INTERVIEW

'De sociale wereld is een rommeltje'

Netwerkwetenschapper en Microsoft-onderzoeker Duncan Watts

Onze talrijke digitale sporen zouden de sociale wetenschappen gouden tijden bezorgen, dacht baanbrekend netwerkwetenschapper en Microsoft-onderzoeker Duncan Watts ( 45 ). Tien jaar later concludeert hij: 'Het wemelt van de mythologie.'

Duncan Watts. Foto Valentina Vos

'Als jongen wilde ik natuurkundige worden. Maar toen ik bij de marine kwam, realiseerde ik me dat de sociale wereld zo veel belangrijker is en zo veel slechter begrepen wordt. Daarna heb ik me altijd verzet tegen de grenzen van disciplines. Mijn gereedschap is veranderd, maar ik probeer nog steeds te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en die als het even kan een beetje beter te maken.'

Natuurkundestudent, onderluitenant bij de Australische marine, netwerkwetenschapspionier, hoogleraar sociologie, hoofdonderzoeker bij Microsoft Research. De loopbaan van Duncan Watts (45), die zich bij de softwaregigant buigt over vraagstukken als verspreidingsprocessen en teamproductiviteit, lijkt een grote hink-stap-sprong. Zelf ziet hij een duidelijke rode draad.

Alleen zijn hemelbestormende entree in de wetenschap beschouwt Watts nog steeds als 'een ongelukje'. Als masterstudent bestudeerde hij immers krekels. Klauterde hij in bomen om ze te vangen en zat hij tot diep in de nacht in een donker lab op Cornell University naar ze te luisteren. Hoe doen ze dat, tjirpen in harmonie? Hoe weet zo'n beestje wanneer hij moet invallen? 'Ik had de taal er toen nog niet voor, maar bedacht dat het een soort netwerkstructuur moest zijn, een verzameling connecties om signalen door te geven.'

Over werken bij Microsoft Research

In 2008 gaf Watts een positie als hoogleraar aan Columbia University op om te gaan werken voor Yahoo!. Sinds 2012 werkt hij als hoofdonderzoeker bij Microsoft Research, de onderzoeksafdeling van de softwaregigant. Watts: ‘Ik besloot de data te volgen. Mijn dagen zien er niet heel anders uit dan die van mijn collega’s aan de universiteit. Ik doe fundamenteel onderzoek, ik publiceer. Maar ik heb altijd het gat willen dichten tussen intellectuele oefening en het oplossen van concrete problemen. Bij een bedrijf word je daar vanzelf in meegezogen. Bij Microsoft maken we ons niet zo druk om de vraag of het nu sociologie of computerwetenschap is.’

Het was in diezelfde periode dat zijn vader aan de telefoon vanuit zijn geboorteland Australië eens opwierp: wist je dat iedereen in de wereld slechts zes handdrukken verwijderd is van de Amerikaanse president? 'Ik had er nog nooit van gehoord, maar het klonk als een wiskundeprobleem. Net als het tjirpen van de krekels.'

Met zijn supervisor, de wiskundige Steven Strogatz, formaliseerde Watts het idee in een model. Lokale clusters, onderling verbonden door middel van enkele sluipwegen. Het 'kleine wereld'-verschijnsel doopten ze het, naar analogie van sociaal psycholoog Stanley Milgram. Die toonde in de jaren zestig met een briefexperiment aan dat de sociale keten tussen twee elkaar onbekende Amerikanen uit zes schakels bestaat.

Wat bleek? Het zenuwstelsel van de rondworm, het elektriciteitsnet van de VS, gezamenlijke filmoptredens van Hollywoodacteurs: allemaal kleine werelden. Wat een curiositeit had geleken, bleek een vrij algemene netwerkeigenschap.

CV Duncan Watts

1971 - Geboren in Australië

1991 - BSc Natuurkunde University New South Wales, Australië

1997 - Ph.D. Theoretische en toegepaste mechanica, Cornell University, VS

2000 - Hoogleraar sociologie, Columbia University, VS

2008 - Onderzoeker Yahoo!

2012 - Hoofdonderzoeker Microsoft Research

2013 - Honorair hoogleraar Cornell University

Boeken

Small Worlds: The dynamics of networks between order and randomness (1999)

Six Degrees - The science of a connected age (2003)

Everything is Obvious: Once You Know The Answer (Crown Business, 2011)

Watts was 27 toen het tweeënhalve pagina korte artikel in 1998 in Nature verscheen. Inmiddels is het meer dan 30 duizend keer aangehaald door wetenschappers uit bijkans elke denkbare discipline: van politicologie tot epidemiologie, van organisatie- tot hersenonderzoek. Bij toeval had Watts zich ontpopt tot een pionier van een discipline-in-wording: de nieuwe netwerkwetenschap.

'Netwerken hingen in de lucht', blikt Watts terug. 'Het internet werd een aanwezigheid in de levens van mensen. Men raakte doordrongen van globalisering. De financiële crisis in Azië had blootgelegd hoe verknoopt de wereld was. Kleine gebeurtenissen aan de ene kant van de wereld bleken aan de andere kant van de wereld grote gevolgen te hebben. Toen publiceerden wij dat modelletje en dachten mensen: zo zit die kleine wereld dus in elkaar.'

De ondertitel van uw boek Six Degrees luidt: Science of a connected age. Waarin verschilt dit tijdperk van eerdere?

'Toen ik in 1993 naar de VS verhuisde, was naar Australië bellen extreem duur, meer dan een dollar per minuut kostte het. Daarom schreef ik brieven. Ik typte een paar kantjes aan mijn vrienden, kopieerde die dertig keer, stopte ze in enveloppen, postzegel erop, adressen. Ik was er uren mee bezig en het duurde weken voordat ik reacties kreeg. Twee jaar later was er opeens e-mail en kon je in enkele minuten een paar zinnen sturen en per ommegaande antwoord krijgen. Mind-blowing.

'De mogelijkheden en snelheid van communicatie zijn extreem toegenomen, de kosten ervan drastisch gedaald. Via Facebook vind ik mensen terug die ik vijfentwintig jaar niet heb gezien, zie ik foto's voorbijkomen van hun kinderen tijdens een kampeervakantie. Ik zou anders nooit zo in verbinding zijn gebleven.

'In sommige opzichten is de wereld kleiner geworden, in andere niet. Van New York naar Sydney ben ik nog even lang onderweg als twintig jaar geleden en het is ook niet goedkoper geworden. Voor sommige mensen is reizen zelfs moeilijker geworden. Als je uit Bahrein komt, krijg je geen studievisum meer voor de VS. Verbondenheid en mobiliteit zijn ook een ongelijkheidsvraagstuk. New Yorkers trekken in de zomer massaal naar de stranden van de Hamptons. Ze staan er uren voor in de file. Tenzij je heel rijk bent, dan neem je de helikopter.'

De paradox is ook: sociologen als Robert Putnam waarschuwen tegelijk voor de afbrokkeling van sociaal kapitaal. Amerikanen bowlen tegenwoordig in hun uppie.

'Beide tendensen kunnen tegelijkertijd optreden. Het kan zo zijn dat online-activiteiten ten koste gaan van offline sociale interacties. Daar zou je je zorgen over kunnen maken. Maar als ze ten koste gaan van in je eentje televisie kijken, kunnen we het toejuichen.

'Er zijn sociologen die vinden dat alleen ontmoetingen in levenden lijve echt zijn, dat nieuwe technologie niet echt telt. Ik krijg die reactie ook vaak als ik artikelen publiceer op basis van Twitter- of Facebook-gegevens: 'Dat is niet de echte wereld.' Natuurlijk is het wél echt. De offline- en de onlinewereld verschillen wellicht, maar ze zijn allebei echt.'

Het gemiddeld aantal Facebookvrienden is 338, offline zijn dat er misschien vijf.

'Al in de jaren negentig, voor Facebook, werd onderzoek gedaan naar de omvang van sociale netwerken. Toen bleek: mensen kennen zo'n driehonderd mensen. Het verschil is: toen was het niet zo inzichtelijk. Facebook presenteert ze ons. Facebook verbindt niet echt in die zin dat er vooral connecties bevestigd worden. Alle mensen in mijn Facebooknetwerk heb ik ten minste een keer in levende lijve ontmoet. Het is een virtuele documentatie van wat er al was.'

Zelf repliceerde u de studie van Milgram in 2003. Niet met brieven, maar met e-mail. Bijna veertig jaar en een ict-revolutie verder bleken die zes graden van verwijdering nog tamelijk accuraat.

'Inderdaad. We kunnen sociale paden op nieuwe manieren sneller bewandelen, maar hun lengte is niet aantoonbaar veranderd.'

Veel van uw onderzoek toont aan dat er hardnekkige mythen bestaan als het gaat om sociale netwerken.

'Het wemelt van de mythologie. Als een bericht vaak gedeeld wordt op sociale media, heet het al snel dat iets viral gaat. Maar verspreiding van informatie via bijvoorbeeld Twitter neemt vaak helemaal niet die vorm aan. Invloedrijk zijn tweets van bijvoorbeeld CNN Breaking News, met ruim 41 miljoen volgers. Het gaat om kritieke massa. In die zin verschilt verspreiding via sociale media niet sterk van traditionele massamedia. Sterker, klassieke massamedia domineren 'nieuwe' media.

'Of neem het idee dat er in sociale netwerken speciale figuren zijn met veel contacten zijn die modes, rages en roddels verspreiden. 'Influencers' noemt Malcolm Gladwell ze in zijn populaire boek The Tipping Point. Het is een leuk en plausibel verhaal en mensen houden van bijzondere mensen. Maar wetenschappelijk houdt het geen stand. Mensen zijn geen hubs zoals vliegvelden dat kunnen zijn.

'Ik vergelijk het vaak met een bosbrand. Wat speelt daarbij een rol? Droogte, de richting en kracht van de wind, hoe snel de brandweer uitrukte. Als er in Californië hectaren bos in vlammen opgaan, denkt niemand: dat moet een heel speciale vonk geweest zijn die dat in gang heeft gezet.

'We hebben een beeld van de wetenschap als een zelfreinigend proces, waarin theorieën die niet kloppen worden uitgebannen. Zo werkt het niet in de praktijk. De marktplaats voor ideeën is een vechtmarkt. Met een ingewikkelde bevinding leg je het bijna altijd af tegen boerenverstand of iemand met een aanstekelijk verhaal.'

Het brengt Watts tot een sombere diagnose: 'Honderd jaar sociale wetenschappen heeft ons enorm veel theorieën opgeleverd, maar geen verzameling onbetwiste kennis.'

Had het hem tien jaar geleden gevraagd en hij had gezegd: big data, virtuele laboratoria en de nieuwe analysetechnieken van de computational social sciences gaan het kaf van het koren scheiden. Watts voorzag 'een gouden tijdperk voor sociale wetenschappen', een revolutie zoals de astronomie die tweehonderd jaar eerder doormaakte.

Onze talrijke digitale sporen - e-mailconversaties, sociale netwerkconnecties, creditcardgegevens - en voortschrijdende technologie zouden het onmeetbare meetbaar maken: toen het heelal, nu de netwerken van miljoenen mensen. 'Maar nu moet ik concluderen: we zijn niet veel opgeschoten. Meer en betere data blijken niet genoeg. Het systeem dat kennis genereert, werkt niet.'

Neem zijn eigen baanbrekende model van kleine werelden. 'Ik heb weleens gezegd: ons model van kleine werelden is eigenlijk een dom model. Het is een conceptueel hulpstuk, een bewuste simplificatie, een karikatuur. Maar er verschenen honderden artikelen over het model zelf. Men vergat dat het model bedoeld was om de wereld buiten beter te begrijpen.'

Het is die werking van het wetenschappelijk bedrijf, zegt Watts, waarin onderzoekers niet worden afgerekend op het oplossen van problemen maar op het publiceren van artikelen. 'We zouden voor de rest van onze levens kunnen navelstaren, zonder enig maatschappelijk effect. Terwijl dat toch was waar het oorspronkelijk om te doen was. Zoals medische wetenschappers door middel van fundamenteel onderzoek kanker proberen te bestrijden.'

Sociologen als wereldverbeteraars?

'In ieder geval als probleemoplossers. Een risico is dat het minder wetenschappelijk wordt. We hebben al een hele adviesindustrie. Consultants spreken een paar mensen binnen een organisatie, schrijven een rapportje, geven een powerpointpresentatie. That's it. Pseudo-sociale wetenschap.

'Ik dacht ook ooit: ik lees de krant, ik kan wel socioloog worden. Maar die natuurkundige arrogantie heb ik lang geleden afgezworen. Mensen denken vaak: het is toch geen raketwetenschap? Nee, in die zin: het is veel ingewikkelder dan raketwetenschap. De sociale wereld is veel complexer dan de fysieke wereld. Het is een rommeltje, alles loopt in elkaar over.

'Het is heel ingewikkeld een stukje af te bijten dat behapbaar is. Neem systeemrisico's in de financiële wereld. Absoluut een probleem dat we zouden willen oplossen. En we hebben veel modellen om risico's te kwantificeren. Maar: zo veel zaken zijn relevant. Bankbalansen, financiële instituties en hun onderlinge relaties, regels voor accountants. Veel sociale vraagstukken hebben die eigenschap. Maar blijven aanmodderen is geen alternatief.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.