'De lucht van de dood went nooit'

Laboranten maken lijkenlucht na voor wetenschap

Belgische laboranten hebben de dood in de pot gestopt om te onderzoeken wat de menselijke lijkenlucht onderscheidt van die van dieren. Zodat speurhonden niet meer in de war raken en straks misschien wel geurdrones een rampgebied in kunnen.

Elien Rosier opent de deur van een kunststof kast in het laboratorium aan de Universiteit van Leuven. Aan de binnenkant staan tientallen glazen potten met zompig materiaal op de bodem. De inhoud van de prutjes is alleen van dichtbij te herkennen. In sommige bokalen zitten half vergane veren, andere bevatten stukjes rottende vacht of zwart uitgeslagen huid. Etiketten op het glas beschrijven de afkomst van de resten: 'vogel', 'kikker', 'rat', 'varken', 'ree'.