze dat ze hulp nodig hadden. Het laatste zetje kwam van de medisch specialist die ze raadpleegden, een oogarts in hun eigen opleidingziekenhuis, het VUmc. Hij was zo enthousiast over hun plan dat ze besloten het ten uitvoer te brengen. En zo werden de jonge geneeskundestudenten twee jaar geleden zakenpartners.

14.000 exemplaren

Heel veel studenten mailen ons dat ze dankzij het boek de toets hebben gehaald. Ja, daar worden we blij van

Romée Snijders

Ze stelden een team samen van 56 masterstudenten, kregen assistentie van 38 medisch specialisten uit tien ziekenhuizen en richtten hun eigen uitgeverij op. In september 2016, nog geen jaar na hun geploeter op dat eerste hoofdstuk, lag er een vierdelig naslagwerk van 1.200 pagina's waarvan nu al zo'n 14 duizend exemplaren zijn verkocht: het Compendium Geneeskunde, vier delen voor in totaal 130 euro. Geen grijze woordenbrij maar 27 vakgebieden samengebald in overzichtelijke hoofdstukken met stroomdiagrammen, gekleurde pijlen, icoontjes, tabellen, ezelsbruggetjes en heel veel tekeningen; een mega-uittreksel, gemaakt door studenten voor studenten.

Snijders: 'Heel veel studenten mailen ons dat ze dankzij het boek de toets hebben gehaald. Ja, daar worden we blij van.'

Ze komen net uit het ziekenhuis, waar ze coschappen lopen: Veerle Smit in het OLVG West (heelkunde), Romée Snijders bij GGZ in Geest (psychiatrie). Het eetcafé in het Amsterdamse centrum is de afgelopen twee jaar hun kantoortuin geworden. Ze zitten er iedere zaterdag, ontbijten er, lunchen, eten bitterballen, om ondertussen alle lopende zaken rond hun bedrijf door te nemen.

Het verhaal over hun succes vatten ze in ruim een uur tijd samen, in een tempo dat past bij de vaart waarmee hun boek tot stand kwam. Andere studenten helpen, dat was wat ze wilden, maar daar kwam veel meer bij kijken dan ze hadden vermoed. Ze staken er al hun spaargeld in en al hun vrije tijd ('Werkdagen van 6 uur 's morgens tot 11 uur 's avonds, dat kan prima'), ze maakten zelf een begroting, vonden via hun oude werkgever een investeerder, zochten een drukker, onderhielden contact met de grafici, regelden auteursrechten, stelden contracten op voor de studenten. 'Als we niet wisten hoe iets moest, dan googleden we dat gewoon', lacht Snijders.

Toen ze op zoek gingen naar studenten om hen te helpen, en op Facebook een vacature plaatsten, hoopten ze op vijf reacties. Het werden er driehonderd. Ze selecteerden ruim vijftig geneeskundestudenten, afkomstig van alle medische faculteiten, en verdeelden de hoofdstukken. De studenten gingen twee aan twee aan de slag. Voor elk hoofdstuk werd assistentie gezocht van twee medisch specialisten, die als vraagbaak dienden en meelazen. Vijf studenten met tekentalent maakten de afbeeldingen.

Er zijn tien eindversies doorheen gegaan. Ik geloof dat ze gek van ons werden

Romée Snijders

Snijders en Smit zagen elke pagina, overlegden eindeloos met de studenten die de hoofdstukken schreven. Werd in hoofdstuk 13 besloten een tabel toch anders vorm te geven, dan moesten alle andere pagina's ook worden gecorrigeerd. Toen de teksten na zeven maanden af waren, waren vijf grafisch medewerkers twee maanden bezig om teksten, grafieken en tekeningen op de juiste plek te krijgen. 'Er zijn tien eindversies doorheen gegaan', zegt Snijders, 'ik geloof dat ze gek van ons werden.' In die allerlaatste weken logeerden ze bij elkaar, en sliepen ze gemiddeld twee uur per nacht.

Bij de presentatie, vorig jaar september, was de eerste druk door voorinschrijving al uitverkocht. Dat succes hield aan. De derde druk is nu uit, ze zijn bezig met een app. Op verzoek van studenten worden van de losse hoofdstukken pocketversies gemaakt, zodat ze die tijdens hun coschappen als naslagwerk kunnen meenemen in hun doktersjas. De eerste (cardiologie en vasculaire geneeskunde) is af, de tweede in de maak.

Voor het eerst hebben ze zichzelf nu wat salaris toebedeeld, voor de ruim tweeduizend uur die ze er bij elkaar hebben ingestopt en de ruim 100 uur die er maandelijks nog bijkomt. Tijdens hun pauzes in het ziekenhuis checken ze de mails die via de klantenservice binnenkomen. Al het inhoudelijke commentaar verzamelen ze, om er teksten in de toekomst mogelijk mee aan te passen. 'De geneeskunde verandert snel', zegt Smit, 'we zullen elke drie jaar een herziene druk moeten maken.'

Meedelen in de omzet

De studenten die meeschreven, delen in de winst. De meesten kozen voor een variabele vergoeding, een bedrag per verkocht boek. Smit en Snijders mailen elke maand de omzetcijfers. De medisch specialisten werkten allemaal gratis mee.

Opmerkelijk genoeg blijkt het boek allang niet meer alleen te worden aangeschaft om lastige toetsen te halen, zo blijkt uit de reacties op hun website. Co-assistenten gebruiken het om, voordat zij gaan meelopen op een afdeling, nog even de stof door te nemen. Verpleegkundigen, onderzoekers en artsen zien het als naslagwerk. 'Als artsen zich eenmaal hebben gespecialiseerd, houden ze zich met andere disciplines weinig meer bezig', zegt Smit. 'Met ons boek kunnen ze snel onderwerpen nakijken die buiten hun vakgebied liggen.' Ze merken dat medisch specialisten enthousiast raken. 'Eerst moesten wij hen benaderen, om te vragen of ze wilden meedenken. Nu mailen ze ons, om te vragen of ze kunnen helpen.'

Hun voortgangstoetsen hebben ze alle twee gehaald, met dank aan hun boeken. 'Nu denkt iedereen dat wij alles weten, en dat is niet zo', benadrukt Snijders. 'Je leert het meeste in de praktijk.'

Ze hebben overwogen om een Engelse versie uit te brengen, maar zien daar voorlopig van af. Het is geen kwestie van 1.200 pagina's vertalen, zegt Smit: in andere landen komen ziekten vaker of juist minder voor, en zijn er andere richtlijnen voor behandelingen. Het hele boek moet in feite opnieuw worden gemaakt. Dat is nu te veel werk.

Ze zijn bezig met een medische scheurkalender. Elke dag een korte tekst. Zodat het nefrotisch syndroom bij kinderen of de schuifladetest bij een geblesseerde voetballer na een bezoek aan het toilet stevig in het geheugen zit.

Specialisten werkten vrijwillig mee

Twee medisch specialisten vertellen waarom ze meewerkten aan het compendium.

Bregje van Bon, klinisch geneticus in het Radboudumc: 'Voor het eerst staat alle basiskennis bij elkaar, dat is heel knap gedaan. Deze studenten weten uit ervaring hoe je al die feiten het beste leert en dat dragen ze over. Zo'n initiatief moet je belonen, vind ik. Het gaat tenslotte om onze toekomstige artsen. Het toepassen van de kennis, het klinisch redeneren leer je niet met dit boek. Maar dat is ook niet de bedoeling. Het is een naslagwerk, als je de lessen hebt gevolgd, kun je de belangrijkste informatie er in terugvinden. Ik was er aardig wat tijd mee kwijt. Het was weliswaar het boek van de studenten, maar wat erin stond moest wel kloppen. Ik wilde soms dieper in de stof duiken dan zij maar dat spreekt voor zich. Ik vond het een leuke hobby. Dat zoveel specialisten bereid waren eraan mee te doen, dat zegt wel wat.'

Ahmad Amin, cardioloog in het AMC: 'Ik heb het artsenexamen gedaan in de Verenigde Staten en daar heb ik veel gehad aan First Aid, een boekwerk waarin alle kennis op een rijtje is gezet. Gemaakt door artsen met hulp van studenten. Toen ik hoorde van dit initiatief en het verzoek kreeg om te helpen, heb ik dan ook niet geaarzeld. Ik hielp bij het maken van keuzen: wat moest er wel en niet in? En ik las alle teksten. Nu het boek er is, blijkt het ook erg handig voor artsen die hun examens al achter de rug hebben. Als je eenmaal in de kliniek werkt met patiënten, vergeet je een deel van je basiskennis. Mijn eerste jaar is al weer zeventien jaar geleden en ik weet lang niet alles meer. Natuurlijk kun je op internet terecht, maar ook daar ontbreekt een overzicht waarin alles is samengevat. Dit boek is erg handig om af en toe nog eens snel iets terug te zoeken.'